DLV: 'Financiële ruimte varkenshouder slinkt met torenhoge kritieke voerwinst'

DLV berekende dat de kritieke voerwinst per vleesvarken nu 132 euro moet zijn. Dat is het bedrag dat nodig is voor een gezonde toekomstbestendige bedrijfsvoering. De langjarig gemiddelde voerwinst bedraagt echter 95 euro per afgeleverd varken, dus is 139 procent nodig. DLV merkt op dat in het verleden 110 procent van de voerwinst voldoende was.
In de zeugenhouderij staan de marges iets minder onder druk. De kritieke voerwinst per zeug bedraag 1.005 euro en de langjarig gemiddelde voerwinst komt uit op 910 euro per zeug. Dat komt uit op ongeveer 110 procent. ‘Dat betekent niet dat er geen uitdagingen zijn’, schrijft DLV. ‘Ook bij zeugenbedrijven zijn de kosten de afgelopen jaren fors opgelopen. De vergelijking laat wel zien dat de langjarige druk groter is bij vleesvarkensbedrijven.’
Kosten lopen op
Volgens DLV zijn de voerwinsten de afgelopen jaren weliswaar gunstig geweest, maar zijn ook de kosten sterk opgelopen. Hogere rentelasten, stijgende mestafzetkosten, duurdere arbeid en investeringen zorgen ervoor dat een steeds groter deel van de voerwinst nodig is om het bedrijf financieel gezond te houden.
Daardoor blijft volgens het adviesbureau minder ruimte over voor nieuwe investeringen of om mindere jaren op te vangen. Dat terwijl de sector de komende jaren voor grote vernieuwingen staat die allemaal investeringen vergen, bijvoorbeeld in vrijloopkraamhokken, emissiereductie en het houden van varkens met lange staarten.
DLV adviseert ondernemers daarom scherp te sturen op kostprijs, liquiditeit en rendement. Volgens het adviesbureau wordt het daardoor steeds belangrijker om investeringsbeslissingen en financieringen vooraf goed door te rekenen.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Agrio
Bron: DLV Advies


