Politici rekenen zich weer ‘stikstofrijk’

Voorafgaand aan de presentatie van de stikstofplannen van kabinet-Jetten, tekende minister Van Essen samen met provincie Gelderland, twee waterschappen en 21 gemeenten afgelopen week voor het uitvoeringsplan Aanpak Veluwe. Die aanpak is volgens alle samenwerkende overheden nodig om de vergunningverlening rond stikstof weer op gang te krijgen en de natuur te herstellen. Wat bij de presentatie van het plan opviel, was het hoge stikstofreductiepercentage dat in 2035 gehaald moet zijn: circa 60 procent ten opzichte van 2019. Tenminste, dat staat in de aanpak opgeschreven. Bij de presentatie zei gedeputeerde Peter Drenth dat 65 procent ook haalbaar moet zijn. En minister Van Essen overtroefde met 69 procent.
Meer dan nodig
Afgezet tegen het integrale stikstofrapport van deskundigen van WUR en Wouter de Heij ‘De Nederlandse stikstofcrisis, van verwarring naar verbinding’ zitten deze politici aan de bovenkant of zelfs boven de range die haalbaar dan wel nodig is. Zij kwamen eind maart met reductiepercentages voor regio’s als de Peel en Veluwe die variëren van 50 tot 65 procent. Belangrijke kanttekening bij die range is wel dat er een regionale aanpak komt met uitkoop, ruilverkaveling of landherinrichting, technische innovaties in stallen, verbeteringen in management en mesttoediening. Zolang het om uitkoop en dus het stoppen van bedrijven gaat, lijkt de minister daar de portemonnee wel voor te willen trekken. Maar houdbare technische oplossingen of managementmaatregelen juridisch houdbaar maken, zijn onzekere factoren. Stel dat die er niet komen, in onvoldoende mate of door rechters worden onderuitgehaald? Dan zal er alleen maar meer uitkoop moeten gaan plaatsvinden.
Bij de provincie Gelderland heerst optimisme over het halen van die reductiedoelstelling in 2035, omdat ze in 2030 al denken uit te komen op 31 procent. Daar hebben ze elf jaar voor nodig gehad. Om dan in de vijf jaar daarna nog meer te reduceren, is enorm ambitieus. Maar mijn belangrijkste punt is of dit allemaal wel nodig is. Het gaat alleen voor de Veluwe al miljarden euro’s kosten.
Verzuurde bodem
Volgens de overheden die bij de uitvoeringsaanpak Veluwe betrokken zijn, is dat geen vraag. In het rapport staat de motivatie: ‘Door historische depositie is de bodem in natuurgebieden op en rond de Veluwe verregaand verzuurd en bevat deze een overmaat aan geaccumuleerde stikstof.’ De combinatie van verzuring en vermesting van de bodem komt vaker terug in het rapport. Maar voor deze overheden is dat een aanname. Er staat nergens gespecificeerd hoe groot het oppervlak verzuurde bodem is. Dat onderzoek ligt er wel.
Bodemanalyses
Eind vorig jaar presenteerde Henri Prins, oud-onderzoeker van WUR, een onderzoek naar de staat van de natuur van de Veluwe. Over dat onderzoek is wel discussie ontstaan, maar niet zozeer over de bodemanalyses die Prins wist te verzamelen. Bodemanalyses zijn echte metingen. En als je er veel van verzamelt, krijg je wetenschappelijk gezien een goed beeld van de staat van de bodem van zo’n groot gebied. Prins vergeleek de bodemanalyses met de officiële profielen van het ministerie die door ecologisch adviesbureau B-ware zijn opgesteld. En wat was ook alweer de conclusie? Op driekwart van de meetpunten bleven de pH-waarden binnen natuurlijke bandbreedten, terwijl de stikstof- en fosfaatgehalten in de meeste gevallen laag waren. Waar natuur wél achteruitgaat, blijkt dat volgens Prins vaak een samenspel van factoren te zijn: verdroging, recreatie, verouderd bosbeheer of exoten. Stikstof speelt soms mee, maar zelden in de hoofdrol.
Even mijn samenvatting. De overheden gaan miljarden euro’s investeren om een vergunningencrisis op te lossen. Een crisis die ontstaan is, doordat een stikstofmodel centraal in het beleid is komen te staan. Op basis van echte bodemmetingen ligt er wel een opdracht om op slechts een kwart van de Veluwe stikstofdepositie te verminderen. Maar in welke mate dat echt de oorzaak is, is niet bekend. Het blijft toch raar dat politici dit niet ook gewoon zien.
Robert Ellenkamp
Hoofdredacteur Agrio en onderzoeksjournalist op het domein landbouw en natuur. Sinds 1999 werkzaam in de landbouwsector. Verdiept zich als onderzoeksjournalist sinds 2019 in stikstof en natuur.
Beeld: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


