Sterke Erven Logo

Lage temperatuur werkt negatief op vruchtbaarheid zeugen

03 min
Tijdens de huidige vorstperiode vragen zeugen in de dek- en drachtstal extra aandacht. Een zeug voelt zich lekkerst en presteert het beste bij een temperatuur van tussen de 16 en 21 graden Celsius. De zeugenhouder dient daarom extra aandacht te besteden aan de temperatuur in onverwarmde stallen. Hij dient te vermijden dat de lage temperaturen vruchtbaarheidsproblemen versterken.

De huidige vorstperiode betekent mogelijk een gevaar voor de vruchtbaarheid van zeugen in de dek- en drachtstal. Tijdens de lactatie verliezen hoogproductieve zeugen sowieso tientallen kilo’s spek en spieren. In normale omstandigheden zorgt dit, in combinatie met de hoge productiecapaciteit, reeds voor vruchtbaarheidsproblemen. „De zeugenhouder dient te vermijden dat lage temperaturen de vruchtbaarheidsproblemen versterken”, zegt Karel Grootaers dierenarts en productmanager bij Ardol uit het Limburgse Susteren. Ardol is gespecialiseerd in de productie van natuurlijke additieven en voedingssupplementen voor varkens, herkauwers en pluimvee.

Koude zorgt voor hogere voeropname

Tijdens de vorstdagen staan deze zeugen ‘zonder jas’ vaak in een niet-verwarmende dekstal. Volgens Grootaers is dit absoluut geen goed idee. Hij verwijst daarbij naar onderzoeken die aantonen dat tijdens extreme koude dieren tot wel 25 procent meer voer kunnen opnemen „Desondanks verwachten we van deze dieren dat ze snel berig worden en drachtig blijven. Dit kan, maar dan is wel een pro-actieve houding en preventieve ondersteuning noodzakelijk,” aldus Grootaers.

Tips tegen koudestress in de dekstal

Voor de zeugenhouders heeft Grootaers enkele tips gericht op het voorkomen van koudestress in de dekstal. Zo voelt een zeug zich het lekkerst en presteert ze het beste bij een temperatuur van tussen de 16 en 21 graden Celsius. Het is daarom zaak om regelmatig de temperatuur in de onverwarmde stallen te controleren. Wat betreft de voerverstrekking luidt zijn advies om de zeug per graad onder de 16 graden dagelijks 100 gram voer extra te geven. Bij een (erg) lage temperatuur in de dek-/drachtstal luidt zijn advies deze met een mobiele verwarmingsbron bij te verwarmen. Dosators staan vaak op een vaste stand. Waarschijnlijk is er dus ruimte om kortstondig meer te voeren. Essentieel is het volgens Grootaers ook om de ventilatie te controleren en tocht te voorkomen. Tocht zorgt voor een extreme daling van de temperatuur op specifieke plekken in de stal. Wat verder goed werkt bij zeugen, rondom het dekken tijdens forse koude en overmatige hitte, is volgens Grootaers de zeugen Lianol Ferti en Solapro te verstrekken.

Beeld: Susan Rexwinkel Agrio archief

Bron: Karel Grootaers

Tags
VarkensStalinrichtingDiergezondheidFokkerijLimburgNoord-BrabantZeeland