Sterke Erven Logo
10

'Reguliere houderij houdt een sterke concurrentiepositie'

1005 min
De reguliere Nederlandse vleeskuikenhouderij houdt een sterke concurrentiepositie omdat de Nederlandse kostprijs concurrerend is met de meeste Europese landen, behalve Polen. Maar Polen kan niet alle kip voor West-Europa produceren. Dat zei inkoopdirecteur Kees van Oers van Plukon woensdagavond 29 maart tijdens de Pluimveeweb thema-avond Markt en Ondernemen Vlees in Meppel.
Met ruim 120 bezoekers was de belangstelling voor de Pluimveeweb thema-avond Markt en Ondernemen voor de vleespluimveesector in Meppel groot.
Inkoopdirecteur Kees van Oers van Plukon trapte de avond af. De Nederlandse concurrentiepositie wordt volgens hem bepaald door politieke agenda en marktregulatie. „De kosten voor dierrechten zijn in Nederland de beperkende factor voor verdere uitbreiding”, zegt Van Oers.
Na het verhaal van Van Oers lichtte NVP-voorzitter Hennie de Haan de gezamenlijke toekomstvisie voor de primaire pluimveehouderij van LTO/NOP en NVP toe. De Haan vertelde dat NVP en LTO/NOP bij de politiek pleiten voor reductie van kostprijsverhogende Nederlandse maatregelen, met marktsturing in plaats van extra nationale wettelijke voorschriften en integrale benadering van verduurzaming van de sector.
Daarna was het tijd voor de presentatie van gastspreker Christian van Bommel. Hij verkoopt sinds november 2015 eigen kip onder de eigen merknaam Oma’s Kip. „Ik vind de huisverkoop van kip leuk om te doen maar word er niet rijk van”, zegt Van Bommel. Hij investeerde ruim 10.000 euro in onder meer een website en kipwinkeltje om de huisverkoop mogelijk te maken en verdiende er in januari en februari ongeveer 300 euro per maand mee.
Na de drie presentaties mochten de thema-partners, waaronder LTO/NOP, zichzelf voorstellen. NVP-voorzitter Hennie de Haan had de toekomstvisie gepresenteerd. Daarom leidde LTO/NOP-voozitter Eric Hubers de discussie met pluimveehouders.
LTO/NOP-voorzitter Hubers was het eens met zijn stelling ‘De pluimveesector moet naar één belangenbehartiger toe’. Te meer omdat het aantal pluimveehouders in Nederland daalt. „Wij vinden dat belangenbehartiging onder de vlag van LTO moet blijven omdat LTO een krachtige organisatie is, die goede contacten in Brussel heeft. De NVP vindt dat één belangenbehartiger geen doel op zich moet zijn, maar het gevolg van goede samenwerking kan zijn. Belangenbehartiging los van LTO is een voorwaarde voor de (meerderheid) van de NVP-achterban.” Al zijn twee belangenbehartigers soms wel functioneel, volgens Hubers. „Als er één wegloopt van de onderhandelingstafel kan de ander een deal sluiten”, vertelt Hubers. „Als LTO goed had gefunctioneerd, had de NVP niet opgericht hoeven te worden”, zei een pluimveehouder.
Over de stelling ‘Ketenconcepten beperken het ondernemerschap te veel’ van pluimveepraktijk Grover Driesland waren de bezoekers verdeeld. „Als ik deelneem aan het concept kan ik slechts uit twee broederijen, twee voerfabrikanten en één slachterij kiezen”, zei een pluimveehouder. Hij vindt het bovendien te ver gaan dat de dierenarts wordt voorgeschreven in een concept. „Deelname aan een concept is een ondernemerskeuze. Als je overal vrij in wil zijn, moet je reguliere vleeskuikens houden”, zei verkoopdirecteur Antoine van Loon van Coppens Diervoeding. Pluimveedierenarts Jos van Arkel, die de discussie leidde, was het op grote lijnen eens met Van Loon. Van Arkel was dus oneens met de stelling.
De meeste bezoekers waren het oneens met de stelling ‘Als een stal aan de regels voldoet, moeten buren niet zeuren’ van Poultry Expertise Centre. „Als je aan alle vergunningen voldoet, mag je bouwen en zul je het bij de Raad van State winnen”, zei een pluimveehouder. Volgens discussieleider Ron Methorst eisen de buren tegenwoordig steeds meer inspraak bij de bouw van een nieuwe stal. „Wanneer we nieuw gaan bouwen, lichtten we onze buren altijd in”, vertelde een vleeskuikenhouder. „Dat doen wij ook. Alleen kun je nooit iedereen overtuigen omdat er altijd mensen zijn die altijd iets te zeuren hebben”, voegde een collega toe. Iemand bij hem uit het dorp klaagde over het lawaai van de ventilatoren. „Gelukkig kan ik goed met mijn naaste buren.”
Over de stelling ‘Traag groeiend kuiken is goed voor iedereen’ van Hubbard waren de bezoekers verdeeld. „Veel vleeskuikenhouders zijn de afgelopen jaren omgeschakeld naar een concept en zijn daar zeer tevreden over en trots op. Alle schakels in de kolom hebben iets moois neer gezet, waar de hele Nederlandse pluimveehouderij van profiteert. Doordat het aanbod van reguliere vleeskuikens hierdoor lager is geworden, is dat ook goed voor de prijzen van reguliere vleeskuikens”, zegt Paul van Boekholt van Hubbard, die het met de stelling eens was.
Met de stelling ‘Mijn afnemer is mijn concurrent’ waren de meeste bezoekers het oneens. „Ketenspelers moeten samenwerken aan een krachtige keten”, zei discussieleider Albert Hoekerswever. Hij is bezig om samen met andere partijen een nieuw kipconcept op te zetten voor zorginstellingen. „De bedoeling is dat de pluimveehouder altijd een eerlijke prijs voor deze kip ontvangt”, zegt Hoekerswever die coördinator van het nieuwe kipconcept is. „Als Plukon goedkopere conceptkip uit Polen gaat halen voor de Nederlandse markt, dan wordt je afnemer je concurrent”, zei een pluimveehouder. Na de discussies met de thema partners startte om 22.45 uur de borrel. Hierin konden bezoekers onder het genot van een hapje en een drankje gezellig napraten over de thema-avond.

Beeld: Amber Heering

Tags
PluimveeMarktDrenthe