Sterke Erven Logo

Kritiek op plan om ook afnemers aansprakelijk te maken voor onjuist mesttransport

05 min
Beeld ter illustratie.
Afnemers van dierlijke mest moeten niet medeverantwoordelijk worden gemaakt voor het correct melden van mesttransporten in het rVDM-systeem. Dat vindt de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV). Ook de partijen die zich hebben verenigd in de Eerlijke Mestketen, waaronder LTO Nederland en Cumela, plaatsen de nodige kanttekeningen bij het voorstel om ook de afnemer verantwoordelijk te maken voor een mesttransport.

‘De afnemer heeft geen invloed op het daadwerkelijke vervoer van mest en beschikt niet over essentiële gegevens zoals laad- en lostijden, vervoerde hoeveelheden en mestgehaltes. Ook ontvangt de afnemer geen zelfstandig bewijs van lossing’, stelt de NAV in een reactie. De vakbond vindt het daarom niet redelijk om de afnemer verantwoordelijk te houden voor meldingen die hij niet kan controleren of verifiëren.

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) wil het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Ubm) en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Urm) op diverse punten wijzigen. Het doel hiervan is om de naleving van de Meststoffenwet te verbeteren en daarmee ook de waterkwaliteit. Een van de wijzigingen die LVVN wil doorvoeren is dat niet alleen de vervoerder, maar ook de leverancier en afnemer aansprakelijk worden voor een juiste melding van mesttransporten in het realtime Vervoersbewijs Dierlijke meststoffen (rVDM). Ook wil het ministerie boetebedragen voor diverse overtredingen verhogen. LVVN is ook voornemens boeren te verplichten tot het aanleveren van gegevens over oppervlakte, gewasteelt en ligging van percelen op perceelsniveau aan RVO. Ook rond mestverwerkingsovereenkomsten scherpt het ministerie de sancties aan. Op deze manier kunnen per onjuist opgegeven perceel sancties worden opgelegd. Ook rond mestverwerkingsovereenkomsten wil het ministerie aanscherpingen doorvoeren. Voorgestelde wijzigingen liggen tot en met 15 juni ter consultatie.

De NAV wijst er bovendien op dat afnemers nu al transporten moeten accepteren die door derden op hun naam in het systeem zijn geregistreerd, zonder dat zij altijd beschikken over sluitend bewijs van levering. Het uitbreiden van verantwoordelijkheden en het aanscherpen van sancties voor afnemers acht de NAV daarom niet proportioneel. Daarbij vindt de vakbond dat het niet bijdraagt aan een betere handhaafbaarheid van het mestbeleid. ‘Bovendien kan na het laden soms nog van perceel gewisseld worden indien de omstandigheden om uit te rijden niet goed genoeg zijn’, merkt de NAV op.

Dubbel werk

Over het voorstel voor het verplicht aanleveren van gegevens over oppervlakte, gewasteelt en ligging van percelen op perceelsniveau bij RVO, is de NAV kritisch. De RVO beschikt al over gegevens van de percelen die een ondernemer in gebruik heeft, stelt de NAV. ‘Het opnieuw aanleveren van deze gegevens is daarom dubbel werk en vergroot de kans op administratieve fouten, terwijl de tfoegevoegde waarde beperkt is.’ Tot slot laat de NAV weten ‘verbijsterd te zijn’ over de boeteclausule. ‘Dit helpt niet om meer gewilligheid te krijgen om te registreren. Wij blijven ook herhalen dat mestfraude aanpakken er mee begint om met de sector rond tafel te gaan zitten, en niet onredelijke extra maatregelen te nemen die de hele sector aangrijpen.’

Controleerbaarheid in praktijk beperkt

LTO Nederland, POV, Cumela en TLN laten via een gezamenlijke reactie namens de Eerlijke Mestketen weten dat zij het belangrijk vinden dat verantwoordelijkheden en boetebepalingen ‘proportioneel worden vormgegeven’. Daarbij moeten deze aansluiten bij de feitelijke mogelijkheden die partijen hebben om gegevens te controleren en te verifiëren. Als een afnemer niet aanwezig is bij het proces tussen leverancier en vervoerder, is het volgens de partijen niet duidelijk hoe hij de feitelijke juistheid van de rVDM-melding kan controleren. En dat terwijl bij fouten de afnemer wel direct een boete van 1.500 euro riskeert.

Daarbij merken de partijen op dat de controleerbaarheid in de praktijk beperkt is: ‘Als leverancier weet je wat er is opgegeven en dat is achteraf te toetsen. Maar of de uitvoering vervolgens overeenkomt met wat is doorgegeven, is nauwelijks tot niet verifieerbaar zonder fysiek bij het laden van iedere vracht aanwezig te zijn en deze te volgen. Dit is in praktijk niet realistisch.’

Boeteverdeling

Ze vragen zich ook af hoe de boeteverdeling precies wordt ingericht wanneer één partij in de keten een fout maakt of bewust onjuiste gegevens aanlevert. ‘Worden in zo’n geval alle drie de betrokken partijen beboet, of uitsluitend de veroorzaker van de fout? Een gezamenlijke aansprakelijkheid voor een fout van één schakel in de keten lijkt in dat laatste geval moeilijk te rechtvaardigen vanuit het perspectief van proportionaliteit en rechtszekerheid.’

Verder benoemen de partijen dat er nog onduidelijkheid is over hoe wordt omgegaan met uitzonderlijke omstandigheden en verstoringen in de uitvoeringspraktijk. ‘In de huidige opzet lijkt onvoldoende helder wat de consequenties zijn wanneer bijvoorbeeld digitale systemen van overheidsdiensten tijdelijk niet beschikbaar zijn, waardoor meldingen niet of niet tijdig kunnen worden gedaan. Hetzelfde geldt voor operationele verstoringen in de keten zelf, zoals pech met een vrachtauto, filevorming of andere logistieke vertragingen die buiten de invloedssfeer van betrokken partijen liggen. De vraag is in hoeverre in dergelijke situaties nog sprake kan zijn van verwijtbaarheid, of dat alsnog automatisch wordt gehandhaafd en beboet.’

Onterecht claimen plaatsingsruimte

De partijen binnen de Eerlijke Mestketen onderschrijven het uitgangspunt dat het onterecht claimen van mestplaatsingsruimte moet worden tegengegaan. De partijen kunnen zich vinden in het voorstel om te handhaven op perceelsniveau, maar benadrukken wel dat er dan sprake moet zijn van proportionele en redelijke toepassing van de handhaving. ‘Niet iedere afwijking tussen de geregistreerde en feitelijke perceelssituatie is het gevolg van opzet of fraude. Kleine verschillen kunnen in de praktijk ontstaan door wijzigingen in perceelsgebruik, perceelsgrenzen of administratieve interpretaties.’

Tekst:

Beeld: Agrio

Tags
AkkerbouwDierlijke mestMinisterie landbouwMest