Het beste van Joost van Kasteren - artikel 5
‘Stikstof is een probleem voor de hele wereld’

„Wat zo curieus is aan het probleem van een overmaat aan stikstof is dat het overal gezien wordt als een lokaal probleem. Terwijl het een probleem is waar de hele wereld mee kampt en dat ook niet binnen een paar jaar is op te lossen.” Aldus Charles Mann, auteur van het boek ‘De Tovenaar en de Profeet’ tijdens een publieke ‘Landbouwtafel’ in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. „Als jullie in Nederland het stikstofvraagstuk niet op kunnen lossen, dan zie ik het somber in voor de rest van de wereld.”
Zomerserie van Joost van Kasteren
Wetenschapsjournalist Joost van Kasteren werkte twaalf jaar lang samen met de redactie van Agrio. Vanwege zijn plotselinge overlijden op 10 juni 2026 publiceert de redactie een serie must-reads van zijn hand. Joost gebruikte wetenschappelijk onderzoek als basis voor zijn journalistiek en hekelde de waan-van-de-dagmentaliteit die steeds verder oprukt in zowel de media als politiek. Met deze serie eren we Joost en bieden we lezers deze zomer mooie en interessante longreads om de geest te scherpen. Precies zoals Joost dat beoogde.
Aan de Landbouwtafel, mede georganiseerd door de beweging Stop the Food Fight, deden ook enkele andere sprekers hun zegje over de toekomst van voedselproductie, landbouw en natuur in Nederland, maar daar kwam niet veel meer uit dan dat tovenaars en profeten samen moeten werken om een duurzaam voedselsysteem te realiseren. Stikstof lijkt een interessante casus om te zien of de Nederlandse tovenaars en profeten hun fundamentele verschil van inzicht kunnen overbruggen.
Context
De landbouw heeft zich de afgelopen driekwart eeuw ontwikkeld in de context van drie wereldwijde trends: de bevolkingsgroei, de groeiende vraag naar en beschikbaarheid van energie en de enorme groei van de opbrengsten per hectare en per arbeidsuur. Die ontwikkelingen gaan nog steeds door. In het jaar 2100 zal de wereldbevolking 25 tot 30 procent groter zijn dan nu en dreigt er – door groeiende welvaart – een nog groter beslag te worden gelegd op natuurlijke hulpbronnen. Volgens Mann vragen veel mensen zich af wat er moet gebeuren om die uitdagingen het hoofd te bieden.
De antwoorden vallen uiteen in twee categorieën die grofweg overeenkomen met de twee historische figuren die Mann in zijn boek heeft geschetst. De ene is de tovenaar Norman Borlaug, de aartsvader van de groene revolutie vanaf de tweede helft van de jaren vijftig. Door een reeks stomme toevalligheden kwam hij als landbouwkundig onderzoeker in de jaren veertig terecht in Centraal-Mexico.
Met een minimaal budget en onder erbarmelijke omstandigheden slaagde Borlaug erin om nieuwe variëteiten te ontwikkelen die beter bestand waren tegen ziekten, meer kunstmest opnamen en korte stengels hadden om legering door de zware aren te voorkomen. De opbrengsten in Mexico verdrievoudigden en dat bleef niet onopgemerkt. Begin jaren zestig werd de groene revolutie geïntroduceerd op het Indiase subcontinent en het succes was tamelijk overweldigend. Van een land dat op gezette tijden werd geteisterd door grootschalige hongersnoden, veranderde India in een exporteur van tarwe en rijst.
Dode zone
Ergens in de jaren tachtig passeerde de wereld het punt waarop er voldoende calorieën per wereldbewoner worden geproduceerd; circa 2.500 kcal per dag. Ongetwijfeld een mooie illustratie van Borlaugs devies dat je met een juiste toepassing van wetenschap en technologie veel problemen kunt oplossen.
En omdat zo’n 40 procent van de kunstmest niet door de plant wordt opgenomen, maar via uit- en afspoeling terechtkomt in grond- en oppervlaktewater en uiteindelijk in zee, hebben we nu te maken met een ‘Dead Zone’ in de Golf van Mexico ter grootte van Nederland. Ook heeft de groei van de arbeidsproductiviteit geleid tot een uittocht van arbeid uit de landbouw. Op zijn beurt heeft dat geleid tot het ontstaan van megasteden zoals Mexico-Stad met zo’n 23 miljoen mensen.
De stikstofcyclus die voorheen door bacteriën werd aangedreven, is compleet door de mens overgenomen
Profeet
De tweede categorie antwoorden op de uitdagingen van onze tijd is te herleiden tot de profeet in Manns boek: de Amerikaanse ornitholoog William Vogt. Eveneens door een reeks stomme toevalligheden kwam hij terecht in Peru, meer specifiek op de Chincha-eilanden, een groep van drie kleine eilanden die ooit bedekt waren met een enorme hoeveelheid guano oftewel vogelpoep. Sinds halverwege de 19e eeuw werd die vogelpoep gewonnen en geëxporteerd voor de landbouw. Er zijn zelfs oorlogen gevoerd om guano. „Wat nu vooral nog opvalt, is de enorme stank”, vertelt Mann.
