ING ziet groeiende risico’s voor landbouw door dure kunstmest

Economen Thijs Geijer en Warren Patterson schrijven op de website van de bank dat een groot deel van de wereldwijde handel in kunstmest en grondstoffen voor kunstmest afhankelijk blijft van het Midden-Oosten. Zolang de situatie in de regio onzeker blijft, blijft ook de beschikbaarheid van kunstmest kwetsbaar. De bank verwacht daarom dat de druk op de markt kan aanhouden, zelfs als de directe spanningen afnemen.
Boeren besparen vooral op fosfaat- en kalimestoffen
Voor boeren vormt vooral de prijsontwikkeling een aandachtspunt. De verhouding tussen kunstmestprijzen en gewasprijzen is volgens ING aanzienlijk verslechterd ten opzichte van enkele jaren geleden. Daardoor neemt de kans toe dat boeren minder kunstmest gaan gebruiken.
De International Fertilizer Association verwacht dan ook een daling van het wereldwijde kunstmestgebruik in seizoen 2026/2027.
Volgens de onderzoekers zullen boeren daarbij niet op alle soorten meststoffen hetzelfde reageren. De vraag naar stikstofmeststoffen blijft doorgaans relatief stabiel, omdat deze direct van invloed zijn op de opbrengst.
Op fosfaat- en kalimeststoffen wordt sneller bespaard, omdat de gevolgen van een lagere gift daarvan vaak pas op langere termijn zichtbaar worden in de bodemvruchtbaarheid en gewasontwikkeling.
Ruime voorraden granen en soja
De gevolgen van hogere kunstmestprijzen zullen niet overal gelijk zijn. Boeren in ontwikkelde landbouwregio’s, waaronder de Europese Unie, beschikken doorgaans over meer mogelijkheden om prijsstijgingen op te vangen.
Ook hebben veel Europese boeren hun kunstmest voor het lopende seizoen al eerder vastgelegd. Daardoor verwacht ING voor dit jaar geen grote effecten op de opbrengsten in Europa.
Op de korte termijn worden de landbouwmarkten bovendien ondersteund door relatief ruime voorraden van granen en soja. Daardoor acht de bank de kans op een forse prijsstijging zoals in 2022 beperkt. De huidige marktfundamenten blijven volgens de onderzoekers voorlopig gunstig. Voor de tweede helft van 2026 rekent ING op maïsprijzen tussen 4,50 en 5 dollar per bushel (ongeveer 25 kilogram). Daarbij wordt wel uitgegaan van krappere wereldwijde voorraden.
Voor soja verwacht de bank een prijsniveau van 11 tot 12 dollar per bushel (ongeveer 27 kilogram). Door een groter areaal en hogere productie kunnen de prijzen van soja volgens de onderzoekers onder druk blijven staan.
Op de tarwemarkt zijn de prijzen in de Verenigde Staten weliswaar gestegen door tegenvallende oogstvooruitzichten, maar wereldwijd blijft de markt volgens ING voldoende voorzien, waardoor de prijsstijging mogelijk weer deels wordt ingeleverd.
Gevolgen ook voelbaar voor de veehouderij
De grootste risico’s verschuiven volgens ING naar de tweede helft van 2026 en 2027. Vooral landen op het zuidelijk halfrond zijn kwetsbaar als verstoringen in de kunstmestaanvoer langer aanhouden. Brazilië, dat ongeveer 85 procent van zijn kunstmest importeert, wordt daarbij expliciet genoemd.
Wanneer boeren daar minder kunstmest kunnen gebruiken of besluiten meer soja en minder maïs te telen vanwege de lagere kunstmestbehoefte van soja, kan dat gevolgen hebben voor de mondiale beschikbaarheid van voedergrondstoffen.
Dat risico raakt niet alleen de akkerbouw. ING wijst erop dat een verschuiving van maïs naar soja in Brazilië de mondiale maïsmarkt verder kan verkrappen. Omdat maïs een belangrijke grondstof is voor veevoer, kunnen de gevolgen ook voelbaar worden voor de veehouderij en de dierlijke eiwitsector.
Daar komt volgens ING nog een mogelijk El Niño-weerfenomeen bovenop. Als droogte of andere weersverstoringen de opbrengsten drukken op hetzelfde moment dat het kunstmestgebruik afneemt, kan dat leiden tot een veel sterkere prijsreactie op de wereldmarkt.
Europese steun voor zwaarst getroffen boeren
Voor Europa ziet de bank op dit moment geen directe problemen met de beschikbaarheid van kunstmest. De EU beschikt over voldoende voorraden stikstofkunstmest en de productie draait ondanks hogere gasprijzen door.
Wel waarschuwt ING dat boeren en agribedrijven geleidelijk meer worden blootgesteld aan hogere marktprijzen wanneer de huidige voorraadpositie afneemt. De Europese Commissie heeft inmiddels een Fertiliser Action Plan gepresenteerd, waarmee ondersteuning wordt geboden aan boeren die het zwaarst worden geraakt door de hogere kosten.
Volgens ING doen boeren en agribedrijven er goed aan zich voor te bereiden op grotere marktvolatiliteit. Dat kan onder meer door prijzen voor kunstmest, brandstof en gewassen eerder vast te leggen via termijnmarkten of langlopende contracten. Daarnaast kunnen stijgende prijzen leiden tot hogere financieringsbehoeften, waardoor bedrijven rekening moeten houden met een toenemende vraag naar werkkapitaal in de komende kwartalen.
Landen stellen exportbeperkingen in
De bank wijst daarnaast op bredere structurele ontwikkelingen. Langdurige druk op de winstgevendheid van landbouwbedrijven, gecombineerd met de vergrijzing van de agrarische bevolking, kan volgens ING leiden tot verdere schaalvergroting en consolidatie in de sector.
Ook neemt volgens de onderzoekers het risico toe dat landen exportbeperkingen instellen om de eigen markt te beschermen. Rusland en China hanteren al beperkingen op kunstmestexporten, terwijl ook op de voedselmarkt protectionistische maatregelen van landen als India niet worden uitgesloten.
Per saldo verwacht ING geen onmiddellijke schok op de landbouwmarkten, maar wel een geleidelijke opbouw van risico’s. Hogere kunstmestkosten kunnen leiden tot lagere giften, waardoor opbrengsten onder druk komen te staan en het aanbod van landbouwproducten op termijn krimpt.
Volgens de bank ligt het zwaartepunt van die risico’s niet in het huidige teeltseizoen, maar vooral in de periode vanaf eind 2026 en in 2027.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: ING



