Vrijdag bezocht Gijs van der Woerd zijn TopBodem-demoperceel in Erichem samen met een telersstudiegroep en Brigitte Kroonen van proefbedrijf Vredepeel en Gerard Meuffels van M-ARC. Vooral het goed omgaan met de zwaardere stukken van het perceel is een uitdaging. Het zaait er moeilijk in het voorjaar en met groenbemesters is de grond nog later bekwaam voor de bietenzaai. Daarom pakt ploegen en geen groenbemester zaaien niet verkeerd uit op de zware delen van het perceel. De groenbemesters zijn goed voor de organische stof, maar ze houden de grond in het voorjaar langer nat en geven plaaginsecten en muizen de kans de winter te overleven en in het voorjaar de kiemende suikerbieten aan te vreten. Kiest de teler voor een groenbemester, dan is meer geduld nodig. Daarbij kan de grond hard worden in droge voorjaren. Conclusie zou ook kunnen zijn: verdeel risico's over meer percelen met verschillende behandelingen, met ploegen, met woelen, met en zonder groenbemester. Lees meer onder de foto's:
Gerard Meuffels en Brigitte Kroonen beoordelen samen met de telersgroep de stand van de bieten en de ondergrondse structuur. Soms is die structuur een paar centimeter onder de grond heel mooi, maar als de stand van de bieten dan te dun is door een dichte toplaag, is de productie toch de eerste graadmeter voor een succesvolle teelt. Beeld: Jorg Tönjes
Over het algemeen is de stand van de bieten goed, ook op stukken waar geen groenbemester stond en in de nazomer de tarwestoppel geploegd is. Beeld: Jorg Tönjes
Midden op het 19 hectare grote demoperceel is de grond het zwaarst. Meuffels zegt dat dit taaie deel het lastigste was bij het bieten zaaien. Het zaad kwam droog te liggen en open, omdat de zaaivoortjes niet toegedekt waren. Gijs van der Woerd zette nog de Cambridgerol in, maar dat hielp maar deels. Beeld: Jorg Tönjes
De gaten in de rij zijn goed te zien op het zwaarste stuk van het demoperceel. Soms zijn de gaten zo groot dat de groei van de bieten ernaast weinig kan compenseren. Hier zal de oogst per meter wat lager uitvallen. Beeld: Jorg Tönjes
De banen die met een biodivers groenbemestermengsel gezaaid werden zijn het slechts. Door de sneeuw overleefden soorten uit het mengsel de winter en ze hervatten de groei na de winter. Gijs van der Woerd moest eerst de groenbemester goed dood maken en daarna droogde de grond trager. Vervolgens bleken ook meer bodeminsecten, slakken en muizen de winter overleefd te hebben. Een week meer geduld met zaaien had mogelijk de situatie verbeterd. Van der Woerd durfde niet te wachten, omdat droogte dan weer voor harde grond kan zorgen (2020). Dit jaar bleef het vochtig genoeg en was wat meer geduld beter uitgevallen. De onzekere factor weer is onvoorspelbaar en de telers concluderen dat je wat dat betreft de risico's zou moeten spreiden op je percelen. 'Niet op één paard wedden', concludeert Meuffels. Beeld: Jorg Tönjes
Daar waar in september gewoeld en gezaaid is met de rotorkop erbij, is de grond mooi poreus en levend. Kroonen toont de kanaaltjes door wormen, wortels en ander bodemleven. Deze grond is in januari nogmaals geroterd en op 27 maart gezaaid, want eerder lukte dat zaaien in de natte klei niet. Beeld: Jorg Tönjes
De grond is mooi voor de groei van de suikerbieten. dat toont dit mooi ontwikkelde jonge bietje in de handen van Meuffels wel aan. Beeld: Jorg Tönjes
Daar waar de gele mosterd met 3 procent phacelia in september gezaaid is, is een mooie structuur ontstaan. De stand van de bieten is meestal goed. In de regio kiezen veel telers voor eerder ploegen in het najaar. Dat levert ook op het demoperceel een goede stand. Voor Betuwse telers is dat dus een begrijpelijke strategie. Wie meer wil met groenbemesters die de winter over staan heeft iets meer geduld nodig in het voorjaar. Beeld: Jorg Tönjes