Sterke Erven Logo
5

'Kies maïsras met weinig mycotoxines'

502 min
Pluimveehouders die zelf (korrel)maïs (CCM) verbouwen moeten bewust een maïsras kiezen die weinig problemen kent met mycotoxines.
Een duidelijk voorbeeld van kolf-fusarium in maïs.
Het maisras LG 30.215 is een voorbeeld van een ras met een goed gesloten schutblad. Dat is één van de randvoorwaarden om mycotoxines te verlagen.
Als streefwaarde wordt een maximun van 1,75 mg/kg gehanteerd voor DON. (Sortenmitel = rasgemiddelde).
Als streefwaarde wordt een maximun van 1,75 mg/kg gehanteerd voor DON. (Sortenmitel = rasgemiddelde).
Als streefwaarde wordt een maximun van 1,75 mg/kg gehanteerd voor DON. (Sortenmitel = rasgemiddelde).

Daarvoor waarschuwt Mark de Beer productmanager veehouderij bij Limagrain Nederland, een bedrijf dat onder andere marassen verkoopt.

Hoge gehaltes mycotoxines in het voer en zeker in CCM kunnen bij leghennen, vleeskuikenouderdieren, vleeskuikens en andere kippen voor gezondheidsproblemen zorgen en zijn daarmee een bedreiging voor de pluimveehouderij, legt De Beer uit.

DON en ZEA

Mycotoxines zijn giftige stoffen geproduceerd door verschillende schimmels die voor kunnen komen op onder andere ma. De meest voorkomende mycotoxines zijn DON en ZEA. In ma ontstaan mycotoxines door fusariumaantasting in de kolven (zie afbeelding).

Het ene maras is veel gevoeliger voor kolf-fusarium dan het andere. Dit hangt sterk af van onder andere het schutblad: wanneer de kolf tot op het laatst goed is beschermd door een gesloten schutblad, is de kans op fusarium veel kleiner. Daarnaast kan een hoge tolerantie voor (kolf)fusarium gekweekt worden in maisrassen, vertelt de productmanager.

Onderbelicht in de pluimveehouderij

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er een verschil zit tussen het gehalte mycotoxines in marassen. Maar onze ervaring is dat dit in de pluimveehouderij vaak onderbelicht is, zegt De Beer. Pluimveehouders moeten volgens hem dus niet alleen kijken naar juiste vroegheid en korrelopbrengst.

In Duitsland is een uitgebreid onderzoek verricht op de tolerantie voor DON op diverse maisrassen. Je kan hier duidelijk het verschil in kweeklijnen uithalen, aldus de productmanager. (Zie ook de drie tabellen bron: Dr. Joachim Elder, Stefanie Gellan. LfL Pflanzenbau, Freising. Als streefwaarde wordt een maximun van 1,75 mg/kg gehanteerd voor DON. (Sortenmitel = rasgemiddelde))

De Beer raadt pluimveehouders aan hun loonwerker of leverancier van het mazaad om advies te vragen welke maras ze het beste kunnen gebruiken.

Beeld: Limagrain Nederland BV

Tags
PluimveeMarktVoer