Op die eilanden deed Vogt een belangrijke ontdekking die samenhangt met de afwisseling van de twee golfstromen El Niño en La Niña, die respectievelijk warm en koud water tot voor de kust van Peru brengen. In jaren waarin La Niña de toon zet, zijn de kustwateren rijker aan vis dan in jaren waarin de toon wordt gezet door El Niño. In die jaren wordt er dan ook meer guano afgezet – La Niña ‘augments increment of excrement’ ofwel versterkt de toename van uitwerpselen.
Onder meer op basis van die waarnemingen kwam Vogt tot het begrip draagkracht van de aarde en dat die draagkracht niet oneindig is. Er zijn met andere woorden grenzen aan de groei. Een concept dat zich in onze tijd vertaalt als ‘planetaire grenzen’ en ‘Earth Overshoot Day’, de dag in het jaar waarop het aantal hectaren grond nodig voor menselijke consumptie groter is dan de beschikbare productiegrond. De boodschap is duidelijk: we moeten minderen om de draagkracht van de aarde niet te overstijgen.
Omgekeerde vlaggen
De antwoorden van respectievelijk de tovenaar en de profeet botsen voortdurend op allerlei fronten. In Nederland wordt dat onder meer geïllustreerd door de omgekeerde vlaggen van boeren naar aanleiding van de stikstofplannen van het kabinet. De tovenaar stelt dat we niet kunnen overleven zonder reactieve stikstof; de helft van alle stikstofatomen in ons lichaam is ooit gemaakt met behulp van het Haber-Boschproces. De profeet wijst erop dat we wat stikstof betreft de grenzen van de planeet ruimschoots hebben overschreden. Een verantwoorde limiet zou liggen op 62 miljoen ton per jaar, maar daar gaan we inmiddels met een factor drie overheen.
Mann citeert Oliver Morton, auteur van het boek ‘The Planet Remade: How Geoengineering Could Change the World’. Morton stelt in een interview in The Atlantic dat de stikstofcyclus, die voorheen louter door bacteriën werd aangedreven, compleet door de mens is overgenomen. Niet als toevallige bijkomstigheid, maar bewust. Als we niet waren geconfronteerd met het probleem van klimaatverandering, zou stikstof het grootste probleem zijn waar de wereld mee te kampen heeft.
Mann: „Iedere natie denkt dat ze de enige is met dat probleem, maar het is een wereldwijd probleem. Waarom behandelen we het niet als zodanig? Waarom is er geen IPCC voor stikstof?” Het is een complex probleem omdat de helft van de wereldbevolking voor zijn voedsel afhankelijk is van kunstmest, terwijl het probleem verschilt van plaats tot plaats. In West-Europa is er een overschot, in veel landen in Afrika een tekort.
Tegenstelling overstijgen
Volgens Mann moeten we het stikstofoverschot op dezelfde manier aanpakken als klimaatverandering. Dus als een wereldwijd complex probleem dat veel inventiviteit en een lange adem vergt. Als we dat doen, komen er meer en betere oplossingen in zicht dan de wanhopige pogingen om op lokaal niveau een oplossing te vinden, zoals het uitkopen van ‘piekbelasters’ (mijn interpretatie). Te beginnen met systematisch verzamelen van data om aard en omvang van het probleem vast te stellen en het stimuleren van innovaties zoals ontwikkelen en inzetten van precisietechnieken, fytosanering – ofwel de inzet van planten om stikstofverbindingen op te nemen. Ook zouden we, aldus Mann, meer kunnen inzetten op wat hij ‘tree crops’ noemt, zoals bijvoorbeeld de teelt van kastanjes. Daarnaast zijn er sociale en economische incentives nodig voor maatschappelijke verandering.
In de strijd tegen het stikstofoverschot ziet Mann een belangrijke rol weggelegd voor Nederland. „Jullie hebben ons Amerikanen laten zien hoe je met verstandig waterbeheer overstromingen als die in New Orleans en New York kunt voorkomen of in ieder geval de gevolgen ervan kunt beperken. Daarmee hebben jullie laten zien dat Nederland beschikt over een opmerkelijk technologisch vermogen en over een even opmerkelijke traditie om de natuur naar zijn hand te zetten. Bovendien zijn jullie een rijk land. Daarom ben ik blij dat jullie als een van de eersten worden geconfronteerd met het probleem van het stikstofoverschot; want als jullie al geen oplossing weten te bedenken, wie dan wel?” En omdat we een klein land zijn waar iedereen elkaar kent, zouden we ook in staat moeten zijn om de tegenstelling tussen de tovenaar en de profeet te overstijgen. Voorlopig echter lijkt de wens de vader van de gedachte.
Joost van Kasteren
Freelance wetenschapsjournalist met een landbouwkundige achtergrond. Hoofdredacteur van Vork
Beeld: Ellen Meinen, Charles C. Mann
Bron: Vork




