Sterke Erven Logo

Mogelijkheden voor 2:10 aardappelteelt verruimd

02 min
De ontheffingsmogelijkheid voor de rotatie van 2:10 in de aardappelteelt is verruimd. Deze ontheffing maakt het mogelijk om twee jaar aardappelen te telen na acht jaar geen AM-waardplanten (voornamelijk aardappelen) op het perceel. Dit biedt meer mogelijkheden voor aardappelteelt op huurpercelen.

In het overgrote deel van Nederland geldt het teeltvoorschrift dat slechts één keer in de drie jaar (1:3) op hetzelfde perceel aardappelen geteeld mogen worden. Via een ontheffing mag hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld voor twee aaneengesloten aardappelteelten na acht jaar gras (2:10). „Dit is een prima optie voor akkerbouwers om in veehouderijgebieden voor twee jaar land te huren. Echter, door de regels voor ´blijvend grasland´ kiezen veehouders er steeds vaker voor om tussendoor het grasland te scheuren voor de teelt van maïs. Hierdoor werd het steeds moeilijker om percelen te vinden die voldoen aan de voorwaarden. Telers hebben daarom gevraagd om bij de voorwaarden voor 2:10 uit te gaan van acht jaar geen AM-waardplant op hetzelfde perceel.”

Onderzoek 2:10 aardappelteelt: Geen groter risico

Wageningen UR heeft onderzoek gedaan naar het effect van 2:10 aardappelteelt. „Twee keer aardappelen in tien jaar op hetzelfde perceel bleek geen onaanvaardbare verhoging van het risico op vermeerdering en verspreiding van aardappelmoeheid op te leveren. Bij percelen met een geschiedenis op het gebied van aardappelmoeheid, kan voor de zekerheid gekozen worden voor resistente rassen.”

De ontheffing is voortgekomen uit een verzoek van BO Akkerbouw. De NVWA heeft ingestemd met de verruiming van de voorwaarden. Telers kunnen de ontheffing aanvragen bij de NAK. Deze aanvraag moet zo vroeg mogelijk in het seizoen gebeuren, bij voorkeur 6 weken vóór de vermoedelijke pootdatum.

Aardappelmoeheid

De huidige regels voor de aardappelteelt rond rotatie en bestrijding van AM gelden al sinds 1994. Hierbij is een vruchtwisseling van minimaal 1:3 de basis. Voor het Noordoostelijk zand- en dalgrondgebied golden tot 2000 geen vruchtwisselingeisen, sinds 2000 gelden in dit gebied voor de teelt van NAK-pootgoed dezelfde vruchtwisselingsvoorschriften als in de rest van Nederland. Voor de teelt van de overige aardappelen gelden er geen vruchtwisselingsvoorschriften. Daarnaast is er de optie 2:10.

Beeld: Susan Rexwinkel

Bron: BO Akkerbouw

Tags
AkkerbouwRegelgevingConsumptieaardappelenBodemaaltjesZuid-Holland