Sterke Erven Logo

Enkele honderden euro's extra saldo bij goede groenbemesterkeuze

02 min
De keuze voor de juiste groenbemester kan in een volgend hoofdgewas een 300 euro hoger saldo opleveren. Bij zeer hoogwaardige gewassen als lelie nog meer. Volgens onderzoeker Johnny Visser van WUR blijkt dat uit proeven op proefbedrijf Vredepeel. Visser gaf uitleg over de groenbemesterkeuze en de gevolgen voor de opbrengst, kwaliteit, prijs en saldo op de Groenbemesterdag 2019.

Een voorbeeld dat Visser geeft is de keuze voor Japanse haver in plaats van rogge als groenbemester. Een lagere aaltjesdruk vertaalt zich in een beter saldo in maïs, aardappel en peen bij aanwezigheid van het vrijlevende aaltje Pratylenchus penetrans. Als de teler lelies na de groenbemester zet, is het financiële resultaat nog sterker verbeterd, maar Visser ziet dat niet als een representatief voorbeeld, omdat een beperkt aantal telers dat doet.

De onderzoekers vergeleken in een andere proef groenbemesters die niet-waard tot sterke waardplanten voor Meloidogyne chitwoodi zijn en de gevolgen voor de volgteelt. Een braakperiode namen ze op in de vergelijking, omdat die ook de besmetting kan verlagen. Ook hier bleek de keuze voor een aaltjesreducerende groenbemester van belang.

De teelt van mengsels kan een toename van schadelijke aaltjes veroorzaken. De opbrengsten van een volgend gewas bleken daarbij soms wel goed te zijn, dankzij andere voordelen van de groenbemester als organische stofproductie, nutriëntenbinding en structuurverbetering. De keuze voor de juiste soort groenbemester én het beste ras daarbinnen maken zeker verschil voor de opbrengst. Visser raadt aan in bepaalde gevallen 'de minst slechte groenbemester' te kiezen. Een groenbemester die de aaltjespopulatie niet laat toenemen is beter dan een die voor een toename zorgt.

Ideale groenbemester

Onderzoeker Marie Wesselink zegt dat de ideale groenbemester niet bestaat. „Het liefst hebben we er een die tegen alle aaltjes werkt, nitraat vasthoudt, veel organische stof maakt en met kerst vanzelf omvalt. Die bestaat helaas niet, dus kiezen we de gulden middenweg.” Wesselink zegt dat het moeilijk is om aan de bovengrondse groei te zien of te meten of een groenbemester geslaagd is. De ondergrondse ontwikkeling is volgens haar belangrijk. „Bij vroeg of laat zaaien ontwikkelt zich ondergronds toch een biomassa van een ton. Die wortelmassa blijft langer aanwezig, verteert minder snel. Dat is erg goed voor de bodem.”

Beeld: Jorg Tönjes

Tags
AkkerbouwGroenbemesterLimburgNoord-BrabantZeeland