Sterke Erven Logo
13

Zo herken je mozaïek, bladrol en bacterie tijdens de pootgoedselectie

1307 min
NAK-specialist Jan Koning legt uit hoe Y-virus, bladrol en bacterie zich tonen in pootgoed en waarom vroege selectie belangrijk blijft.
De pootgoedselectie is in volle gang en de eerste veldkeuring is afgerond. Ziektebeelden tonen zich tot nu toe (half juni) over het algemeen redelijk goed, ziet vaktechnisch specialist pootaardappelen Jan Koning van de NAK. „Voldoende vocht en lagere temperaturen bevorderen de zichtbaarheid.” Het eerste primaire Y-virus werd half juni gevonden. Ook bladrol en bacterie laten zich zien. Sterke Erven Akkerbouw bekeek samen met Koning de ‘ziekenstal’ van het Proef- en controlebedrijf van de NAK in Tollebeek (FL), waarbij de pootgoedspecialist tekst en uitleg gaf over verschillende ziektebeelden waarop telers moeten selecteren.

Jan Koning heeft in de ruim 38 jaar dat hij voor de NAK werkt een bak aan ervaring en kennis opgedaan als het gaat om het herkennen van ziekten in pootgoed. Hij is jaren keurmeester geweest en inmiddels leidt hij zelf keurmeesters op en geeft hij selectiecursussen. Een groep cursisten heeft eerder die dag de selectiecursus met goed gevolg afgerond, vertelt Koning, als we hem ontmoeten bij het Proef- en controlebedrijf van de NAK in Tollebeek. „Kennis overdragen, dat vind ik mooi om te doen”, zegt hij zichtbaar enthousiast. „Want vroege en goede selectie is en blijft uiterst belangrijk in pootgoed.”

Op het Flevolandse bedrijf liggen verschillende proef- en controlevelden voor pootgoed en zaaizaad. „Op het controleveld voor pootgoed staan 420 partijen uit de nacontrole van vorig jaar. Het is dus bekend wat er aan ziekten in zit. Op deze manier kunnen we controleren of onze nacontrole goed is. Dit jaar ligt de focus op virus, volgend jaar is dat bacterie. Die twee worden met elkaar afgewisseld”, legt Koning uit, terwijl hij z’n schoenen ontsmet. „Hygiëneprotocol”, klinkt het.

'Ziekenstal'

Dan gaan we naar de ‘ziekenstal’. Daar liggen proefveldjes met partijen die besmet zijn met virus (Y-virus en het PLRV-virus dat bladrol veroorzaakt). Naast de geïnfecteerde partijen liggen veldjes met controlepartijen van hetzelfde ras waar geen besmetting in zit, om zo het verschil te kunnen duiden. Hoe virus zich toont, kan namelijk per ras verschillen. „Elk ras en elke virusstam geven weer andere verschijnselen. Telers hoeven niet te weten om welk virus het gaat, maar ze moeten de afwijkende planten eruit kunnen halen.” Hij wijst naar twee veldjes: in het ene veldje toont Y-virus zich duidelijk door het mozaïekpatroon in het blad. Op het veldje ernaast, waar de gezonde planten staan, oogt het blad mooi rustig.

„Mozaïek door Y-virus geeft een bont beeld van het blad. Ook zakt het blad wat in de nerven, zoals we het noemen: de nerven tekenen meer. Eén van mijn cursisten noemde het een treurige plant. Daar kan ik me wel in vinden.” Koning laat zijn schouders hangen. „Als wij ziek zijn, zitten we ook niet mooi rechtop, maar ineengezakt. Dat doet een zieke of ‘treurige’ plant ook. Daarnaast blijven de planten vaak achter in groei.”

Y-virus is een non-persistent virus: bladluizen die een besmette plant aanprikken, kunnen daarna direct andere planten besmetten. „Na twee of drie keer prikken draagt de luis het virus niet meer bij zich. Primair en secundair Y-virus kunnen dus naast elkaar bestaan”, waarschuwt Koning. Het eerste primaire Y-virus werd half juni in Flevoland gevonden. „Dat was vrij vroeg, maar niet extreem”, volgens de pootaardappelspecialist. Een primaire (door luizen) of secundaire (besmetting vanuit de knol) aantasting kan zich op verschillende manieren uiten. „Primair oogt boven in de plant fel en onderin rustig. Bij secundair laat de gehele plant symptomen zien. Kronkelende of rafelige bladranden zijn ook een kenmerk.”

Bladrol

En dan bladrol. Dit virus steekt sinds een paar jaar weer de kop op in Nederlandse aardappelpercelen. „Bladrol zorg voor 50 procent opbrengstderving. Als een plant normaal 1.250 gram produceert, moet je zeker rekening houden met de helft”, zegt Koning. In tegenstelling tot Y-virus is bladrol een persistent virus. Als een luis het virus eenmaal bij zich draagt, kan hij dit zijn hele leven blijven verspreiden. Koning waarschuwt: „Hou in het achterhoofd dat luizen drie weken kunnen leven.”

Planten die besmet zijn met het PLRV-virus dat bladrol veroorzaakt, zijn kleiner en lichter van kleur. „In de eerste selectierondes vallen die planten vaak nog op. In een later stadium vallen ze weg onder de andere planten, waardoor je ze makkelijk over het hoofd ziet.”

De pootgoedspecialist richt zich op en spant zijn schouders. „Planten met bladrol staan strak”, illustreert hij. „Zie je zo’n plant, stop dan even en ga verder kijken. Bij secundaire bladrol kan de plant de voedingsstoffen niet meer naar de knollen transporteren en schiet de plant in de overlevingsstand. De zetmeelproductie blijft doorgaan en dat wordt deels opgeslagen in het blad. Hierdoor krijg je het typerende beeld van rollend blad.” Hij duwt voorzichtig wat blad opzij, zodat het rollende blad dat onderaan de plant zit zichtbaar wordt. Hij plukt een scheut af en knijpt in de bladeren. „Hoor je het knisperen? Dat komt door de zetmeelophoping.” Bij primaire bladrol zie je juist dat de topbladeren krullen. Ook deze planten staan ‘strak’. „De bladeren zijn licht van kleur en neigen naar geel of lichtgroen.”

Bacterie

Na wat zoekwerk heeft Koning ook bacterie gevonden. Niet in de ziekenstal, maar in een veldje verderop. „Het blad oogt geel, doordat er geen vochtopname meer is door de rotte mantel.” Hij trekt de plant eruit. „Je ziet dat de mantel hier begint te verkleuren, terwijl deze mooi helder moet zijn.” Om het verschil duidelijk te maken, trekt hij er ook een gezonde plant uit en houdt ze naast elkaar. „Duidelijk verschil, toch?” Hij snijdt de mantel van de aangetaste plant open. „Je ziet het steeds verder de stengel doortrekken en uiteindelijk gaat de knol ook over tot rotting.”

De NAK-specialist pakt een knol van de aangetaste plant. „Zie je dat de stoloon hier ook zwart is?” Als hij deze doorsnijdt, is duidelijk te zien dat bacterie al doorgedrongen is tot in de knol.

Advies

Koning heeft tot slot nog een laatste advies voor selecteurs: „Vorm je eerst een goed beeld van het perceel. Pas dan vallen de afwijkende planten op.”

Tekst:

Beeld: Natasja Beverloo

Tags
BiologischAkkerbouwPlantgezondheidPootaardappelenTopgewasFlevoland