RIVM: nitraatconcentratie op derogatiebedrijven blijft onder Europese norm

Volgens het rapport is dat niet alleen het gevolg van minder mestgebruik, maar vooral van de uitzonderlijk natte winter van 2023/2024, waardoor nitraat sterker werd verdund en afgebroken.
Na de sterke stijging van de nitraatconcentraties tijdens en na de droge jaren 2018 tot en met 2020 is sinds 2020 opnieuw een dalende trend zichtbaar, die in 2025 voor vrijwel alle regio's uitkomt op het laagste niveau van de hele meetreeks.
De onderzoekers melden hun bevindingen in de jaarlijkse rapportage over de landbouwpraktijk en waterkwaliteit op bijna driehonderd bedrijven die in 2024 waren aangemeld voor derogatie. De resultaten gelden specifiek voor deze groep bedrijven, die voornamelijk uit melkveebedrijven met veel grasland bestaat.
Minder dierlijke mest, meer kunstmest
De gemiddelde nitraatconcentratie bleef in alle regio’s onder de norm. De hoogste waarde werd gemeten in de lössregio met gemiddeld 36 milligram per liter. In de veenregio was de gemiddelde concentratie met 5,6 milligram per liter het laagst.
Ook nam het aantal bedrijven dat de norm overschreed in de meeste regio’s af. In Zand-Midden/Zuid daalde het aandeel bedrijven met een overschrijding van 48 procent in 2023 naar 10 procent in 2024. Alleen in de lössregio nam het aandeel bedrijven met een overschrijding toe, van 9,1 naar 12 procent.
Het RIVM wijst er wel op dat een lage nitraatconcentratie niet automatisch betekent dat alle nutriëntenconcentraties laag zijn. In de veenregio werden juist hogere concentraties totaal-stikstof en totaal-fosfor gemeten dan een jaar eerder.
Dat hangt samen met de afbraak van organische stof in veengronden, waarbij stikstof vrijkomt als ammonium. Ook de fosforconcentraties in het grondwater liggen in de veen- en kleiregio hoger dan in de zand- en lössregio, al blijven ze ruim onder de landelijke drempelwaarde voor grondwater.
De onderzoekers benadrukken dat de weersomstandigheden op korte termijn meer invloed hebben op de waterkwaliteit dan de afbouw van de derogatie. De effecten van een lager mestgebruik werken volgens het RIVM pas na verloop van tijd door in het grondwater. De historisch lage nitraatconcentraties die in 2025 zijn gemeten, worden daarom waarschijnlijk vooral verklaard door de natte winter.
Natte winter drukt nitraatconcentraties
Op de derogatiebedrijven daalde het gebruik van stikstof uit dierlijke mest in 2024 naar gemiddeld 198 kilo per hectare. Dat is het laagste niveau sinds de start van de metingen in 2006.
Tegelijkertijd steeg het gebruik van stikstofkunstmest met bijna 7 kilo per hectare ten opzichte van 2023. Daardoor bleef de totale gift aan werkzame stikstof met gemiddeld 222 kilo per hectare vrijwel gelijk en nog altijd onder de gebruiksnorm van 277 kilo per hectare.
Volgens de onderzoekers laat dit zien dat een lagere gift aan dierlijke mest deels kan worden gecompenseerd door kunstmest, waardoor het effect op de totale stikstofgift beperkt blijft. Ook de fosfaatgift bleef onder de gebruiksnorm.
Stikstofbodemoverschot stijgt
Het berekende stikstofbodemoverschot - de hoeveelheid stikstof die na opname door het gewas in de bodem achterblijft en uiteindelijk als nitraat kan uitspoelen - steeg in 2024 met 32 kilo per hectare ten opzichte van een jaar eerder naar gemiddeld 161 kilo per hectare. Daarmee lag het overschot nog altijd onder het langjarig gemiddelde.
Het rapport meldt dat de stijging onder meer samenhangt met een hogere aanvoer van stikstof via voer en kunstmest en lagere gewasopbrengsten. De opbrengst van snijmaïs daalde van 18.400 naar 15.100 kilo droge stof per hectare. Ook de stikstof- en fosforopbrengst van grasland lagen duidelijk onder het langjarig gemiddelde.
Einde derogatie stond al vast
Dat de gemiddelde nitraatconcentratie op derogatiebedrijven in 2024 onder de Europese norm bleef, betekent niet dat Nederland de derogatie had kunnen behouden. De Europese Commissie besloot in 2022 al dat de derogatie stapsgewijs zou worden afgebouwd en per 1 januari 2026 zou eindigen.
Daarbij keek Brussel niet alleen naar de resultaten van derogatiebedrijven, maar naar de totale waterkwaliteit in Nederland en de voortgang bij het halen van de doelen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water.
Bovendien benadrukken de onderzoekers dat de lage nitraatconcentraties in 2024 en 2025 voor een belangrijk deel zijn toe te schrijven aan de uitzonderlijk natte winter van 2023/2024. Daardoor is uit deze meetjaren nog niet af te leiden wat het effect is van de afbouw van de derogatie.
De derogatie is per 1 januari 2026 beëindigd. In 2026 worden de laatste waterkwaliteitsmetingen binnen het derogatiemeetnet uitgevoerd. De slotrapportage verschijnt in 2027. Daarna worden de ontwikkelingen in landbouwpraktijk en waterkwaliteit verder gevolgd via het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: RIVM

