Sterke Erven Logo
6:46

Melkveehouders demonstreren ontwikkelingen in bovengronds mestaanwenden in Oudewater

6:4603 min
Er is toekomst voor bovengronds mestaanwenden. Daar zijn melkveehouders, aangesloten bij de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) en Netwerk GRONDig, van overtuigd. Om de ontwikkelingen van de ketsplaat te demonstreren, vond er vrijdag een demonstratie plaats in Oudewater (UT). Het doel: kennis delen en aandacht vragen voor bovengrondse bemestingstechnieken.

Waar in landen als Duitsland, Oostenrijk en Ierland de ontwikkeling van ketsplaten is doorgegaan, investeerde Nederland de laatste decennia vooral in injectietechnieken. Maar nu de derogatie vervalt en de emissie-eisen strenger worden, groeit de belangstelling voor alternatieve, lichtere systemen, stelt melkveehouder en VBBM-lid Roel van Buuren. „De klassieke ketsplaat is de juiste toepassing voor een groeiende groep boeren, zeker als je netjes kunt bemesten.”

Diverse systemen naast elkaar getest

Tijdens de demonstratie werden vijf systemen getoond: van de traditionele ketsplaat, die de mest omhoog en vervolgens naar beneden verspreidt, tot moderne precisieversies. Ook het zelfontwikkelde systeem van melkveehouder Jan Graveland trok veel aandacht. Zijn innovatie combineert mestaanvoer via een sleepslangsysteem waarover water wordt gespoten met behulp van een baggerpomp. De techniek leidt volgens hem tot minder ammoniakemissie en een betere benutting van nutriënten.

„We wilden een systeem waarbij we mest bovengronds konden aanbrengen en tegelijk water sproeien om de mest van het gras af te spoelen,” vertelt hij. Zijn systeem maakt gebruik van een baggerpomp en meerdere ketsplaten op rij, waarmee hij in één werkgang zowel mest als water toedient. „In het voorjaar begin ik met 10 kuub drijfmest per hectare, drie weken later volgt 15 kuub, daarna 7 à 8 kuub na elke snede. Alles met kleine giften, afgestemd op groei en bodem.”

Voordelen voor emissie en stikstofefficiëntie

De kwaliteit van de mest is heel belangrijk bij bovengronds mestuitrijden, vertelt Van Buuren. „De ammoniakemissie kan worden beperkt door wat aan de mest toe te voegen en door het uitrijden bij bewolkt en het liefst regenachtig weer.”

Naast het toedienen van water is het voerspoor ook belangrijk voor Graveland. Door laag aandeel eiwit in het ranstoen zit er minder ammoniakale stikstof in de mest van zijn koeien: 1 kilo per kuub in plaats van de gebruikelijke 2. „Daarmee halveert de kans op vervluchtiging direct.”

Ammoniak is een zwak gas dat makkelijk in water oplost, legt Benjan Netjes uit, melkveehouder en voorzitter van de VBBM. „Als je water toevoegt tijdens het uitrijden, daalt de emissie fors – tot bijna nul.”

Licht, goedkoop en logisch

Een ander voordeel: ketsplaten zijn veel lichter en goedkoper dan injecteurs, wat de bodem spaart, vindt Van Buuren. „Minder gewicht betekent minder structuurschade, en dankzij lagere aanschaf- en onderhoudskosten is de techniek ook economisch aantrekkelijk.”

Volgens Netjes is er behoefte aan actuele kennis en nieuw praktijkonderzoek. „Veel kennis is gebaseerd op mest van dertig, veertig jaar geleden – toen het stikstofgebruik veel hoger lag. Dat is niet meer te vergelijken met nu.” Zowel biologische als gangbare boeren werken inmiddels veel milieubewuster. „We willen graag innoveren, maar dan moet de techniek wel erkend worden in beleid en regelingen.”

Tekst:

Beeld: Bram Teeuwsen

Tags
MelkveeBiologischRegelgevingPolitiekAgribusinessVoerBodemDierlijke mestBodemstructuurBodemvruchtbaarheidUtrecht