Grinwis wil hectarenorm voor melkvee van 0,25 hectare per GVE vanaf 2030

Volgens het ChristenUnie-Kamerlid is dit nodig om de relatie tussen koeien en grasland te verankeren, de waterkwaliteit te beschermen en tegelijk de economische impact voor melkveehouders te beperken, zo laat Grinwis weten in een uitgebreide reactie op de site van de ChristenUnie.
Raad van State uitte kritiek op uitvoerbaarheid
De Raad van State gaf deze week in een advies aan dat het wetsvoorstel op hoofdlijnen past binnen een toekomstvisie voor de landbouw, maar merkte wel enkele belangrijke aandachtspunten op. Het adviesorgaan uitte kritiek op de praktische uitvoerbaarheid van de grondgebondenheidsregels en de indeling van agrarische gebieden, omdat deze complex en juridisch lastig te handhaven zijn.
Ook waarschuwde de Raad dat de mestvervoersbeperking tot knelpunten kan leiden in de praktijk, en dat sommige formuleringen juridisch onduidelijk zijn, waardoor interpretatieproblemen kunnen ontstaan.
Grinwis wil wetsvoorstel ‘eenvoudiger maken’
Het wetsvoorstel rond grondgebondenheid in de melkveehouderij wordt door het aan te passen eenvoudiger en praktischer, stelt Grinwis naar aanleiding van het advies van de Raad van State dat deze week werd gepubliceerd. Het advies onderschrijft volgens hem het belang van grondgebondenheid en geeft concrete aanwijzingen om het voorstel te vereenvoudigen.
Grinwis vindt dat dit een goede basis biedt om verder te werken aan een realistisch en draagvlakrijke regeling voor melkveehouders en andere grondgebonden boeren, zoals akkerbouwers die afhankelijk zijn van dierlijke mest.
Invoeren hectarenorm blijft de kern
De kern van het voorstel blijft het invoeren van een grondgebondenheidsnorm voor melkvee, waarbij de nadruk ligt op het koppelen van de relatie tussen koeien en grasland. De norm wordt stapsgewijs ingevoerd: in 2028 moeten bedrijven minimaal 0,20 hectare grasland en rustgewassen per GVE beschikbaar hebben, in 2030 stijgt dit naar 0,25 hectare.
Boeren die kunnen aantonen dat hun grondwater goed wordt beschermd, hoeven na 2030 niet boven de 0,25 hectare uit te komen. Voor bedrijven waar de waterkwaliteit niet aantoonbaar op orde is, of voor wie dat niet noodzakelijk is, wordt een norm van 0,35 hectare per koe gehanteerd. Zo wil Grinwis zowel de prikkel voor verantwoord mestgebruik versterken als de economische impact beperken.
Driedeling Nederland voor mesttransport geschrapt
Het advies van de Raad van State wees ook op onderdelen van het voorstel die volgens Grinwis onnodig complex waren, zoals de driedeling van Nederland voor mesttransport en de bovenaf opgelegde verdeling van strengheid per provincie. Die worden geschrapt: Nederland blijft één gebied voor mesttransport, en provincies kunnen alleen op vrijwillige basis afspraken maken over strengere normen. Volgens Grinwis maakt dit het wetsvoorstel overzichtelijker en beter uitvoerbaar.
2030 wordt een belangrijk tussenevaluatiejaar. Alleen als de effecten van de regeling zorgvuldig zijn onderzocht en getoetst op haalbaarheid en proportionaliteit, worden vervolgstappen overwogen.
Tot die tijd blijft Grinwis naar eigen zeggen in gesprek met boeren, deskundigen en andere betrokkenen om het voorstel verder te verbeteren. Het doel is een regeling die niet alleen praktisch en uitvoerbaar is, maar ook het platteland en de melkveehouderij vooruit helpt, aldus het Kamerlid.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ellen Meinen


