Rechter stelt oordeel over Brabantse stallendeadline uit

Die deadline valt op 1 juli. Een groep boerenvertegenwoordigers, de Stichting Stikstofclaim (SSC), Agractie, de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) en de Dutch Dairymen Board (DDB), wilde in een kort geding voor elkaar krijgen dat dat besluit ongeldig werd verklaard. Zij stelden dat boeren honderdduizenden euro’s moeten investeren om aan de door de provincie gewenste maatregelen voldoen, terwijl die maatregelen voor de rechter zullen sneuvelen. Daarom, stelden de organisaties, kan de provincie dit niet van hen eisen.
ZLTO en de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) hadden ook een kort geding ingesteld. Zij eisten geen intrekking van het besluit, maar wel een uitstel van de deadlines. De provincie heeft boeren - met de deadline voor meldingen van 1 juni - onvoldoende tijd gegeven om een melding te doen van hun plannen, inclusief het inleveren van een hele berg gegevens. Een melding, met alle bijlagen, kan tientallen of honderden pagina’s beslaan, stelde hun advocaat, en daarbij zijn niet alle gegevens eenvoudig te vinden. „Adviesbureaus hebben alles op alles gesteld om zoveel mogelijk meldingen te kunnen doen, maar vrijwel geen enkele ingediende melding is compleet, terwijl voor veel veehouders nog geen melding is gedaan.” De opgave, zei hij, was eenvoudig te groot.
Ook de termijn om voor 1 juli daadwerkelijk ammoniakuitstoot gereduceerd te hebben, stelden de organisaties, is onhaalbaar. Zij vroegen om een uitstel van de deadline voor de melding die minimaal duurt tot 1 januari 2027, en een deadline voor daadwerkelijke reductie die nog later ligt.
'Emissiereductie komt niet van de grond'
In haar verweer wees de provincie erop dat een groot deel van de Brabantse Natura 2000-gebieden overbelast zijn door stikstof. Elke maand dat die situatie blijft, verslechtert de natuur verder, betoogde de advocaat van de provincie, en daarom is verder uitstel niet verantwoord. Met het stallenbesluit wil Brabant de natuur beschermen en tegelijk Brabant van het stikstofslot halen, zonder de belangen van boeren uit het oog te verliezen.
Daarbij komen de maatregelen niet uit de lucht vallen, stelde de advocaat; emissiereductienormen zijn al sinds 2010 onderdeel van het Brabantse beleid, en de verplichting om ouder stallen te vervangen door emissiearme stallen is er al sinds 2017.
„Maar de emissiereductie die de provincie al zo lang nastreeft, komt maar heel beperkt van de grond”, vertelde de advocaat, „omdat veehouders hun reductiemaatregelen steeds combineerden met bedrijfsuitbreiding.”
Om die patstelling te doorbreken, schrapt de provincie in het stallenbesluit de mogelijkheid om door nieuwe stalsystemen ontstane stikstofruimte op te vullen met meer vee. Volgens hem vervalt daarmee de vergunningsverplichting, en zo kan de sector verduurzamen en komt de provincie van het stikstofslot af.
Maar de boerenorganisaties hebben daar grote vraagtekens bij. ZLTO sprak van grote twijfels over de juridische houdbaarheid van het stallenbesluit, SSC noemde het een Brabantse proefballon die voor de rechter zeker gaat sneuvelen.
Rechter wacht op stikstofplannen
De boerenorganisaties wezen er bovendien op dat het kabinet deze vrijdag, 26 juni, zijn stikstofplannen bekend zal maken. En die gaan ongetwijfeld botsen met de Brabantse maatregelen, argumenteerden ze; boeren krijgen dan van twee kanten maatregelen opgelegd. Daarom is een stallendeadline die nog geen week na de bekendmaking van die plannen valt, veel te vroeg.
De rechter ging daarin mee. Hij wil een week wachten om te kijken of, en in hoeverre, die plannen botsen met de stallendeadline, vertelde hij. Als dat meevalt, zal hij over een maand met een uitspraak komen; als blijkt dat de regeringsplannen grote impact hebben op de Brabantse maatregelen, wordt de zaak voortgezet in een nieuwe ronde, waarin de partijen op de plannen van het kabinet kunnen reageren.
Het uitstel ontslaat boeren niet van de plicht tot het doen van een melding, oordeelde de rechter, maar de provincie mag daar niet op handhaven. De provincie zegde toe zich daaraan te zullen houden.
Wim van Gruisen
Zoon van een Zuid-Limburgse pluimveehouder met eigen slachterij, geschoold als econoom. Sinds 2011 in dienst van Agrio, waar hij artikelen schrijft voor de regio- en vakbladen en de Agrio-websites. Zijn focus lag aanvankelijk op landbouweconomie, tegenwoordig vooral op de Haagse en Brusselse politiek.
Beeld: Susan Rexwinkel

