Sterke Erven Logo

Koe en eiwit sluit af: Minder ruw eiwit, minder uitstoot

03 min
De resultaten van het project Koe en Eiwit tonen aan dat er voldoende ruimte is voor een duurzamere melkveehouderij. De deelnemers realiseerden gemiddeld 10 gram minder ruw eiwit per kilogram droge stof in het rantsoen, wat neerkomt op bijna 10 procent minder ammoniakemissie, terwijl de melkproductie en diergezondheid op peil bleven. Een bewezen, kosteneffectieve aanpak die bijdraagt aan het stikstofvraagstuk én ruimte creëert op de mestmarkt.

Tijdens een netwerkbijeenkomst op de KNVB-Campus in Zeist met onderzoekers, boeren, provincies en beleidsmakers deelden Paul Galema, senior onderzoeker in Wageningen en initiatiefnemer van dit project, de resultaten van vier jaar Koe en Eiwit. In het project werkten melkveehouders met bedrijfsbezoeken, studiegroepen en praktijkdata aan het terugbrengen van het ruw eiwitgehalte richting 155 gram per kilogram droge stof. Daarbij werd gekeken naar effecten op bedrijfsvoering, emissies en economische prestaties.

Grote verschillen tussen bedrijven

De resultaten laten grote verschillen zien tussen gebieden, tussen bedrijven en tussen de verschillende jaren. De bedrijven met een groter deel mais in het seizoen slaagden er allemaal in uit te komen op een ruw eiwitgehalte lager dan 156 gram per kilogram droge stof. Bedrijven met een volledig of bijna volledig grasrantsoen kwamen zeker in het begin hoger uit, maar wisten wel de meeste vooruitgang te bieden tijdens de looptijd van het project.

Het gerealiseerde ruw eiwitgehalte kan per jaar sterk verschillen. Galema pleit er dan ook voor boeren af te rekenen op een driejarig gemiddelde.

Krachtvoer gebruik

De verzamelde data laten zien dat de grondsoort bepalender is dan de intensiteit van bedrijven. Uiteindelijk was er niet één maatregel die op alle bedrijven hetzelfde effect had. Het meest bepalend voor het ruw eiwitgehalte zijn keuzes rond krachtvoer, het eiwitgehalte van het voer en de afstemming tussen grasproductie en bedrijfsomstandigheden.

Gedurende de looptijd van het traject nam het eiwitgehalte in het krachtvoer af, maar werd er wel meer krachtvoer gebruikt.

Belangrijke rol weggelegd voor adviseurs

De grootste belemmeringen voor melkveehouders om te komen tot een laag ruw eiwitgehalte vormden de omgeving, de bedrijfsomstandigheden en de persoonlijke motivatie. Volgens Galema is er daarom een belangrijke rol weggelegd voor de adviseurs.

De begeleiding van de deelnemende boeren bestond uit een viertal individuele adviesgesprekken en een vijftal groepsbijeenkomsten. Met name het uitwisselen van ervaringen met collega’s werd door deelnemende melkveehouders als zeer waardevol ervaren.

Minder eiwit kan bijdragen aan lagere stikstofbelasting

Gedurende de looptijd van het project keken de onderzoekers ook naar de relatie tussen voer en stikstofuitstoot. Met modelberekeningen werd onderzocht wat het effect is van lagere eiwitgehalten op ammoniakemissies en stikstofdepositie op natuurgebieden.

Op bedrijfsniveau waren de effecten van een lager ruw eiwitgehalte weliswaar beperkt, maar de gezamenlijke impact wanneer veel bedrijven dezelfde beweging maken, is groot. Vooral in gebieden waar bedrijven dicht bij kwetsbare natuur liggen, zagen deelnemers en begeleiders kansen voor emissiereductie.

Naar een nieuw landbouwmodel

Een medewerker van het ministerie van LVVN gaf aan het eind van de bijeenkomst een toelichting op de ontwikkeling van doelsturing tot een praktijkrijp instrument. De medewerker schetste een het huidige plan voor een gefaseerde invoering van doelsturing, waarbij eerst wordt gewerkt aan monitoring en stimulering en op de langere termijn aan een systeem waarin prestaties steeds zwaarder meewegen. Pas in 2035 verwacht het ministerie zover te zijn dat de doelsturing volledig is uitgewerkt in een systeem van data en beloningen.

Convenant Voerspoor

De praktijkpilot Koe en Eiwit (2022–2026), krijgt een vervolg in de Convenant Voerspoor. „De kennis is er. We weten wat werkt, op welke bedrijven en hoe je het stap voor stap aanpakt,” zei Paul Galama

(WUR, projectleider Koe en Eiwit) tijdens de bijeenkomst. „Nu is het zaak om dat bereik te vergroten. Dat is precies wat Convenant Voerspoor doet.”

Tags
MelkveeKrachtvoerKringloopwijzerMaisManagementOndernemerschapWeidemanagementMest