Sterke Erven Logo
17

Demonstratie alternatieven sleepvoetbemesten

1704 min
Melkveehouders op klei- en veengrond moeten op zoek naar een alternatief voor de sleepvoetbemester. De minister heeft twee alternatieve systemen goedgekeurd. Tijdens een themadag van PPP-Agro in Zegveld (UT) gingen adviseur Sjon de Leeuw en WUR-onderzoeker Gerard Migchels uitvoerig in op de thematiek. Daarbij demonstreerden ze verschillende bemestingstechnieken.
De Leeuw begint zijn bijdrage met de gedachte achter het sleepvoetverbod. „Het stikstofplafond is overschreden. Er moet wat gebeuren. Of we nu willen of niet.” Hij laat de veehouders eerst zien dat een goede verdeling van mest belangrijk is. Zijn verhaal maakt hij visueel door een kannetje water van 1 liter op een 1 vierkante meter te verdelen. „Dat komt ongeveer neer op 10 kuub per hectare. Geconcentreerd op een plek is dat heel veel.”
De Leeuw belicht eerst de mogelijkheden. Hij vertelt dat er drie hoofdrichtingen zijn. Of de mest één op twee verdunnen met water, of veelweiden met minimaal 2.400 uur per jaar, of eiwitarm voeren. Migchels vult aan dat verdunnen een aanzienlijke reductie oplevert van ongeveer 40 procent. Op de vraag wie minimaal 2.400 uur weidegang toepast, steekt slechts een enkeling de vinger op. De conclusie is dan ook dat dit voor veel bedrijven niet haalbaar is. „Deze weidenorm ligt veel te hoog. LTO heeft nog wel geprobeerd het aantal uren naar beneden te krijgen, maar dat is niet gelukt”, vertelt De Leeuw.
Mest moet in een gesloten circuit in de grond, zo wil de overheid. Dit betekent het liefst met de zodebemester. Dan brandt de discussie los. „Ik heb het wel eens geprobeerd, maar je snijdt de zode open en de scheuren worden naar verloop van tijd groter”, vertelt een van de veehouders zijn ervaring. Een andere veehouder valt hem bij. De Leeuw denkt daar toch anders over. „Over het algemeen zal dat wel meevallen. Bij zodebemesten snij je niet door het wortelpakket heen.”
Gerard Migchels vertelt dat zodebemesten bij ongunstige omstandigheden nog meer emissie geeft dan bovengronds uitrijden bij bewolkt weer en weinig wind. „De overheid wil hier niet mee rekenen omdat ze het moeilijk kunnen controleren”, meldt hij. Op een bordje staat de emissie van ammoniak weergegeven bij de verschillende weersomstandigheden. Op het moment van de demo is het bewolkt maar staat er wel wat wind. „Het is op het randje van wel of niet mest rijden”, aldus De Leeuw.
PPP-Agro heeft geprobeerd om een nieuw toegestaan systeem, de pulsetrack van Duport, naar Zegveld te krijgen. Dat is niet gelukt. Daarom heeft De Leeuw een balkje met een vierkante punt gezaagd om het principe te laten zien. „Een roterend wiel prikt elke 20 centimeter een gaatje van 5 bij 5. Deze machine heeft dezelfde emissie als de zodebemester. Ik ben benieuwd of het systeem volgend jaar praktijkrijp is.”
Een serieuze optie lijkt het verdunnen van de mest met water. Mits geborgd, mag dit met de sleepvoet. De adviseur van PPP-Agro vindt dit een mooie manier van bemesten omdat, naast een goede benutting, de kans ook veel kleiner is dat mest met het gras omhoog groeit. Hij vraagt de aanwezige veehouders hoeveel er al met verdunning bezig zijn. Van de ongeveer 30 mensen gaan 10 vingers omhoog.
Een sleepslangcombinatie met sleepvoetbemester trekt een baantje verdunde mest. Op het oog is het verschil niet zichtbaar. Maar De Leeuw voelt het gras tussen de spoortjes. „Het is kletsnat. Bij verdunnen vloeit de mest makkelijk uit. De mestspoortjes mogen uitlopen tot 10 centimeter. Daar zijn we niet ongelukkig mee.”
Maar hoe zit het met de borging van mest verdunnen, als het verschil op het land bijna niet zichtbaar is? Dat vragen ook De Leeuw en Migchels zich hardop af. „Het is de vraag waar de minister mee gaat komen.” De WUR-onderzoeker ziet mogelijkheden met zogenoemde EC-meters die het zoutgehalte kunnen meten. Hoe meer water in de mest, hoe lager het zoutgehalte. Deze meters kosten ongeveer 2.500 euro”, weet hij te vertellen. Of dit wordt erkend, ligt volgens hem aan de uitkomst van onderzoeken die momenteel worden gedaan. „Wanneer daar duidelijkheid over komt, weten we niet.”
De zelfrijder wordt niet gedemonstreerd, maar De Leeuw vertelt dat deze er staat vanwege de betere gewichtsverdeling van de machine. „Ondanks het hogere gewicht dan een doorsnee trekker, richt deze combinatie minder snel schade aan dan een trekker met sleepslang. Ook corrigeert hij voor wielslip zodat er minder frictie is.”
De overige machines betreffen twee standaard zodebemesters van verschillende merken. „Bij zodebemesten is het belangrijk dat alle mest in de sleuf komt. Anders kom je alsnog in de problemen als ze komen controleren”, aldus De Leeuw.

Beeld: Sjouke Jacobsen

Tags
MelkveeMechanisatieBodemPolitiek