Sterke Erven Logo

Financiële herinvesteringsreserve vanaf 2024 breder inzetbaar

02 min
Boeren die stoppen met een gedeelte van de bedrijfsactiviteiten, kunnen vanaf 2024 ook gebruik maken van de financiële herinvesteringsreserve (HIR). Dat heeft het kabinet vrijdagmiddag bekendgemaakt via een Kamerbrief.

Dat boeren geen gebruik kunnen maken van de HIR, kan volgens LTO een belangrijk knelpunt zijn om niet mee te doen aan de beëindigingsregelingen. Het kabinet erkent deze zorg en wil daarom deze fiscale belemmering weghalen voor de de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties.

Alleen inzet op bedrijfsmiddelen

De toepassing van de HIR is alleen mogelijk indien en zolang het voornemen bestaat om het bedrag van die reserve te herinvesteren in bedrijfsmiddelen ten behoeve van een andere onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet, mits voor het bepalen van de winst bij beide ondernemingen dezelfde bepalingen van toepassing zijn.

Die andere onderneming kan zowel een nieuwe als een bestaande onderneming van de belastingplichtige zijn.

Overdrachtsbelasting

Bij de overdrachtsbelasting kan het in sommige gevallen voorkomen dat er een (na)heffing volgt als een veehouder besluit tegen vergoeding een locatie te sluiten. Nader onderzoek van het Rijk heeft uitgewezen dat het efffect van de overdrachtsbelasting op de deelnamebereidheid aan de beëindigingsregelingen gering is.

Het kabinet vindt het daarom ook niet nodig om hier maatregelen voor te treffen omdat het aantal knelgevallen, afgezet tegen het aantal (potentiële) deelnemers aan de beëindigingsregelingen, klein is. Een generieke maatregel hiervoor treffen is daardoor relatief duur en daarom is ervoor gekozen om voor de knelpunten in de overdrachtsbelasting geen aanvullende fiscale maatregelen worden uitgewerkt.

Beeld: Ruth van Schriek

Bron: Tweede Kamer

Tags
PluimveeVarkensMelkveeOndernemerschapPolitiekRegelgeving