Sterke Erven Logo

WUR: Groei leidt niet altijd tot hoger rendement

03 min
Voor veel melkveebedrijven is de strategie het afgelopen decennium gericht geweest op groei in melkproductie. Die groei heeft niet voor iedereen even gunstig uitgepakt. Tussen de groepen meest succesvolle en minst succesvolle groeiers gaapt een gat in de inkomensontwikkeling van maar liefst 10 euro per 100 kg melk. De bedrijfsstructuur lijkt geen invloed te hebben op de inkomensontwikkeling, waaruit geconcludeerd kan worden dat vooral keuzes van de ondernemer bepalend zijn voor het rendement van groei.

Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek ‘Groeien in rendement’ dat werd gefinancierd door het Productschap Zuivel en uitgevoerd door Wageningen UR Livestock Research, LEI Wageningen UR en Alfa Accountants en Adviseurs. Het doel van dit onderzoek is meer zicht te krijgen in de gevolgen van groei voor het rendement van bedrijven en de gevolgen van investeringen in groei voor de concurrentiepositie van de Nederlandse melkveehouderij.

Van 2000 tot 2010 is de gemiddelde melkleverantie van Nederlandse melkveebedrijven gestegen van 378.000 kg naar 603.000 kg, oftewel een stijging van 60%. Deze gemiddelde stijging is gerealiseerd door groei van blijvende bedrijven en door het stoppen met melkvee van vele kleinere bedrijven. De ‘blijvende bedrijven’ groeiden gemiddeld in 10 jaar met 25%.

Uit de vergelijking van de 25% meest en 25% minst succesvolle Nederlandse groeiers op basis van inkomen en reserveringscapaciteit, blijkt dat succesvolle groeiers na groei voor vrijwel alle opbrengsten- en kostenposten betere resultaten realiseren. De succesvolle groeiers investeren minder per extra kg melk en ze groeien ook langzamer. Ook lenen ze minder per kg groei zodat de lasten voor rente en aflossing per extra kg melk ook lager blijven.

In de meeste westerse EU-lidstaten zijn de melkveebedrijven tussen 2000 en 2007 gemiddeld met 3 à 4% per jaar gegroeid. Alleen in Denemarken is de groei met gemiddeld 9% per jaar veel sterker. Wel is het zo dat Nederlandse veehouders veel meer investeren dan die in de andere landen, niet alleen in melkquotum, maar ook in grond, gebouwen en machines. Toch heeft dat niet geleid tot een relatieve verslechtering van het resultaat. Er kan dus geconcludeerd worden dat ondanks de hoge investeringen de concurrentiepositie van de Nederlandse melkveehouderij niet is verslechterd. Maar Nederlandse melkveehouders moeten wel een groter deel van hun inkomen gebruiken voor het aflossen van de hogere leningen. Bij lagere melkprijzen of hogere voerprijzen zou dat sneller dan in buurlanden tot liquiditeitsproblemen kunnen leiden.

Lees hier het hele rapport.

Tekst:

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
MelkveeMelktechniek
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Melkvee lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.