Sterke Erven Logo

'Reduceer het aantal pluimveebedrijven in watervogelrijke gebieden'

03 min
„Streef ernaar dat zich geen pluimveehouderijen bevinden in gebieden waar veel watervogels voorkomen. Verstrek in elk geval geen vergunningen voor nieuwe pluimveebedrijven en werk aan een reductie van de bestaande pluimveebedrijven in deze gebieden.” Dat adviseert de expertgroep zoönosen aan het demissionaire kabinet, schrijven ministers Van Ark (Medische Zorg en Sport) en Schouten (LNV) dinsdag 6 juli in een Kamerbrief.

De expertgroep adviseert ook het aantal veehouderijen en de omvang op deze bedrijven te verminderen tot een niveau waarbij efficiënte overdracht van ziektekiemen tussen bedrijven wordt verhinderd. Veehouderijen moeten volgens de experts minder dicht op elkaar zitten om te voorkomen dat er ziekteoverdracht plaatsvindt van het ene naar het andere bedrijf. Er is volgens de expertgroep vervolgonderzoek nodig om aan te geven hoeveel het aantal veehouderijen en het aantal dieren op deze bedrijven moet krimpen en in welke regio’s van Nederland dit moet zijn.

De expertgroep kreeg de opdracht van Van Ark en Schouten een advies uit te brengen naar aanleiding van de coronapandemie. „De coronapandemie laat zien dat een zoönose wereldwijd tot ontwrichtende situaties kan leiden”, schrijven de ministers. Hoewel het niet aannemelijk is dat een volgende uitbraak binnen Nederland plaatsvindt, moeten er ook in Nederland maatregelen genomen worden, volgens de expertgroep.

Stimuleer vaccinatie

De expertgroep adviseert het ministerie van Landbouw het beschikbaar komen en de internationale acceptatie van effectieve vaccins in de veehouderij te stimuleren. Door de vele uitbraken van hoog pathogene vogelgriep wereldwijd kijkt men in steeds meer landen serieus naar vaccineren tegen vogelgriep.

„Dit zijn stevige aanbevelingen, die een forse impact zullen hebben”, schrijven Van Ark en Schouten. „Tegelijkertijd staat volksgezondheid altijd voorop. Het kabinet concludeert dat het risico op de verspreiding van zoönosen een extra en belangrijke reden is om zorgvuldig te kijken naar de inpassing van de veehouderij in het landelijk gebied. Dit aspect moet worden meegenomen bij de omslag van de landbouw met oog op een toekomstbestendige veehouderij. In het vormgeven van beleid op gebied van stikstof, klimaat, bodem- en waterkwaliteit zal ook het zoönoserisico als belangrijke factor moeten worden meegenomen”, volgens de ministers. Het is uiteindelijk aan een nieuw kabinet om maatregelen wel of niet door te voeren, laat een woordvoerder van LNV weten.

Nieuwbouw in waterrijke gebieden

Al in oktober vorig jaar schreef Schouten dat nieuwbouw van pluimveestallen in en bij waterrijke gebieden in Nederland in de toekomst wellicht onmogelijk wordt. Dit was een aanbeveling om het aantal hoog pathogene vogelgriepuitbraken in Nederland te verminderen, aangezien het riscio op een uitbraak in waterrijke gebieden hoger is.

Lees hier de Kamerbrief van ministers Schouten (LV) en Van Ark (Medische Zorg en Sport) van dinsdag 5 juli en bekijk hier het onderzoeksrapport van de expertgroep zoönosen. Arjan Stegeman, hoogleraar Gezondheidszorg Landbouwhuisdieren aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, is één van de elf deskundigen in de expertgroep zoönosen. Daarnaast maakt viroloog Ron Fouchier van de Erasmus Universiteit in Rotterdam ook deel uit van de groep.

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
PluimveePolitiekRegelgevingDiergezondheidMaatschappij