Nieuwe zetmeelrassen met dubbel doel voor vlokkenindustrie
1102 min
Rassen met een dubbel doel voor zowel de zetmeelverwerking als de vlokkenindustrie mogen op extra interesse rekenen. Volgens directeur Lammert Buwalda van pootgoedhandelshuis Semagri is de meerprijs voor de vlokkenindustrie belangrijk voor boeren in het zetmeelgebied. Vorige week presenteerde zetmeelaardappelspecialist Jarke Kruize van Semagri de Semagri-rassen in het Drentse Borger.
Handelshuis Semagri ziet vooral meer in zetmeelrassen die wat extra opleveren voor de telers, zegt directeur Lammert Buwalda.
Volgens Semagri-directeur Lammert Buwalda zijn de rassen Saprodi, Supporter en Sarion de sterke dubbeldoelers in het rassenpakket. „Het zijn rassen die we nog aan het opbouwen zijn. Pootgoed is nog beperkt, maar we hebben wel enorme hoeveelheden miniknollen gezet.”
Belangrijk is volgens Buwalda dat de rassen volledig resistent zijn tegen nematoden en wratziekten. „Deelresistent is niet genoeg voor onze afnemers.”
Telers in het zetmeelgebied krijgen volgens Buwalda geen royale prijs voor de aardappelen en zoeken dus naar hoogwaardige afzet.
Hoe groot de arealen van de nieuwe rassen kunnen worden weet Buwalda nog niet. De vraag is er en de beperking is nu dat er maar één vermeerdering per jaar kan plaatsvinden, aldus de Semagri-directeur.
De knolzetting kan dit jaar per ras verschillen. Het ene ras blijkt gevoeliger voor koude, droogte of de hittegolf dan het andere. Misschien beperkt het de vermeerdering van poters, maar de prijs zal beter zijn, zeker nu consumptieprijzen in Zuid-Europa wat aantrekken. Dat geldt dan natuurlijk vooral voor de consumptierassen. Sarion is voor zetmeel en vlokken.
In het noorden hebben de gewassen minder last van de droogte gehad. Jarke Kruize meldt dat in het zuidwesten de stand minder goed is. „Een vroeg ras valt daar bijna om”, zag hij vorige week.
Met Dartiest begon Semagri de zetmeelmarkt te ontdekken. Vijf jaar geleden nam het handelshuis het assortiment van Sloots over.
Jarke Kruize van Semagri bespreekt de prestaties van de rassen onder veldomstandigheden.
Lammert Buwalda verwacht minder knollen. „Vorig jaar was het tal 12 tot 14 per plant, nu eerder 8 tot 10.” Wat het weer nu doet met de aardappelen moet nog blijken. Buwalda denkt dat bij enige doorwas de gewassen nog genoeg hersteltijd hebben tot de oogst.