Sterke Erven Logo
6

Droogte, trips en middelenbeleid centrale onderwerpen op Uiendag

604 min
De landelijke Uiendag trok gisteren weer vele akkerbouwers naar de proefboerderij in Colijnsplaat (ZL). Droogte, trips en de onzekerheid over middelenbeleid en de toepassingstechnieken waren de centrale onderwerpen op deze dag.
De laatste twee jaar hebben de vroege rassen het qua kilo’s wat laten zitten als gevolg van de droogte, zei directeur Kees Hoogzand van zaadbedrijf Hoza. „De latere rassen doen het heel goed, die geven beduidend meer kilo’s. In het najaar valt wat meer regen, dat pikken zij nog net mooi mee.” Het bewaarras Hoza is het oudste ras van het gelijknamige zaadbedrijf. „Het doet het ook goed onder extreme omstandigheden.”
UPL doet op de Rusthoeve een proef met kiemremmer Royal MH. Doel van de proef is om het optimale toepassingsmoment vast te stellen. „Rem op het juiste moment”, zei Marcel van Doorne van UPL. „Doe je het te vroeg, dan krijg je lossere uien. Als je het te laat doet nemen de uien het middel onvoldoende op en krijg je onrust in de bewaring.” Verder moet er tussen het moment van spuiten en rooien twee tot drie weken zitten. In de proef is gewerkt met Royal MH met drie verschillende uitvloeiers: Silvet Gold, Zipper en Uitvloeier H. Uien moeten voor 10 procent zijn gestreken voor een behandeling met de kiemremmer. Door het warme weer van de laatste weken zijn in sommige gebieden de uien snel gestreken. „Dan heb je al snel het ideale spuitmoment gemist.” UPL neemt monsters van de oogst mee in de bewaring om tijdens het winterseizoen de verschillen in inwendige kieming te bepalen.
De MagGrow technologie maakt gebruik van permanente speciale magneten die de fysische eigenschappen van spuitvloeistoffen en spuitdruppels beïnvloeden. Er ontstaan homogenere druppels die minder driftgevoelig zijn. Het effect is een betere bedekking en hechting van de spuitvloeistof op het gewas. De MagGrow is daarom ook opgenomen op de TCT-lijst. In de proef is gewerkt met contactherbiciden en contactfungiciden. De eerste conclusies zijn dat er geen verschillen zichtbaar zijn in de uien, vertelde Jan Salomons van Delphy. In de winter volgen de cijfers over de opbrengsten
Syngenta presenteerde tijdens de Uiendag zijn nieuwe ras Promotion (SG8359). Het is een wat taaier ras, zei Michiel van Mol. Promotion is een vroege grovere ui, geschikt voor de middellange bewaring. Het ras is vanaf volgend jaar beschikbaar.
Voor het derde jaar onderzoekt UIKC de invloed van het oogsttijdstip op de kwaliteit en opbrengst van uien. In de proef liggen 10 verschillende rassen. Er is geoogst bij 10, 30 en 60 procent groen loof. In de eerste twee jaar werd duidelijk dat tussen 60 en 10 procent groen loof het opbrengstverschil meer dan 5 ton per hectare is. Tussen 30 en 10 procent groen loof was het opbrengstverschil ruim 900 kilo. Het tarrapercentage was bij meer groen loof lager. De voorlopige conclusie voor dit laatste jaar is dat visueel gezien de oogst met 30 procent groen loof het beste uit de bus komt. „Kort gezegd: hoe groener, hoe beter de kwaliteit, maar hoe lager de opbrengst”, vertelde Dominique Cammaert.
Op het gebied van driftreductie en de spuittechniek zitten er veel veranderingen aan te komen. Nog lang niet alles is duidelijk, waardoor er veel vragen leven onder telers. „Hoe kies je de juiste techniek? Steeds meer middelen vallen onder de normen voor de hoge driftreductie”, zei Herman Krebbers van Delphy. „Nu kun je vaak nog wel met 75 procent driftreductie spuiten, maar dat wordt steeds minder.” Volgens Krebbers is het belangrijk om een goed beeld te hebben van de effectiviteit van de gebruikte middelen. Hij adviseerde de telers om met behulp van vloeistofgevoelig papier de werking in het gewas te testen. „Dat geeft een heel goed beeld: soms ziet het er van boven heel mooi uit, maar zit er op de onderliggende bladeren vrijwel niets.”

Beeld: Fenneke Wiepkema

Tags
AkkerbouwUienPlantgezondheidPlaaginsectenZeeland