NVWA: 'Machines schoonmaken tegen aardappelmoeheid'

De NVWA benadrukt dat telers en loonwerkers een belangrijke rol spelen in het voorkomen van verdere verspreiding van het quarantaine-organisme. Dit kan de sector doen door zorgvuldig te werken en verspreiding van besmette grond te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat machines na werkzaamheden op een besmet perceelsdeel minimaal bezemschoon moeten worden gemaakt.
Aardappelmoeheid is een quarantaine-organisme dat grote gevolgen kan hebben voor de teelt van pootaardappelen en andere uitgangsmaterialen. Jaarlijks wordt circa 50.000 hectare bemonsterd. Van de monsters blijkt ongeveer 2,5% besmet. Op dit moment zijn ruim 6.000 perceelsdelen besmet verklaard, waarvan ongeveer een kwart van vóór 2010. Een goede beheersing blijft daarom essentieel.
NVWA testte het afgelopen jaar een werkwijze voor het toezicht op het schoonmaken. Aangekondigd wordt dat deze werkwijze in 2026 opnieuw wordt toegepast bij een aantal geselecteerde telers, die hierover vooraf worden geïnformeerd. Afhankelijk van het type machine en de omstandigheden vraagt schoonmaken om passende maatregelen, maar voor aardappelmoeheid geldt dat bezemschoon reinigen voldoende is.
De maatregelen gelden bij de overgang van werkzaamheden van een besmet verklaard terrein naar een niet besmet verklaard deel van het perceel, of bij beëindiging van de werkzaamheden op het besmet verklaarde terrein, waarna de machine het perceel gaat verlaten.
Uit toezicht blijkt dat veel telers zich bewust zijn van het belang van hygiënemaatregelen. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten. Zo worden machines nog niet altijd schoongemaakt bij het verlaten van een besmet perceelsdeel, bijvoorbeeld wanneer dit midden in een perceel ligt. Voer werkzaamheden op besmette delen daarom bij voorkeur als laatste uit en zorg dat deze delen duidelijk gemarkeerd zijn. Dit helpt om verspreiding van besmette grond te voorkomen.
Tegelijkertijd heeft de NVWA de informatie over de regels verduidelijkt en overzichtelijker gemaakt (zie kader).
NVWA: Regels verduidelijkt en beter toegankelijk
De regels voor aardappelmoeheid kunnen complex zijn. Dit komt onder meer doordat Nederland werkt met kleine afbakeningen van besmettingen en verschillende mogelijkheden biedt om van een besmetting af te komen. Daarnaast zijn de EU-regels veelomvattend (ze gaan bijvoorbeeld ook over de afzet van aardappelen die op een besmet terrein geoogst zijn) en stellen ook importerende landen specifieke eisen.
Om telers en loonwerkers hierbij te ondersteunen, heeft de NVWA de informatie op haar website vernieuwd en overzichtelijker gemaakt. Hier is ook een duidelijk overzicht opgenomen van de regels voor het schoonmaken van machines en het omgaan met besmette percelen.
Telers kunnen zelf actie ondernemen om de beheersing van aardappelmoeheid te verbeteren:
• Controleer en actualiseer contactgegevens. De NVWA ziet dat besmetverklaringen niet altijd op de juiste naam staan. Hierdoor zijn telers zich soms niet bewust van een besmet perceelsdeel. Geef wijzigingen in contactgegevens door via aardappelmoeheid@nvwa.nl, onder vermelding van het besmetverklaringsnummer.
• Onderneem actie op oudere besmetverklaringen. Besmetverklaringen blijven vaak langer dan 10 jaar staan. Wanneer op een perceel meer dan 6 jaar geen aardappelen zijn geteeld, of wanneer een hoog resistent ras is gebruikt bij de laatste aardappelteelt, kan bemonstering worden aangevraagd bij de NAK. Teelt van een hoog resistent ras dient bij de NVWA te worden gemeld.
Martin de Vries
Geboren en getogen in het Friese Oudehaske ontwikkelde Martin een grote interesse voor de landbouw. Als opgeleid journalist specialiseerde hij zich in de akkerbouw. Zijn overmatige dosis aan nieuwsgierigheid zet hij in voor het team rond Akkerwijzer.
Beeld: Natasja Beverloo
Bron: NVWA


