Helft daling stalemissies komt door opkoopregelingen, rundveehouderij blijft achter

Volgens de Rekenkamer daalden de totale stalemissies in de onderzochte periode van 59,9 naar 49,2 kiloton ammoniak. Van de totale afname van 10,7 kiloton komt 5,3 kiloton voor rekening van bedrijven die deelnamen aan regelingen zoals de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Lbv-plus, de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (SRV) en de Maatwerkaanpak Gerichte Aankoop (MGA).
Hoewel deze regelingen, waaraan 1.329 veehouders deelnamen, een grote bijdrage leverden, signaleert de Rekenkamer een structurele onderbesteding. Van de in totaal 4,2 miljard euro aan beschikbaar budget bleef 1,6 miljard euro (38 procent) onbenut. Dit komt doordat veehouders zich terugtrekken uit de beëindigingsregelingen nadat ze zich hebben aangemeld, omdat onder andere de marktomstandigheden vanaf 2024 verbeterden en er politieke instabiliteit was.
Het onbenutte geld vloeit terug naar de algemene middelen omdat veel veehouders hun aanvraag na aanmelding alsnog intrekken. Met dit ongebruikte bedrag had volgens de onderzoekers nog eens 3,3 kiloton aan extra emissiereductie gerealiseerd kunnen worden.
Rundveehouderij grootste uitstoter, maar levert minste reductie
De afname verschilt per sector. In de rundveehouderij nam het aantal dieren met 7 procent af, terwijl de stalemissies met 11 procent daalden. In de pluimveehouderij daalde het aantal dieren met 14 procent en de stalemissies met 20 procent. De sterkste afname was zichtbaar in de varkenshouderij, waar het aantal dieren met 28 procent terugliep en de stalemissies met 35 procent. Volgens de Rekenkamer laat dit zien dat de uitstoot niet alleen daalt door minder dieren, maar ook door andere maatregelen zoals emissiearme stalsystemen en andere innovaties.
Tegelijkertijd constateert de Rekenkamer dat de rundveehouderij achterblijft bij de vermindering van de stikstofuitstoot. Hoewel rundveebedrijven verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de stalemissies, is de afname van zowel dieraantallen als emissies kleiner dan in de varkens- en pluimveehouderij.
Landelijk is 57 procent van alle stalemissies afkomstig van rundvee. Ter vergelijking: pluimvee is verantwoordelijk voor 19 procent van de emissies en varkens voor 18 procent. Ondanks die dominante bijdrage daalden de emissies uit de rundveehouderij met 11 procent, tegenover 20 procent in de pluimveehouderij en 35 procent in de varkenshouderij.
Opkoopregelingen bereiken rundveehouder weinig
De Rekenkamer wijt de beperkte deelname van melkveehouders aan beëindigingsregelingen. Sinds 2019 maakte 2 procent van de rundveehouders gebruik van een beëindigingsregeling. Bij pluimveehouders lag dat aandeel op 5 procent en bij varkenshouders op 8 procent. Daardoor bereiken de opkoopregelingen juist de sector die de grootste bijdrage levert aan de ammoniakuitstoot relatief weinig.
Volgens de Rekenkamer is dat ook zichtbaar in de omgeving van Natura 2000-gebieden. Binnen één kilometer van kwetsbare natuurgebieden is zelfs 69 procent van de stalemissies afkomstig van rundveebedrijven. De onderzoekers concluderen daarom dat de rundveehouderij een sleutelrol speelt bij verdere stikstofreductie, terwijl de huidige beëindigingsregelingen deze groep vooralsnog slechts beperkt weten te bereiken.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Natasja Beverloo

