Sterke Erven Logo

Wageningen berekent en vergelijkt excretiecijfers varkenshouderij

03 min
Wageningen UR heeft op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken een werkdocument opgesteld waarin de excretie van stikstof (N) en fosfor (P)van gangbaar en biologisch gehouden varkens, pluimvee en melkkoeien worden vergeleken. Voor gangbare vleesvarkens ligt de excretie volgens Wageningen UR op 12,6 kg N en 4,8 kg P per vleesvarken; voor biologisch ligt dit op 15,7 kg N en 5,9 kg P. Voor gangbare zeugen zijn de cijfers: 28,9 kg N en 14 kg P en biologisch is dit berekend op 45,8 kg N en 24,5 kg P. Het werkdocument is inmiddels naar de Tweede Kamer gestuurd

Voor varkens en pluimvee is de excretie door Wageningen UR berekend op basis van de opname via het voer minus de retentie in groei en dierlijk product. Voor de voersamenstelling zijn gegevens van een aantal mengvoerbedrijven gebruikt. De voeropname, productie, retentie en excretie zijn voornamelijk gebaseerd op de gepubliceerde data van Wageningen UR Livestock Research, LEI Wageningen UR, CBS en Agrovision.

Ten opzichte van gangbaar gehouden dieren zijn de berekende N- en P-excretie per dier per jaar circa 25 procent hoger bij biologisch gehouden vleesvarkens en respectievelijk circa 60 en 75 procent hoger voor biologisch gehouden zeugen met bijbehorende biggen. De belangrijkste oorzaken zijn een hogere voederconversie bij biologische vleesvarkens, een hoger voerverbruik van biggen en zeugen en hogere N- en P-gehalten in het voer doordat geen gebruik gemaakt wordt van fytase en zuivere aminozuren.

Pluimvee

De N- en P-excretie per dier per jaar van biologisch gehouden leghennen zijn respectievelijk 22 en 17 procent hoger dan in gangbare scharrelsystemen en 35 en 26% hoger dan in gangbare verrijkte kooi/kolonie gehouden leghennen. De verschillen in excretie tussen gangbaar en biologisch gehouden dieren worden veroorzaakt door de hogere voerconversie en de hogere N- en P-gehalten in het voer bij biologisch gehouden dieren. De N- en P-excretie per vleeskuikenplaats per jaar van biologisch gehouden vleeskuikens zijn in vergelijking met gangbaar gehouden vleeskuikens respectievelijk 62 en 105 procent hoger. De verschillen in excretie tussen gangbaar en biologisch worden veroorzaakt door de lagere groei en hogere voerconversie en door de hogere N- en P-gehalten in het voer bij biologisch gehouden dieren. De lagere groei en hogere voerconversie wordt met name veroorzaakt doordat in de biologische sector een ander type kuiken wordt gebruikt.

Melkkoeien

De berekende N- en P-excretie per melkkoe per jaar is bij biologisch gehouden melkvee circa 12 procent lager dan bij gangbaar gehouden melkvee. De berekende excretie per kg melk is circa 12% hoger bij biologische melkkoeien. Deze verschillen kunnen verklaard worden door de lagere melkproductie en daarmee samenhangend de lagere VEM-behoefte en berekende voeropname en mineralenexcretie per koe. Voor een betere onderbouwing van de excretie zou het gewenst zijn dat meer gegevens betreffende ruwvoerverbruik en -samenstelling worden vastgelegd, met name op biologische bedrijven. Op basis van de nu beschikbare informatie kunnen we met redelijke zekerheid concluderen dat er tussen biologisch en gangbaar gehouden melkkoeien geen grote verschillen in excretie per dier zijn, anders dan die veroorzaakt door het melkproductieniveau.

Download hier het werkdocument

Beeld: Reinout Burgers

Bron: Ministerie van Economische Zaken

Tags
VarkensDierlijke mestOndernemerschapPolitiekRegelgeving