Sterke Erven Logo
18

‘Net over de grens is weinig meer te halen’

1805 min
Nog niet zo lang geleden haalden veel Nederlandse varkenshouders hun voordeel net over de grens in Duitsland. Eef Onderdijk was één van hen. Hij heeft op 2 kilometer van de Nederlandse grens een varkensbedrijf met zeugen en vleesvarkens. De vraag is alleen of hij nog aan de goede kant van de grens zit.
Eef Onderdijk (rechts) is eigenaar van het varkensbedrijf van 400 zeugen en 2.000 vleesvarkens in het Duitse grensdorp Südlohn. De Nederlander heeft op 10 minuten rijden in Winterswijk nog een melkveebedrijf met 200 koeien. Hij en zijn zoon runnen dit bedrijf. Gerben Roerdink (links) is verantwoordelijk voor het Duitse varkensbedrijf.
In 1999 valt Onderdijks oog op het voormalige pluimveebedrijf in Südlohn. Ze kopen het bedrijf en bouwen het om tot vleesvarkensstal voor 1.300 dieren. Drie jaar later vindt de volgende uitbreiding in vleesvarkens plaats en komt er een nieuwe stal bij voor 700 dieren. In de zomer van 2010 nemen ze hun nieuwe stal voor 400 zeugen en 2.000 gespeende biggen in gebruik.
Als genetica hebben ze Topigs 50 x Toppie. Zes jaar geleden zijn ze overgestapt naar de Topigs 50 zeug. „Deze zeug past ons beter”, zegt Roerdink. „De zeug werpt minder, maar wel betere biggen. Het is gemakkelijker om de biggen groot te brengen.”
Vorig jaar haalden ze 29,6 gespeende biggen per zeug met 10,7 procent uitval tot spenen. Het aantal levend geboren biggen bedroeg 13,8 en 0,9 doodgeboren biggen per worp. Dit jaar wil Roerdink de grens van 30 gespeende biggen doorbreken.
Roerdink probeert de kraamzeugen zoveel mogelijk te voeren. Vanaf dag tien na het werpen voert de bedrijfsleider de zeugen drie in plaats van twee keer per dag. „Op die manier lukt het om de zeugen per dag 1,5 tot 2 kilo voer extra te laten vreten. Dat is goed voor de conditie van de zeug, maar ook voor de melkproductie.” Een dag voor het spenen schakelt Roerdink de voergift terug naar circa 4 kilo per dag.
Tot het werpen begint blijft de bedrijfsleider drachtvoer voeren. Omdat er in de kraamstal een dubbele voerlijn ligt, kan hij per hok het voer overschakelen van dracht- naar lactovoer. „Bij gelten en tweedeworpszeugen schakel ik een dag later over. Anders hebben deze zeugen te veel spanning op het uier.”
Zijn doel is om voor het werpen 18 mm spek bij de zeugen te halen. Een dag of drie voor het spenen meet Roerdink opnieuw de spekdikte. Hij speent gemiddeld op 26,3 dagen. Zijn streven is om bij spenen minimaal 13 mm spek bij de zeugen te halen. „Onze doelstelling is om onder de 5 mm verlies te blijven.”
De zeugen vaccineren ze tegen: PRRS, Mycoplasma, Parvo en Vlekziekte. Hij hanteert het 6-60 entschema. Op dag 6 na het werpen krijgen de kraamzeugen een PRRS vaccinatie plus een enting tegen Parvo plus Vlekziekte. De volgende vaccinatie tegen PRRS is op dag 60 van de dracht.
Op dag 90 van de dracht krijgen de zeugen nog een enting tegen Mycoplasma. Tot voor kort kregen de zeugen op dezelfde dag nog een APP-enting. Hier is Roerdink mee gestopt. Hij wil hiervoor nu een griepenting inzetten.
In tegenstelling tot in Nederland mogen de zeugen in Duitsland volgens de Europese eisen tot 4 weken na inseminatie individueel worden gehuisvest. Een groot voordeel volgens Roerdink. „De zeug heeft meer rust en de vruchten kunnen zich zo beter nestelen.”
In de inseminatieafdeling voert Roerdink de zeugen dextrose bij. Ondanks dat hij ook flushvoer voert, is hij overtuigd van dextrose. „Ik zie het direct terug in de bigkwaliteit bij de geboorte.” In de inseminatiestal is de voerhoeveelheid is aangepast op de spekdikte. De zwaarste zeugen (>17 mm spek) krijgen de eerste maand na inseminatie dagelijks 2,7 kilo. De lichtste zeugen (
De gespeende biggen vaccineren ze tegen Circo en Mycoplasma. Deze enting vindt plaats tussen levensdag 12 en 19. De uitval na spenen is 2,7 procent met een gemiddelde groei van 339 gram bij de gespeende biggen. Door heel ruim zitten in het aantal biggenplaatsen, blijven de biggen tot bijna 30 kilogram in de gespeende biggenstal.
Net als de zeugen krijgen de gespeende biggen en vleesvarkens op het bedrijf mengvoer. Het voer is van Nederlandse makelaardij. Al het voer bestelt Roerdink bij Forfarmers Hendrix.
Jaarlijks zetten nu nog tussen de 4.000 en 4.500 biggen af via de coöperatie. Deze zomer wordt de vleesvarkenstak uitgebreid met 1.200 dieren en is het bedrijf volledig gesloten met 400 zeugen en 3.200 vleesvarkens.
De gemiddelde groei bij de vleesvarkens is 801 gram per dag met een uitval van 1,3 procent. De voederconversie is 2,67 met een EW-conversie 2,97. Roerdink levert de varkens op een gemiddeld aflevergewicht 120 kilogram aan de slachterij.
Wekelijks leveren ze nu ongeveer 200 vleesvarkens af. De vleesvarkens leveren ze aan Westfleisch. Ze krijgen de varkens uitbetaald via de Mehrwochepreis. Dit is een gemiddelde notering over meerdere weken.
Roerdink zet het werk samen met Christa en Rinus rond. De Nederlandse Christa werkt 20 uur op het bedrijf. Eefs broer Rinus (77) is nog dagelijks aan het werk op het varkensbedrijf. Roerdink is daarnaast verantwoordelijk voor de voerinkoop, varkens- en mestverkoop en technische administratie.
Het dak van de zeugen- en gespeende biggenstallen ligt vol met zonnepanelen. De daken zijn verhuurd aan een externe partij die de investering en de exploitatie van de zonnepanelen voor zijn rekening neemt.

Lees hun hele verhaal in het vakblad Pig Business van donderdag 7 mei.

Tekst:

Beeld: Ruth van Schriek

Tags
VarkensOndernemerschapBuitenland
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.