Sterke Erven Logo

Minder eiwit in rantsoen melkvee geen risico voor diergezondheid

03 min
Een lager ruw eiwitgehalte in het rantsoen van melkvee leidt niet tot gezondheidsproblemen bij koeien of kalveren. Dat blijkt uit het deelproject Intensieve Diergezondheidsmonitoring, onderdeel van het bredere onderzoeksprogramma Koe & Eiwit, waarin twintig melkveebedrijven twee jaar lang intensief zijn gevolgd.

Het doel van het onderzoek was om te achterhalen of melkveehouders het ruw eiwitgehalte in het rantsoen kunnen verlagen tot 155 gram per kilogram droge stof (g RE/kg DS), zonder negatieve gevolgen voor de diergezondheid of melkproductie.

Geen effect op gezondheid melkkoeien

De twintig deelnemende bedrijven werden opgedeeld in drie groepen op basis van het eiwitgehalte in het rantsoen: 155, 155–160 en meer dan 160 g RE/kg DS. Tijdens vijf bedrijfsbezoeken beoordeelden dierenartsen de gezondheid van de koeien aan de hand van onder andere lichaamsconditie (BCS), mestscore, locomotie en uiergezondheid.

Uit de metingen blijkt dat de BCS gemiddeld stabiel bleef tussen 2,8 en 3,2, ongeacht het eiwitniveau. Wel werden er verschillen vastgesteld afhankelijk van het lactatiestadium en het aantal keren dat een koe had gekalfd. Ook op het gebied van kreupelheid (locomotiescore) en antibioticagebruik werden nauwelijks negatieve effecten waargenomen.

„We zagen geen signalen dat de gezondheid van het melkvee achteruitging bij een lager eiwitgehalte. De verschillen tussen bedrijven zijn groter dan die tussen de eiwitklassen,” zegt Axel van Ruitenbeek, dierenarts en projectleider bij Wageningen University & Research op Koeeneiwit.nl.

Kalveren starten gezond, ook bij lager eiwitgehalte

Bij kalveren richtte het onderzoek zich op het geboortegewicht en de kwaliteit van de biest. Beide bleven binnen de normale waarden, ook wanneer het eiwitgehalte in het droogstandsrantsoen van de moeder lager was. Bekende factoren zoals het aantal kalvingen van de moeder en het tijdsverloop tussen afkalven en biestopname bleken meer invloed te hebben dan het eiwitgehalte zelf.

De biestkwaliteit, gemeten met een BRIX-meter, liet stabiele scores zien. Ook de drachtduur bleef gelijk over de verschillende eiwitklassen.

Van Ruitenbeek benadrukt dat het verlagen van het eiwitgehalte wel zijn grenzen kent: „De melkproductie vormt eerder het kantelpunt dan de gezondheid. Maar zolang die niet daalt, is er ruimte om efficiënter met eiwit om te gaan.”

Beeld: Ingrid Sweers

Bron: Koe&Eiwit

Tags
MelkveeDiergezondheidVoerGrasMais