Analyse aaff: financieel resultaat van traditionele melkers wint het van robotmelken

Technisch presteren de robotbedrijven uitstekend. Ze produceren per koe gemiddeld ruim 9.820 kilo melk, tegenover 9.164 kilo op bedrijven met een traditionele melkstal. Dat is een verschil van bijna 660 kilo melk per koe. De robotbedrijven realiseren wel een lager vetgehalte met 4,48 procent ten opzichte van 4,54 procent bij de bedrijven die traditioneel melken. Dat geldt ook voor het eiwitpercentage, met 3,56 versus 3,60.
Daarnaast zijn robotbedrijven intensiever. Gemiddeld wordt bijna 19.700 kilo melk per hectare geproduceerd, tegenover 18.458 kilo op traditionele bedrijven.
Lager krachtvoerverbruik
Opvallend is dat de hogere melkproductie per koe niet gepaard gaat met een hoger krachtvoerverbruik. Robotbedrijven gebruiken gemiddeld 28,8 kilo krachtvoer per 100 kilo melk, terwijl traditionele bedrijven uitkomen op 29,6 kilo. Ook de inzet van krachtvoervervangers ligt lager, met 4,75 kilo ten opzichte van 5,05 kilo per 100 kilo melk. ‘Dat wijst erop dat een deel van de extra melkproductie daadwerkelijk wordt gerealiseerd door een hogere efficiëntie van de koe en het management rondom voeren, melken en diermonitoring’, zo schrijft directeur bedrijfsadvies Hans de Bie.
Hogere kosten melkproces
Maar die technische voorsprong vertaalt zich niet rechtstreeks naar een beter rendement. Robotbedrijven hebben hogere kosten voor het melkproces. De kosten voor de bijbehorende installaties bedragen gemiddeld € 2,88 per 100 kilo melk, tegenover € 2,06 bij traditionele bedrijven. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere onderhoudskosten en afschrijving van het automatisch melksysteem. De kosten van gas, water en elektra liggen nagenoeg op hetzelfde niveau.
Daardoor komt het gemiddelde fiscale resultaat (exclusief incidentele posten) per 100 kilo melk uit op € 11,66 bij robotbedrijven, tegenover € 12,51 bij traditionele bedrijven. ‘Traditioneel melken houdt financieel dus nog steeds een lichte voorsprong’, aldus De Bie
Factor arbeid
Waar de melkrobot wel duidelijk verschil maakt, is arbeid. Robotbedrijven zetten gemiddeld minder betaalde arbeid in en realiseren hun productie met relatief minder externe arbeidskosten, van € 0,41 per 100 kilo melk. De Bie: ‘De melkrobot vervangt daarmee niet alleen melktijd, maar vergroot ook de flexibiliteit van de ondernemer en het gezin. Juist op bedrijven waar arbeid schaars is of waar uitbreiding zonder extra personeel gewenst is, kan dat zwaar meewegen in de investeringsafweging.’
Gineke Mons
Gineke Mons (1970) groeide op op een biologisch melkveebedrijf in Gelderland. Vanaf begin jaren 90 is ze werkzaam in de landbouwjournalistiek. Sinds 2008 als freelancer, met het accent op veehouderij en diergezondheid.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: aaff
