Derogatie en grondgebruik

Om gebruik te mogen maken van de derogatienorm gelden diverse voorwaarden. U kunt deze nalezen in een eerder verschenen nieuwsbericht ‘Wat zijn precies de voorwaarden voor derogatie?’
Natuurterrein binnen het mestbeleid
Voor de berekening van de gebruiksruimte en de derogatie telt alleen de beteelde oppervlakte landbouwgrond in Nederland mee. Het stelsel van gebruiksnormen hanteert andere definities voor grasland en natuurterrein dan het Europese landbouwbeleid (GLB). Percelen die binnen het GLB wel in aanmerking komen voor het uitbetalen van betalingsrechten, tellen voor het mestbeleid niet altijd mee om de gebruiksruimte te bepalen. Voor het mestbeleid vallen onder de definitie van natuurterrein: gronden met een SN-beheerbeschikking, terreinen van Staatsbosbeheer en percelen die u pacht van een natuurbeschermingsorganisatie. Percelen die voor het mestbeleid binnen de definitie van natuurterrein vallen, mag u niet meetellen voor de gebruiksruimte. Als er beheerafspraken zijn gemaakt, staat daarin vermeld of er bemest mag worden en hoeveel. Zij er geen beheerafspraken, dan zijn de regels over de hoogte van de bemesting uit het Besluit gebruik meststoffen van toepassing.
Grond beschikbaar voor bemesting
Eén van de voorwaarden voor derogatie is dat minimaal 80% van uw totale oppervlakte landbouwgrond, die voor het op of in de bodem brengen van dierlijke mest beschikbaar is, bestaat uit grasland voor ruwvoerteelt. Dit betekent dat de grond daadwerkelijk bemest moet kunnen worden. Gronden waarop geen mest mag worden gebracht, of gronden die praktisch gezien niet bemest kunnen worden, kunnen dan ook niet meetellen voor de totale oppervlakte landbouwgrond in het kader van derogatie. Beweiding wordt hier gezien als het op de bodem brengen van meststoffen. Landbouwgrond met een agrarisch natuur- of landschapsbeheer, waarop volgens het beheersregime niet mag worden bemest en beweid, telt niet mee voor derogatie. Hier geldt de reguliere gebruiksnorm van 170 kg stikstof.
Berekening percentage grasland
Het percentage grasland, minimaal 80% om in aanmerking te komen voor derogatie, is de totaal opgegeven oppervlakte grasland gedeeld door de totaal opgegeven oppervlakte landbouwgrond.
De totale oppervlakte grasland is het totaal van de oppervlakte van:
- Blijvend grasland (gewascode 265)
- Tijdelijk grasland (266)
- Faunaranden grasland (333, 334, 370 en 372)
- Natuurlijk grasland met hoofdfunctie landbouw (331)?
De totale oppervlakte landbouwgrond is de totale oppervlakte grond verminderd met de oppervlakte van:
- Natuurlijk grasland met hoofdfunctie natuur (gewascode 332)
- Overige natuurterreinen, inclusief heide (335)
- Bos, blijvend, met herplantplicht (1936)
- Alle grond met gebruikscode 11, Natuurpacht
- Teeltvrije zones
- Niet-grondgebonden teelten, zoals substraatteelten en containerteelten
Alfa is kennispartner van Melkvee.nl, het online platform voor melkveehouders. Wekelijks presenteren wij u het laatste nieuws op onze partnersite. Ook heeft Alfa, samen met Melkvee.nl, de Marge-Monitor Melkveehouderij ontwikkeld. Deze geeft in een oogopslag weer hoe de Nederlandse melkveesector er voor staat. Wilt u een gratis indicatie van de financiële positie van uw bedrijf? Ga naar www.melkvee.nl/margemonitor/mijn-situatie.
Tekst: Jeroen van den Hengel

aaff
Als ondernemer in de agro sector heb je te maken met veranderende wet en regelgeving die van invloed zijn op je bedrijfsvoering. Dat brengt risico's met zich mee. aaff volgt de ontwikkelingen in de regelgeving en de markt op de voet en weet dit goed te vertalen naar de impact op jouw bedrijf. aaff is overal van betekenis en bekijkt aan de hand van jouw wensen en mogelijkheden samen met jou je financiële resultaten en mogelijkheden. Welke aanpassingen kun je in je bedrijfsvoering doorvoeren om het resultaat te verbeteren?


