Sterke Erven Logo

GD: ‘Diarree door verminderde werking van coccidiostatica’

02 min
Behandelde varkens kunnen nog steeds diarree krijgen ten gevolge van verminderde werking van coccidiostatica. Daarvoor waarschuwt de Gezondheidsdienst voor Dieren, die dit in de praktijk tegenkomt. Wanneer er ondanks inzet van coccidiostatica toch diarree optreedt, is het volgens Royal GD zaak om een aantal punten na te lopen op het bedrijf, zoals de toegepaste dosering.

Op de meeste varkensbedrijven worden biggen standaard behandeld met een coccidiostaticum, meestal met toltrazuril. Dat is een middel dat geen antibiotica is, maar wel een antibiotische werking heeft. Er zijn orale preparaten beschikbaar voor behandeling tussen levensdag 3-5 of injectiepreparaten voor behandeling tussen dag 1 tot 4 of tussen dag 2 tot 3. De behandeling beoogt een sterke reductie van het aantal coccidiën - eencellige parasieten die een infectie in het maag-darmkanaal veroorzaken - maar resulteert niet in een volledige eliminatie.

Besmetten omgeving

Door een reductie van het aantal coccidiën is de verwachting dat de mate van darmschade beperkt blijft en het dier zelf een afweer kan opbouwen. Deze behandeling kan desalniettemin niet volledig voorkomen dat varkens op een latere leeftijd weer worden geïnfecteerd en coccidiën uitscheiden, stelt de Gezondheidsdienst. Ook in zeugen of beren worden soms coccidiën gevonden in darminhoud, wat erop duidt dat deze dieren ook in staat zijn om de omgeving te besmetten.

Dosering

Wanneer er ondanks inzet van toltrazuril toch diarree optreedt, is het zaak om een aantal punten na te lopen op het bedrijf. Ten eerste is het belangrijk om de toegepaste dosering en de leeftijd en lichaamsgewicht bij toepassing te controleren. Er kan sprake zijn van onnauwkeurige of onderdosering ten opzichte van het lichaamsgewicht van de big, of een te late toediening (na dag 5). In geval de problematiek aanhoudt, wordt af en toe de verdenking van resistentie tegen toltrazuril uitgesproken. Er is geen eenvoudige laboratoriumtest om die verdenking te staven.

Onvoldoende reiniging en desinfectie

Regelmatig concludeert de GD óf de toegepaste reiniging óf desinfectie, of allebei, onvoldoende is. Wanneer zowel de toegepaste behandeling als de toegepaste reiniging- en desinfectiestrategie adequaat is, én er nog steeds sprake is van coccidiose, kan het vermoeden van resistentie tegen toltrazuril beter worden onderbouwd. Er is geen breed inzicht in het voorkomen van resistentie bij coccidiën.

Tekst:

Beeld: Ellen Meinen

Bron: Royal GD

Tags
VarkensDiergezondheid