Opinie melkveehouder en Agractie-bestuurslid Sjoerd Mensonides
De prijs van meebuigen

Het is even voor zessen als ik nog wakker lig. Mijn gedachten dwalen weer af naar die ene Kamerbrief van 26 juni. De ammoniaknorm. De GVE-norm per hectare. De zonering. Het pakket waarmee boeren voor de bus worden gegooid. Het besef daarvan lijkt bij veel collega’s nog maar langzaam in te dalen.
Ik rekende uit wat dit voor mijn bedrijf betekent. Ik zit op 20 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat en boven de 0,30 kilo ammoniak per kilo fosfaatrecht.
Dan begint de rekensom.
Een Lely Sphere? Zo’n 600.000 euro, zonder verdienmodel.
Een koetoilet? Nog eens ongeveer 600.000 euro.
Vergisten, strippen en aanverwante technieken? Ongeveer 1,2 miljoen euro. Je houdt er wat kunstmestvervanger aan over, maar zonder RAV-code is het geen structurele oplossing.
Meer weidegang? Niet haalbaar.
Water toevoegen aan de mest? Doen we al.
Ruw eiwit op 160 en ureum rond de 18? Doen we ook al.
Managementmaatregelen? Die leveren nauwelijks iets op.
Dan blijven er nog twee smaken over:
Fosfaatrechten bijkopen: 8.000 rechten à 240 euro. Bijna 1,9 miljoen euro.
Of koeien wegdoen. Dat kost me ongeveer de helft van mijn productie: zo’n 1,5 miljoen kilo melk en ongeveer 700.000 euro omzet.
En wat levert dat de natuur op?
Volgens Aerius nog geen 0,5 mol stikstofdepositie.
Een half ganzenpoepje.
Het wrange is dat deze ammoniaknorm per kilo fosfaat mede voortkomt uit het bouwstenenplan van LTO en NAJK, waarin een reductie van 42 tot 46 procent werd aangeboden. Dan is het logisch dat LTO nu vooral probeert bij te schaven. Maar als het fundament niet deugt, blijft elk compromis bouwen op drijfzand.
Als het fundament niet deugt, blijft elk compromis bouwen op drijfzand
Ook binnen LTO weet men dat de onderbouwing tekortschiet. Dat de natuurdoelanalyses (NDA's) niet deugen. Dat het rekenmodel wordt gebruikt voor iets waarvoor het nooit bedoeld was. Dat generieke reductie op grote afstand nauwelijks aantoonbaar effect heeft. En toch wordt de gekozen route niet principieel afgewezen. Men zet in op wat aanpassingen in de marge.
Daar wringt het.
Wat wil LTO? Meepraten en de scherpe randjes eraf, maar ondertussen wel blijven koersen op een route die boerenbedrijven kapot reguleert? Of een keer een duidelijke grens trekken. Dan maar níet meepraten. Een impasse is óók een onderhandelingsstrategie.
Zolang LTO vasthoudt aan kleine aanpassingen binnen dezelfde koers, blijft de sector verdeeld. En precies van die verdeeldheid maken bestuurders, ambtenaren en politiek dankbaar gebruik. In de buitenwereld ontstaat het beeld dat ‘de boeren aan tafel zitten’ en de gekozen richting dus in grote lijnen accepteren.
Van de verdeeldheid maken bestuurders, ambtenaren en politiek dankbaar gebruik
Misschien is dat ook wel de traditie van LTO: uitgaan van de politieke werkelijkheid, hoe discutabel die ook is. Ik merk dat ik zelf soms ook twijfel. Moet ik accepteren dat dit de nieuwe werkelijkheid is? Dat dit nu eenmaal de koers is? Er is immers een meerderheid in de politiek voor dit onzalige plan. Die gedachte hoor je vaker: ‘Leg je er gewoon bij neer.’ Maar als ik iets accepteer waarvan ik ervan overtuigd ben dat het inhoudelijk niet klopt, voelt dat als meewerken aan mijn eigen ondergang.
Als ondernemer zal ik mij uiteindelijk toch moeten voegen. Doe ik dat niet, dan hangen boetes van tienduizenden of zelfs honderdduizenden euro’s boven mijn hoofd. Of ik moet vertrekken. Misschien toch maar eens informeren hoe het is om als boerenvluchteling in Zweden te beginnen.
Tekst: Sjoerd Mensonides, Melkveehouder en bestuurslid bij Agractie


