Sterke Erven Logo
Kennispartner

Zeugen vaccineren om biggen te beschermen tegen geboortediarree. Hoe werkt dat?

Kennispartner3 min
Voordat ze zelf actief afweer opbouwen tegen ziekteverwekkers, moeten pasgeboren biggen afweerstoffen van hun moeder verwerven. Dit gebeurt door opname van biest na de geboorte. Deze afweerstoffen verkleinen de kans op ziekten tijdens de eerste levensweken. Om de kwaliteit van de biest en zo de overdracht van afweerstoffen van de zeug naar haar biggen te verbeteren, worden gelten en zeugen op veel bedrijven routinematig gevaccineerd tegen een aantal bacteriële en/of virale ziekteverwekkers.

Zeugen vaccineren voor een betere biestkwaliteit

Afweerstoffen in biest beschermen biggen tegen de schadelijke effecten van ziekteverwekkende bacteriën en virussen. De hoeveelheid en het type afweerstoffen in de biest kan beïnvloed worden door zeugenvaccinatie. Zo worden zeugen in de laatste weken van de dracht vaak gevaccineerd tegen geboortediarree veroorzaakt door E. coli en Clostridium perfringens, om ervoor te zorgen dat de biest voldoende beschermende afweerstoffen tegen deze ziekteverwekkers bevat.

Na vaccinatie reageert het immuunsysteem van de zeug op het vaccin door er afweerstoffen tegen te produceren. Deze beschermende afweerstoffen circuleren in het bloed van de zeug en worden door de uier geconcentreerd in de biest. Pasgeboren biggen nemen de afweerstoffen op met de biest en later met de melk. Een deel van de afweerstoffen wordt via de darm opgenomen in het bloed. Een ander deel bindt zich aan de darmwand. Zo zijn de biggen beschermd tegen ziekteverwekkers in de darm en in het bloed.

Voldoende biestproductie

Naast de kwaliteit is ook de hoeveelheid biest die door de zeug geproduceerd wordt van belang. De hoeveelheid geproduceerde biest verschilt sterk van zeug tot zeug. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de hormonale veranderingen rond het werpen, de genetica, de pariteit, de voederstrategie en daarmee samenhangend de mestconsistentie, stress rond het verplaatsen en plaatsing in het kraamhok, de conditie van de zeug bij het werpen en de melkklierontwikkeling.

Biestopname door de big is cruciaal

Door zeugenvaccinatie kan men de hoeveelheid afweerstoffen tegen specifieke ziekteverwekkers in de biest verhogen. Opdat biggen hier ook optimaal van zouden kunnen profiteren, is een goede biestopname noodzakelijk.

Hoeveel biest een big drinkt hangt af van verschillende factoren zoals de vitaliteit, het geboortegewicht, de geboorterangorde (eerstgeboren vs. later geboren) en de variatie van het geboortegewicht binnen de toom. Minder vitale biggen slagen er minder gemakkelijk in om een tepel te bereiken en voldoende biest te drinken. Biggen met een hoger geboortegewicht drinken meer biest omdat ze een betere zuigreflex hebben en omdat ze sneller aan de meer productieve (voorste) tepels geraken. Dit is in het bijzonder van belang bij tomen met een grote spreiding van de geboortegewichten. De samenstelling van de biest verandert geleidelijk na de start van het geboorteproces. De vroege biest bevat de meeste afweerstoffen. Biggen die later geboren worden hebben dus minder toegang tot biest van hoge kwaliteit. Dit effect is het meest uitgesproken bij zeugen met een lange werpduur.

Om de hoeveelheid opgenomen biest per big zo gelijk mogelijk te verdelen is het bij grote tomen en tomen met een grote variatie in geboortegewichten aan te raden om biggen in groepen biest te laten zuigen. Dit verhoogt de kans van later geboren biggen en kleine biggen om voldoende biest te drinken.

Conclusie

Om ervoor te zorgen dat biggen zo veel mogelijk afweerstoffen uit de biest opnemen, moeten zowel de hoeveelheid en de kwaliteit van de door de zeug geproduceerde biest, als de biestopname door de big geoptimaliseerd worden. Zeugenvaccinatie is een effectieve en veelvuldig toegepaste methode om de biestkwaliteit te verbeteren. Biggen in groepen laten drinken verbetert de biestopname bij later geboren en bij kleine biggen.

Tags
VarkensDiergezondheid
Logo Ceva

Samen werken aan een gezond varkensbedrijf

Ceva streeft er voortdurend naar om betere oplossingen te vinden voor dierziekten; waardoor de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van de dieren worden verbeterd. Steeds meer is Ceva zich gaan richten op de preventieve diergeneeskunde, vooral met vaccins. In het kader van ziektepreventie is een goede diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding zeer belangrijk. Daarom wil Ceva een totaalservice naar de dierenarts en varkenshouder aanbieden. Een sterke technische ondersteuning, de Biovac autovaccins en longonderzoek met het Ceva Long Programma maken deel uit van deze totaalservice.
Samen met de dierenarts probleemoplossend werken staat centraal.