Sterke Erven Logo

LLTB hekelt beregeningsverbod waterschap

03 min
De LLTB hekelt het beregeningsverbod uit oppervlakte water dat Waterschap Limburg (WL) deze week heeft afgekondigd. Vooral het feit dat het waterschap in diverse beken het water laat weglopen door de stuwen in zomerstand te zetten schiet bij de standsorganisatie in het verkeerde keelgat. WL weerlegt de beschuldigingen door te wijzen op de meerdere doelen die ze moet nastreven.

Per vrijdag 18 juni kondigt WL een verbod af op het gebruik van water uit de Midden- en Noord-Limburgse beken en sloten. Dit verbod geldt tot het moment dat de waterafvoer van de beken weer op niveau is en uiterlijk tot 1 oktober 2021. Volgens Har Frenken van het dagelijks bestuur van WL is dit een noodzakelijk besluit. „Als gevolg van het gebrek aan neerslag en de warme temperaturen dalen de waterstanden in onze beken in rap tempo. We willen een verdere daling van de waterpeilen in de Limburgse beken voorkomen en onomkeerbare schade aan de natuur in de beken tegengaan.”

Zeer vreemd

De LLTB zegt het besluit van WL, om een onttrekkingsverbod uit oppervlaktewater af te kondigen, zeer vreemd te vinden. Peter van Dijck, hoofdbestuurder van de LLTB: „Het gaat om Noord- en Midden-Limburg, waar het waterschap nota bene vorige week nog het water weg liet lopen.” Verbaasd over het onttrekkingsverbod is Van Dijck echter niet. „In de afgelopen jaren hebben we dat elk jaar rond deze tijd, al is het dit jaar een maand later dankzij de goede grondwaterstanden, waar boeren en tuinders samen met het waterschap hard aan hebben gewerkt door de stuwen hoog te houden. Dus van het verbod op zich kijken we niet zo op, maar het is moeilijk uit te leggen dat je als waterschap de ene week de stuwen in een gebied omlaag zet om het water linea recta de Maas in te laten lopen om vervolgens enkele dagen later voor datzelfde gebied een onttrekkingsverbod af te kondigen.” Wat Van Dijck ook irriteert is dat sommige stuwen nog steeds in een lage stand staan. „Het waterschap kiest er dus voor om het water weg te laten lopen in plaats van het te gebruiken voor onze voedselvoorziening en om verdroging tegen te gaan”, concludeert Van Dijck. „Als we dat water zouden gebruiken voor de beregening, komt er ook nog een deel weer terug in het grondwater. Nu ligt het morgen in de Noordzee en zijn we het gewoon kwijt. Dat water beter naar ons voedsel dan naar de zee.”

Tweespalt

Van Dijck realiseert zich dat het waterschap in een tweespalt zit. „Aan de ene kant moet ze voldoen aan de ecologische en natuurdoelen van de Kaderrichtlijn Water en aan de andere kant moeten ze zorgen dat de boel niet verdroogt. Je kunt niet én water laten stromen én het vasthouden om verdroging tegen te gaan. Het kan niet zo zijn dat de land- en tuinbouw de dupe worden van dit tegenstrijdig beleid.”

Reactie

Volgens de woordvoerder van WL is erg géén sprake van tegenstrijdig beleid. „Samen met boeren, industrie en particulieren zetten we maximaal in op waterconservering. Daarnaast is het onze plicht om in natuurbeken te zorgen voor stroming van het water. Om dit te bereiken zetten we de stuwen in deze natuurbeken op een dusdanige hoogte dat de noodzakelijke stroming ook daadwerkelijk ontstaat.”

Beeld: Ellen Meinen Agrio Archief

Bronnen: LLTB, Waterschap Limburg

Tags
AkkerbouwMelkveeLimburgNoord-BrabantZeeland