Sterke Erven Logo
10

Maïsland bemesten maar dan anders

1004 min
Begin maart is het Topmaïsperceel bij loonbedrijf Ten Hove in Kamperveen (OV) in beeld gebracht met een EMI-scanner. Op basis hiervan is een rapport gemaakt waaraan bemestingsadviezen zijn gekoppeld. Afgelopen week bespraken de specialisten van Healty Soil hun bevindingen met Juul ten Hove. En deze adviezen wijken nogal af van de standaard bemestingsadviezen.

Weten hoe het bodemscannen in de praktijk werkt? Bekijk de fotoserie van het bodemscannen op het Topmaïsperceel in Kamperveen.

Specialisten Marco van Gurp (rechts) en Leo Bil (niet op de foto) van Healty Soil vertellen Juul ten Hove (links) alle ins en outs over de rapportage van de bodemscan. Uit de scans blijkt duidelijk dat de grondsoort op het perceel nogal wisselt. Zo is de grond vooraan meer venig en is duidelijk te zien waar vroeger greppels hebben gelegen. Een paar jaar terug bracht de loonwerker tussen de drie- en vierduizend kuub grond op het perceel.
In de rapportage is de bodem verdeeld in vier grondtypen. Voor elk grondtype is een bodemmonster gestoken. Rechtsboven elke uitslag staat de kleur die bij het grondtype hoort, in dit geval rood. De kleur is geen waardeoordeel, maar laat alleen zien dat alle zones die gemarkeerd zijn met een rode kleur volgens deze analyse bemest kunnen worden.
Healty soil maakt gebruik van de Kinsey-Albregt analyse. Bij deze analyse staan de verhoudingen van elementen centraal. Vooral calcium/magnesium zijn belangrijk. Voor dit bodemtype is de optimale verhouding 80 procent calcium en 10 procent magnesium. Voor dit bodemtype mag het aandeel magnesium wat omhoog. Het kaliumgehalte zit aan de bovengrens. Van Gurp wijst ook op het ontbreken van uitwisselbare waterstof. Waterstof speelt een rol bij omzettingsprocessen in de bodem. Oftewel, bij de aanwezigheid van uitwisselbare waterstof komen de hoofd- en sporenelementen beter beschikbaar. Een bodem kan nog zoveel elementen bevatten, als deze niet voldoende beschikbaar komen voor de plant, heeft een teler er weinig aan.
De Totale UitwisselingsCapaciteit (TUC) is een getal wat aangeeft hoe groot het vermogen is van de grond om te leveren. Maar het zegt niets over de kwaliteit van de grond. „Een zandgrond die in balans is produceert beter dan een vruchtbare kleigrond die uit balans is.”
De analyse geeft tegelijk aan hoeveel van welke meststof er nodig is om de bodem weer in balans te brengen. Dit wordt nog een keer weergegeven op een overzicht. Bij dit perceel zijn de belangrijkste meststoffen Kieseriet en Kaliumsulfaat. Kieseriet is om het magnesiumgehalte op peil te brengen en kaliumsulfaat om de jaarlijkse kaliumbehoefte te dekken. Want al bevat de bodem een vrij hoog aandeel kalium, de maïs onttrekt ook veel van dit element. Er wordt geen stikstof en fosfaat-advies wordt gegeven. Van Gurp: „De stikstofgift is vooral heel belangrijk als gewasvoeding, maar heeft weinig invloed op de kwaliteit van de bodem. Dat geld ook voor fosfaat. Overigens heeft fosfaat in de maïsteelt jarenlang veel te veel nadruk gekregen. Maar sinds we geen fosfaat meer uit kunstmest bij mogen bemesten zijn de opbrengsten niet gedaald. Dat zegt genoeg”, aldus Van Gurp. Daartegenover is zwavel wel een onderschat element, vindt de bodemspecialist. „Zwavel is heel mobiel en daardoor ben je die snel kwijt. Ook voor een optimale groei van maïs heb je zwavel nodig.”
Opvallend is dat er op de analyse geen gehalte aan organische stof te vinden is. Volgens de specialisten is het humusgehalte veel belangrijker. „Organische stof is geen humus, maar humus is wel organische stof. Hoe hoger het humusgehalte, hoe beter de binding van elementen en het water aan de gronddeeltjes”
Van elke te geven meststof wordt een taakkaart gemaakt. De taakkaarten kunnen op een USB-stick gezet worden. De GPS-apparatuur van de trekker kan deze gegevens uitlezen. Alle machines die variabel kunnen bemesten of strooien zijn in principe geschikt om het perceel plaatsspecifiek te bemesten. Ten Hove beschikt over deze machines.
Ten Hove, Van Gurp en Bil (links) gaan nog even naar het betreffende Topmaïsperceel. De groenbemester begint al aardig te groeien. De loonwerker wil het gras niet spuiten maar verkleinen en straks niet-kerend onderwerken. Hij wacht nog even zodat de jonge kieviten de tijd krijgen om uit te vliegen.
De bodemscan is ook via de telefoon te volgen met GPS. Zo kunnen opvallende plekken in het perceel direct vergeleken worden met de uitslag van de bodemscan. Het groene puntje geeft de locatie aan. De blauwe punten zijn de locaties waar de bodemmonsters zijn gestoken.
Met een penetrometer kunnen storende lagen opgespoord worden. Op vrijwel heel het perceel zit een harde laag op ongeveer 40 centimeter diepte. Deze is lastig te doorbreken.

Beeld: Sjouke Jacobsen

Tags
MelkveeGrasBodemKunstmestVoerMais