Gert-Jan Oplaat: ‘Blij dat Tweede Kamer 30-gradennorm diertransport serieus neemt’

De voorgenomen beleidsregel voor diertransporten bij temperaturen boven de 30 graden is bedoeld om het dierenwelzijn tijdens warme dagen te verbeteren, maar juist op dit punt komen vanuit Brussel nieuwe richtlijnen. BBB, SGP en Groep Markuszower hebben een motie ingediend, waarmee ze de regering verzoekt de besluitvorming in Brussel af te wachten en een passende overgangsperiode te hanteren waarin geconditioneerd transport op voldoende schaal beschikbaar kan komen.
Vanuit de pluimveevleessector is al aangegeven dat de beleidsregel kan leiden tot een vermindering van de beschikbare slachtcapaciteit met circa 50 procent. Mede doordat toezicht tijdens koelere momenten, zoals in de nacht en in de weekenden, momenteel niet structureel beschikbaar is.
Ingrijpende nieuwe eisen
„Wij vinden het positief dat de Kamer oog heeft voor de praktijk,” zegt Nepluvi-voorzitter Gert-Jan Oplaat. „De staatsecretaris stelt ingrijpende nieuwe eisen, maar kan tegelijkertijd onvoldoende zekerheid bieden over toezicht in de nachtelijke uren en weekenden. Dat is een verantwoordelijkheid die niet eenzijdig bij de sector kan worden neergelegd.”
Volgens Nepluvi is het bovendien onrealistisch om van de sector te verwachten dat vóór 1 april 2027 voldoende geconditioneerd transport beschikbaar is. De gehele sector voorzien van dit type transport duurt minstens 3 jaar.
Negatieve impact
Oplaat: „Als de NVWA haar toezicht niet op orde heeft en geconditioneerd transport nog onvoldoende beschikbaar is, dreigt de pluimveeketen op warme dagen vast te lopen wat grote negatieve impact gaat hebben op het dierenwelzijn.’’
Reinout Burgers
Al bijna 25 jaar volg en schrijf ik als journalist onder meer over de varkenshouderij en pluimveehouderij. Twee uiterst boeiende en dynamische sectoren met veel gepassioneerde ondernemers.
Beeld: Nepluvi


