Sterke Erven Logo
Kennispartner

Tijdsduur van mestopslag

Serie ‘methaan uit mest’ – deel 5

Kennispartner3 min
In drijfmest zetten methaanvormende bacteriën organische stof (vooral afkomstig van voer dat niet volledig verteerd is) om in methaan. Dit proces gebeurt niet van de een op de andere dag. Het kan maanden duren voor alle methaan is gevormd. Buiten het bemestingsseizoen wordt mest 6 tot 9 maanden opgeslagen, waardoor bacteriën ruim de tijd hebben om methaan te produceren. Een kortere tijdsduur van mestopslag zorgt er voor dat bacteriën niet genoeg tijd hebben om organische stof af te breken. Hoe korter de opslagduur, hoe minder methaanvorming.
Lees deel 4: temperatuur van de mest
Lees het online magazine

Verkorten mestopslagperiode

Het verkorten van de mestopslagperiode kan op twee manieren:

1. In de stal direct de mest naar een gesloten opslag afvoeren

2. Mest direct op het land terecht laten komen

1. In de stal direct de mest naar een gesloten opslag afvoeren

Veel emissiearme stalsystemen zijn zo bedacht dat mest of urine snel wordt afgevoerd van de vloer naar een opslag. Om een effectieve verlaging van de emissies te bereiken zijn verschillende aspecten belangrijk. Voor ammoniak is het besmeurde oppervlak en de luchtverversing boven het oppervlak van belang. De vloer moet dus zo schoon mogelijk zijn (geen resten urine) en in de opslag moet vrijwel geen luchtverplaatsing zijn (bijvoorbeeld een afgedekte mestsilo).

Voor methaan ligt dit anders. De methaanvorming kost meer tijd en is vooral gerelateerd aan de hoeveelheid mest die blijft liggen. Een schoon oppervlak is vanuit het oogpunt van methaan minder belangrijk.

De mestopslag moet daarentegen niet alleen afgedekt zijn, maar ook gasdicht zijn om methaanemissie te voorkomen. Afdekken alleen, ook gasdicht, (= beperken luchtverversing) helpt niet tegen methaanproductie. Om latere emissie van methaan te voorkomen, dient het methaan afgevangen en behandeld te worden.

Lees meer over het afvangen en behandelen van methaan op de pagina ‘methaan oxideren'.

2. Mest direct op het land terecht laten komen. Weidegang bij melkvee.

De mest die in de weide wordt uitgescheiden komt niet in een anaerobe (zuurstofloze) omgeving en er vormt dus vrijwel geen methaan. De opslagperiode is dan vrijwel nul. Omdat urine direct in de grond kan trekken, komt het niet in aanraking met mest. Hierdoor is ook de ammoniakemissie veel lager in de weide.

De beschreven maatregelen maken (nog) geen onderdeel uit van de aanpak van het Netwerk. Ze worden gezien als kansrijke maatregelen voor emissiereductie. In het vervolg van het Netwerk wordt verder onderzoek gedaan naar hun toepasbaarheid en effectiviteit onder verschillende praktijkomstandigheden.

De beschreven maatregelen maken (nog) geen onderdeel uit van de aanpak van het Netwerk. Ze worden gezien als kansrijke maatregelen voor emissiereductie. In het vervolg van het Netwerk wordt verder onderzoek gedaan naar hun toepasbaarheid en effectiviteit onder verschillende praktijkomstandigheden.

Beeld: Harry Kolenbrander

Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl

Tags
MelkveeStalinrichtingMechanisatieMarktMaatschappijRegelgevingPolitiek
Logo Netwerk Praktijkbedrijven

Netwerk Praktijkbedrijven

Ruim 100 melkveehouders zetten in Netwerk Praktijkbedrijven stappen om de uitstoot van ammoniak en methaan te verminderen. Vanaf 2021 combineren zij praktijkonderzoek en een integrale aanpak om een pakket met haalbare maatregelen samen te stellen. De basis ligt bij rantsoen, maar ook stal, beweiding en het uitrijden en opslaan van mest worden onderzocht. Wat werkt en wat werkt niet? Volg de ontwikkelingen van de deelnemers en ontdek wat past bij jouw bedrijf.

Netwerk Praktijkbedrijven is een initiatief van LTO Noord en Wageningen University & Research en maakt deel uit van het programma ‘Integraal Aanpakken’. Het project wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).