Druppelirrigatie staat voor de buitenteelten in Nederland in de kinderschoenen. Technisch hebben de boeren die meedoen aan het experiment nog wat ervaring op te doen. Bij de rondleiding langs uien, pootgoed en lelies die Delphy gisteren hield bleek wel dat uien en pootgoed gelijkmatig en uniform doorgroeien. In de lelies ontdekten de deelnemers aan het project dat de druppelirrigatie ook een middel kan zijn tegen vorstschade.
Bekijk de foto's en lees meer over druppelirrigatie in akkerbouw en bollen
De kleine slangetjes brengen water tot vlak naast de uien. Het is de bedoeling dat dit een besparing op het water oplevert. Het water komt gericht bij het gewas en minder bij het onkruid. Voor de werking van bodemherbiciden is dit dus iets om rekening mee te houden. Die hebben water nodig voor effectieve werking. Dan is dus meer water nodig om tussen de rijen het onkruid te bereiken.
In de lelies blijkt druppelirrigatie een handige methode om vorstschade te beperken. Vliesdoek werkt volgens lelieteler Edwin Nieuwenhuis uit Hoornsterzwaag het beste, maar de capaciteit van vorstbescherming neemt wel toe met druppelirrigatie. Met vliesdoek kan hij alleen misschien 10 hectare afdekken. Druppelirrigatie wil misschien op al zijn hectares.
In het pootgoed van Jantinus Beijering uit Schoonloo ligt ook een proef met druppelirrigatie. Hij hoopt een goede kwaliteit en maatsortering te krijgen door deze methode.
Sigrid Arends van Delphy laat de druppelslang zien. De grote toevoerslangen zijn minder kwetsbaar. Daar kan de trekker overheen rijden als er geen druk op staat. De zwarte druppelslangen liggen door het uienbed, twee per bed. Voor het rooien moeten ze eruit. Ze zitten vast met een soort haringen. Die pennen moet de teler ook uit het perceel krijgen.
De uien die twee weken geleden gerooid zijn waren met druppelirrigatie wat groter gegroeid. Dat verschil is nu kleiner. Het loof is met druppelirrigatie een centimeter langer. Jacob Dogterom van Delphy gaf uitleg bij de uien. Achter de uien staat Arie-Jan Broere van Broere Beregening, die technische begeleiding bij de experimenten geeft.
Peter Raatjes legt uit hoe de sensoren in het veld meten aan de vochtgehaltes op verschillende dieptes. De metingen helpen bij het kiezen van de juiste momenten in het seizoen om de druppelirrigatie aan te zetten. Via een app op de telefoon krijgt de teler advies.
Sigrid Arends laat vliegtuigbeelden van het perceel zien. Op hete dagen blijkt de temperatuur op de stukken met druppelirrigatie 2 tot 3 graden lager te blijven.
René Speelman ziet dat het gewas eerder klaar is waar hij druppelirrigatie gebruikt. De begingroei is uniformer. De verschillen in opbrengst bij het rooien gaan de projectdeelnemers nog bepalen.
In de aardappelen voegen de onderzoekers ook meststoffen, plantversterkers en gewasbeschermingsmiddel toe. Daarvoor is een aparte pomp per proefveld nodig.
In de veldjes pootgoed van Beijering is wat kleurverschil zichtbaar. Wat verschillende behandelingen met de opbrengst doen wordt later bepaald bij de oogst.
De grond is goed en de aardappelen hebben geen vochtgebrek geleden. Op het deel zonder druppelirrigatie is dit een beeld van de sortering.
Bij druppelirrigatie lijken meer knollen goed in de maat te vallen.
Bij Beijering werkt het hele systeem op een groep zonnepanelen. Daarvan is één nodig voor de regelunit en de rest voor de pompen.
Op het perceel van Beijering krijgt het pootgoed dus ook plantversterkers, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen via de druppelleidingen. Nadeel van het zonnesysteem is dat bij het geven van toevoegingen op een bewolkte dag de zonnestroom onvoldoende kan zijn.
Ook hier gebruikt de teler de sensordata voor bepaling van het juiste moment van irrigatie.
Lelieteler Edwin Nieuwenhuis (links) wil doorgaan met de toepassing van de druppelirrigatie. De vorstbescherming is een handige bijwerking.
Op het leliebedrijf koos het team voor sterkere en herbruikbare slangen, omdat de vogels in de lichte en goedkopere slangen gaatjes pikten.