Lage melkprijs en mestkosten drukken vertrouwen melkveehouders

Ondanks de stijging van de vertrouwensindex aan het begin van dit jaar ligt het huidige vertrouwen met 7 punten nog ruim onder het langjarig gemiddelde van 11 punten.
Stemming in de sector steeds negatiever
De stemming was begin 2025 erg positief waardoor de stemmingsindex in het derde kwartaal opliep tot 41 punten. Na de snelle daling van de melkprijzen daalde de stemmingsindex in het vierde kwartaal van 2025 met 17 punten. Begin 2026 is nog steeds sprake van een negatieve stemming al is het minimaal. De stemmingsindex daalde in de eerste maanden van 2026 met bijna 2 punten en kwam daarmee net onder het langjarig gemiddelde van 22,5 punten uit.
De indicator met betrekking tot de verwachting voor de middellange termijn daalde sterk in derde en vierde kwartaal van 2025, maar herstelde zich in het eerste kwartaal van 2026 met 15 punten. Waarmee de indicator voor de middellange termijn op dit moment min 6 punten aantikt. De stemmingsindex en de indicator voor de middellange termijn vormen samen de Agro Vertrouwensindex, die in het eerste kwart van dit jaar ruim 8 punten toenam.
Lage melkprijs belangrijkste reden voor het dalen van het vertrouwen
Sectordeskundige Jakob Jager van Wageningen Universiteit gaat ervan uit dat de lage melkprijs de belangrijkste reden is voor de negatieve stemming. Aan het eind van het eerste kwartaal lijken de melkprijzen weer wat uit het dal te klimmen. De melkaanvoer neemt echter nog steeds toe. Zowel binnen Europa (plus 4,5 procent), als daarbuiten, waar de toename schommelt tussen 6 en 10 procent. De toegenomen mestkosten drukken eveneens de stemming in de sector. In 2020 betaalde een gemiddelde veehouder nog minder dan 5.000 euro per jaar voor het afvoeren van mest. In 2025 is dat bedrag inmiddels opgelopen tot 25.000 euro en de verwachting is dat daar dit jaar nog eens 5.000 tot 10.000 euro aan extra kosten bijkomt.
Als lichtpuntje voor de mestprijzen noemt De Jager het afnemende aantal varkens in ons land. Dat zou enige verlichting kunnen brengen op de mestmarkt, hoewel hij niet verwacht dat het voldoende is om alle extra af te zetten hoeveelheden rundveemest te compenseren.
Oplopende melkprijzen maart en april geven sector hoop
De licht oplopende melkprijzen in maart en april zorgen voor een stijging van de toekomstverwachtingsindex in 2026. Deze index is voor het eerste kwartaal van 2026 becijferd op -6 punten. Dat is hoger dan in het derde en vierde kwartaal van 2025, maar lager dan het langjarig gemiddelde.
Wat vooral opvalt in de melkprijsontwikkeling is de hoge prijs die handelaren betalen voor weipoeder. De oplopende vraag naar proteïnedrankjes drijft de prijs van weipoeder op en zorgt voor een tweedeling in de ontwikkeling van de zuivelnoteringen.
Melkveehouders kijken negatief terug op 2025
De stijgende kosten en een dalende melkprijs maken dat veel melkveehouders negatief terugkijken op het afgelopen jaar. De stemming onder de melkveehouders is sinds 2023 niet meer zo negatief geweest.
In het eerste kwartaal van 2026 lijkt het tij gekeerd en is er sprake van meer optimisme. De conjunctuurindex, die aangeeft of de economie groeit of krimpt, steeg het eerste kwartaal met 24 punten. Wel maken veel melkveehouders zich nog zorgen over de almaar oplopende kosten. De verwachtingen ten aanzien van de melkprijsontwikkeling zijn positief.
Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Eline Mekelenkamp
Bron: Agrimatie




