TopBodem-deelnemers bezoeken project BASIS in Lelystad
602 min
De deelnemers aan het project TopBodem brachten woensdagmiddag een bezoek aan het de langjarige proeven met gereduceerde grondbewerking in Lelystad (BASIS). Onderzoeker Derk van Balen (WUR, Wageningen Plant Research) besprak met hen wat de gevolgen zijn van niet-kerend werken in gangbare en biologische systemen. Niet-kerende grondbewerking is positief voor de beschikbaarheid van stikstof in de bovenlaag van de grond, voor bodemleven, draagkracht van de grond en het kan besparen op energie. Daartegenover staat wel dat met name de fijnzadige en gevoelige teelten, Van Balen noemt in dat verband zeker de peen, minder opbrengen in een niet-kerend systeem. Er zijn grote jaarverschillen. De proef loopt sinds 2009.
Bekijk de foto's
Van Balen toont dat de kluiten steviger zijn in niet-kerende delen van de proeven. Dat heeft als nadeel dat peen er moeilijker groeit.
Samen met de TopBodem-deelnemers kijkt Van Balen naar het verschil met geploegde grond.
Van Balen zou wel wat meer systemen willen toevoegen aan de proef. Hij denkt aan ruggenteelt, strokenteelt en het werken met de ekoploeg. Zo zijn de voordelen van een fijner bed te combineren met minimale grondverplaatsing.
In de proeven van BASIS werken de onderzoekers vooral met vaste rijpaden. De werkbreedte is 3,15 meter. Nadeel is dat werkzaamheden niet allemaal op deze breedte kunnen, met name het rooien.
Het is in de proeven niet de bedoeling biologisch en gangbaar te vergelijken. Volgens Van Balen is voor een opzet gekozen waarin gangbare telers hun bouwplan herkennen en biologische dat van hen op de biologische delen.
Het verschil tussen ploegen (rechts) en niet-kerend met woelen. Woelen in combinatie met niet ploegen pakt vaak goed uit in de opbrengsten.