Emissiearme uitrijplicht uitgebreid naar kunstmest, ammoniumsulfaat en plantaardig digestaat

De maatregel is opgenomen in een wijziging van de Omgevingsregeling die deze week ter consultatie is voorgelegd. Tot nu toe golden voorschriften voor emissiearm aanwenden vooral voor dierlijke mest en zuiveringsslib. Met de wijziging worden ook ammoniumsulfaat, vloeibare en vaste ureumhoudende kunstmeststoffen en plantaardig digestaat onder het regime van beste beschikbare technieken (BBT) gebracht.
Vloeibaar ureum moet ook emissiearm worden aangewend
Vooral gebruikers van vloeibare ureummeststoffen krijgen met veranderingen te maken. Deze meststoffen worden momenteel vaak bovengronds met een veldspuit toegediend. Volgens het voorstel mag dat straks alleen nog als een erkende ureaseremmer wordt toegevoegd. Deze moet maximaal 4 uur voor het aanwenden worden toegevoegd. Bij vloeibare ureummeststoffen moeten de sleufjes na injectie direct dichtvallen.
Zonder ureaseremmer moet de meststof met een spaakwiel- of kouterbemester in de bodem worden gebracht. Op onbeteeld bouwland blijft oppervlakkige toediening mogelijk wanneer de meststof direct wordt ondergewerkt.
Ook voor vaste ureummeststoffen worden de regels aangescherpt. Op grasland mogen ureumkorrels alleen nog bovengronds worden gestrooid wanneer zij een ureaseremmer bevatten. Alternatief is dat de korrels in de bodem worden gebracht. Op bouwland blijft onderwerken direct na het strooien toegestaan.
Er geldt een uitzondering op de verplichting. Emissiearme technieken (zoals injectie) of ureaseremmers zijn niet verplicht als het een bladbemesting betreft met een maximale gift van 10 kilogram stikstof per hectare per keer, zoals voor aardappelen.
Ook ammoniumsulfaat onder emissiearme uitrijplicht
Voor ammoniumsulfaat, waaronder spuiwater uit luchtwassers en mestverwerking, wordt emissiearme aanwending eveneens verplicht. Volgens het ministerie sluit dat grotendeels aan bij de huidige praktijk, omdat veel gebruikers deze meststof al in de bodem brengen om gewasverbranding te voorkomen.
Op grasland en bouwland moeten daarvoor een spaakwielbemester of kouterbemester worden gebruikt. De gaatjes of sleuven mogen echter niet breder zijn dan 5 centimeter. Op onbeteeld bouwland mag oppervlakkige toepassing alleen wanneer direct daarna wordt ondergewerkt. Er geldt echter een uitzondering voor kleigrond, omdat deze over het algemeen kalkrijker is en daardoor een hoger emissierisico heeft, aldus het ministerie.
Digestaat gelijkgesteld aan drijfmest
Plantaardig digestaat moet voortaan op dezelfde wijze worden uitgereden als drijfmest. Het ministerie van LVVN wijst erop dat digestaat door het vergistingsproces relatief veel ammonium bevat en daardoor gevoelig is voor ammoniakvervluchtiging wanneer het bovengronds wordt toegediend.
Daarom gelden ook de regels voor waterverdunning op grasland op klei- of veengrond. Bij gebruik van een sleepvoetbemester moet minimaal één deel water aan twee delen digestaat worden toegevoegd, en het gebruik van dit systeem moet jaarlijks vooraf bij LVVN worden gemeld.
Ministerie verwacht forse ammoniakreductie
Volgens het ministerie zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om de nationale ammoniakdoelstellingen te halen. De verwachte emissiereductie bedraagt circa 1,2 miljoen kilogram stikstof per jaar. Wanneer de strengere regels ertoe leiden dat gebruikers overstappen van ureummeststoffen naar kalkammonsalpeter (KAS), kan de emissiereductie volgens de toelichting nog verder oplopen naar 2 miljoen kilogram stikstof per jaar.
Tijdens een agrarische praktijktoets wezen akkerbouwers, melkveehouders en loonwerkers erop dat niet ieder bedrijf beschikt over de voorgeschreven apparatuur. Ook werd aangegeven dat bovengrondse toediening van vloeibare kunstmest met een veldspuit vaak goedkoper is dan emissiearme toediening, zo valt in de documenten van de consultatie te lezen. Het ministerie erkent dat punt, maar verwacht dat het gebruik van ureaseremmers, goed voor ongeveer 10 euro per hectare bij een gift van 100 kilogram stikstof, een praktisch alternatief biedt voor bedrijven die vloeibare ureummeststoffen blijven toepassen.
De nieuwe regels moeten gelijktijdig met een wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving in werking treden. Die datum is voorzien op 1 januari 2027.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Bram Teeuwsen


