Sterke Erven Logo
12

Biovarkens: boterham met arbeidsvreugde

1204 min
Als biologisch varkenshouder kan Peter van Leeuwen een redelijke boterham verdienen. „Maar de arbeidsvreugde is minstens zo belangrijk”, benadrukt de ondernemer. Met de recente opschaling naar 270 zeugen en 1.400 vleesvarkens behoort zijn bedrijf tot de grote biologische varkenshouderijen van Nederland.
Peter van Leeuwen uit Buren (Gld.) is biologisch varkenshouder. Hij noemt de arbeidsvreugde een belangrijk pluspunt van de biologische houderij. „Ik weet niet hoe het is om gangbaar te werken, maar hier werk ik in relatief open stallen met veel licht, frisse lucht en contact met buiten. De dieren kunnen hun natuurlijke gedrag uitoefenen, ze liggen in het stro en ze kunnen naar buiten.”
Met de ingebruikname van een nieuwe stal voor 1.000 vleesvarkens, eind 2012, is het bedrijf flink opgeschaald. Met 270 zeugen en 1.400 vleesvarkensplaatsen behoort het bedrijf nu tot de grotere biologische varkenshouderijen van Nederland. In totaal zijn er zo'n 60 biologische bedrijven actief met varkens, waarvan twee derde gespecialiseerde varkensbedrijven.
Rechts op de foto is de kraamstal te zien. Alle 100 kraamhokken hebben een uitloop naar buiten; inclusief uitloop heeft een kraamhok een oppervlakte van 12 vierkante meter.
In de biologische houderij blijven de biggen zes weken bij de zeug. Moederloze opfok is niet toegestaan. Na zes weken vertrekt de zeug naar de dekstal; de biggen blijven dan nog één à twee weken in het kraamhok, tot ze zo'n 14 kilo wegen.
De gespeende biggen komen in de beddenstal. Dit is de oude vleesvarkensstal, die nu fungeert als voormeststal. Hier worden ze gemengd opgelegd; in de vleesvarkensstal zitten borgen en gelten apart. Net als elders in het bedrijf liggen alle dieren op stro. Ze worden twee, drie keer in de week met de hand uitgemest en bijgestrooid, elke keer zeker een uur werk. „Wij hoeven 's avonds niet naar de sportschool.”
Jaarlijks gaat er zo 200 ton biologisch stro doorheen, 600 grote pakken. Van Leeuwen vertelt dat biologische varkenshouders ook verplicht zijn om ruwvoer te verstrekken; het stro telt daar ook in mee.
De dragende zeugen krijgen daarnaast nog kuilgras, een goede buikvulling, volgens Van Leeuwen. Hij voert dat in de uitloop aan een provisorisch voerhek gemaakt van een stuk vangrail. „De zeugen zijn gek op het kuilgras, ze hebben het 't liefst zo nat mogelijk.” Om de dag vreten ze ongeveer 600 kilo schoon op. Hij wint het kuilgras zelf van zijn 10 hectare grasland.
Van Leeuwen werkt met een driewekensysteem. De 200 dragende zeugen zitten in een dynamische groep met 4 Nedap voerboxen. Gemiddeld leveren ze 24 gespeende biggen per zeug per jaar.
Omdat het bedrijf is opgeschaald van 160 naar 270 zeugen, is de zeugenstapel relatief jong. Van Leeuwen hoopt volgend jaar de zeugengroepen weer stabiel te hebben. De worpindex moet dan van 2.16 weer oplopen naar 2.20, met 12 in plaats van 11 gespeende biggen per worp.
Een van de twee vaste medewerkers van Van Leeuwen castreert de biggen. Castratie blijft nodig in de biologische houderij, omdat de dieren daar veel meer licht en ruimte krijgen en ze langzamer groeien. Beren zijn actiever en eerder geslachtsrijp. Zonder castratie is de kans op stinkers te groot.
De perspectieven voor de afzet van biologisch varkensvlees zijn nu beter dan een jaar geleden, meent de varkenshouder. „Het afgelopen jaar nam het aanbod iets toe terwijl de vraag achterbleef. Toen is er vrij veel ingevroren, maar die voorraden lopen nu terug.”
Van Leeuwen zet zijn vleesvarkens af aan Vion-dochter de Groene Weg. „De vierkantsverwaarding lukt redelijk binnen De Groene Weg”, ervaart hij. „Veel supermarkten verkopen Bio+ varkensvlees. Dat komt van de Groene Weg, net als het biologische 'Puur & Eerlijk' vlees van AH.”

Lees het hele verhaal van Peter van Leeuwen in het magazine Pig Business van donderdag 1 mei.

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
VarkensOndernemerschap
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.