Op tijd beginnen met bemonsteren voor tijdige uitslag

De herfst en de winter zijn bij uitstek geschikt om te bemonsteren om de eventuele schade voor een volgteelt van een schadegevoelig gewas te kunnen bepalen. Door tijdig te bemonsteren, krijgen de opdrachtgevers op tijd de uitslag waarmee ze een beslissing kunnen nemen. Dan kan bijvoorbeeld het bouwplan nog worden aangepast.
Bovendien zorgt een vroeg begin voor een goede doorstroming in de laboratoria van HLB, waardoor een vlotte terugkoppeling haalbaar is.
In onderstaande tabel een overzicht van de het beste bemonsteringstijdstip voor ofwel de grootste pak-, of detectiekans of voor het inschatten van de schade voor de komende teelt.
| Aaltjessoort | Grootste pak- c.q. detectiekans | Inschatten schade komende teelt |
| Aardappelcysteaaltje | Direct na de oogst van aardappelen. | September – januari (voor aardappelteelt) |
| Bietencysteaaltje | Niet bemonsteren kort na een sterk vermeerderend gewas. | November – januari (voor de teelt van schadegevoelige gewassen) |
| Meloidogyne chitwoodi/M. fallax | Direct na oogst van een sterk aaltjes vermeerderend gewas. | November – januari (voor schadegevoelige gewassen) |
| Meloidogyne hapla | Direct na de oogst van aardappelen, bieten, of andere aaltjesvermeerderende gewassen. | November – januari (voor de teelt van schadegevoelige gewassen) |
| Pratylenchus penetrans | n.v.t. | November – januari (voor de teelt van schadegevoelige gewassen) |
| Paratrichodorus teres (NOP, Wieringermeer, etc.) | November (bij koele vochtige omstandigheden). | November (bij koele vochtige omstandigheden). |
| Overige Trichodoriden | November – maart (bij koele vochtige omstandigheden). | November – januari (bij koele vochtige omstandigheden). |
Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs.


