Sterke Erven Logo

Eerste aantastingen in wintertarwe steken de kop op

02 min
De eerste controles in het netwerk van tarwe waarnemingspercelen van het Vlaamse Landbouwcentrum Granen (LCG) tonen een duidelijke spreiding in de ontwikkelingsstadia en ziekteaantasting in wintertarwe. De ziektewaarnemingen duiden voornamelijk op Septoria. Lokaal worden ook witziekte, gele roest en bruine roest vastgesteld.

Door de klimatologische omstandigheden in het najaar en de winter werd de inzaai van wintergranen sterk bemoeilijkt en vond erg gespreid plaats. Het gevolg is dat er nu ook een duidelijke spreiding is waar te nemen in het ontwikkelingsstadium van de wintertarwe. Op circa 48 procent van de Vlaamse waarnemingspercelen bevindt de tarwe zich in het ‘eerst knoop’ stadium. Vroege wintertarwerassen op vroeg ingezaaide percelen bevinden zich reeds in het 'tweede knoop' of zelfs 'derde knoop voelbaar’ stadia. Door de latere zaaidatum van enkele locaties heeft 29 procent van de tarwe het stadium 'begin oprichten' nog niet bereikt en is het gewas nog aan het uitstoelen.

Voet- en bladziekten wintertarwe

Op nog geen van de waarnemingsvelden hebben de LCG-onderzoekers oogvlekkenziekte aangetroffen. Gele roest komt sporadisch voor. Een vroege behandeling kan af en toe al nodig zijn. Het is belangrijk om zeker de gevoelige rassen hierop te controleren, adviseert het LCG.

Bladseptoria

Op bijna alle percelen komt bladseptoria voor. Het LCG adviseert om in dit vroege stadium, en ondanks de vele regen, het gewas nog niet te behandelen, Een behandeling dient wel binnenkort plaats te vinden, omdat een verdere uitbreiding wordt verwacht.

Witziekte

Op de tarwepercelen in Vlaams-Brabant en Limburg wordt opvallend vaak de witziekte waargenomen. Op enkele locaties is de aantasting dusdanig dat de behandelingsdrempel reeds is bereikt.

Bruine roest

Bruine roest wordt al op verschillende percelen, veelal in heel beperkte mate, waargenomen. Normaliter ontwikkelt bruine roest zich later in het seizoen (vanaf eind mei). In geval van een milde winter en gunstige omstandigheden in het voorjaar, met temperaturen van tussen de 10 °C en 25 °C, kan deze ziekte eerder de kop opsteken.

Beeld: Susan Rexwinkel Agrio archief

Bron: Vlaams Landbouwcentrum voor Granen LCG

Tags
AkkerbouwGraan