UPP verwacht prijsherstel op eiermarkt
UPP: prijsdruk op eieren vooral gevolg van sentiment

In Nederland, Duitsland en België bleef de omvang van de leghennenstapel de afgelopen jaren juist stabiel, waardoor van overproductie in deze landen geen sprake lijkt te zijn. Eenzelfde beeld zien we in Spanje, Frankrijk en Polen, aldus de UPP.
Opvallend is de stijging van de Spaanse chicken placements. In het eerste kwartaal van 2026 werden daar ongeveer vijf miljoen extra eendagskuikens opgezet in de opfok in vergelijking tot het eerste kwartaal van vorig jaar, volgens de statistieken van de World Egg Organisation (WEO). Een ontwikkeling die lastig te duiden is volgens de UPP. Mogelijke gedeeltelijke verklaringen zijn een beperkte groei van de Spaanse legpluimveestapel, een piek in vervanging van uitgelegde Spaanse leghennen, of een vervanging van geruimde leghennen als gevolg van vogelgriep en Newcastle Disease (NCD) in met name Polen en Duitsland in verband met beperkte opfokcapaciteit in Noordwest-Europa. Bovendien zouden de cijfers ook onjuist kunnen zijn.
Vooralsnog zijn daar geen duidelijke signalen zichtbaar van substantiële groei van de Spaanse legpluimveestapel. Pas als de noteringen af-boerderij in Spanje fors dalen, tot onder het niveau van Duitsland, Nederland en België is een overschot aan Spaanse eieren aannemelijk. Momenteel is het prijsniveau in Spanje voor tafeleieren vergelijkbaar met Duitsland en Nederland. De kooi-eieren zijn in Spanje duurder.
Europa exporteert minder eieren
Nederland en Polen exporteren de meeste eieren naar landen buiten de EU, daarbij moet worden aangetekend dat de volumes relatief beperkt zijn. Opvallend is dat de export recent gedaald is. Dat kan er op duiden dat de in Europa geproduceerde eieren goed kunnen worden verhandeld binnen de EU. Er lijkt geen sprake van een overschot dat tegen scherpe prijzen weggewerkt moet worden op de wereldmarkt.
Oekraïense import stelt weinig voor
De import van Oekraïense eieren lijkt een beperkte rol te spelen. Hoewel de invoer in de eerste maanden van 2026 is toegenomen, vooral in België, gaat het om minder dan één procent van de binnenlandse productie van Nederland, Duitsland en België. Een dergelijk beschikbaar volume kan de reguliere vraag vanuit de industrie onvoldoende dekken en vormt geen reden voor substantiële prijsdruk. De invloed op de markt voor tafeleieren is realistisch gezien verwaarloosbaar. In mei 2026 ging het grootste deel van de Oekraïense export van kooi eieren naar Spanje (28 procent), gevolgd door Groot Brittannië (14 procent) en Polen (9 procent).
Oekraïense kooieieren concurrerend geprijsd
Uit een rondvraag door de UPP blijkt dat Oekraïense kooi-eieren af-boerderij voor een concurrerende prijs kunnen worden geleverd af-fabriek in Nederland, Duitsland en België nu in juni en juli 2026. Zelfs met importheffingen en met transportkosten van 15 tot 25 euro kilogram, lukt dat. De kostprijs in Oekraïne is laag doordat kippen nog in traditionele kooisystemen worden gehuisvest, die in Europa verboden zijn. Maar prijs is niet zaligmakend. De import levert allerlei uitdagingen op, waaronder wisselende kwaliteit en problemen met logistiek en verwerking van op pulp trays geleverde eieren.
Noteringen in Duitsland en Nederland (te) hard gedaald
De analyse van de UPP laat zien dat de producentenprijzen in Nederland en Duitsland sinds begin 2026 sterker zijn gedaald dan in veel andere Europese landen. De huidige noteringen voor tafeleieren in Duitsland en Nederland zijn daardoor relatief laag in vergelijking met onder meer België, Polen en Zwitserland. Ter vergelijk: de laatste twee maanden is de notering voor M scharreleieren in Spanje met 16 procent gedaald, die in Nederland met 20 procent en in Duitsland zelfs met 25 procent.
Eenzelfde beeld ziet de UPP voor de industrie, met duidelijk hogere prijzen in Polen, Frankrijk en Spanje. De UPP plaatst hierbij wel een kanttekening: „Aangezien de industrieprijzen voor Duitsland en Nederland ontbreken in de data van DG Agri, zijn deze in de grafiek gebaseerd op de kale noteringen voor NOP 2.0 industrie (kooi) en Weser Ems verarbeitungswaren. Inclusief de gerealiseerde toeslagen komt het prijsniveau in Duitsland en Nederland dichter bij die in België, Polen en Zwitserland."
De transportkosten maken het volgens de UPP onaannemelijk dat Franse of Spaanse eieren structureel goedkoper op de Noordwest-Europese markt kunnen worden aangeboden, tenzij marktpartijen bereid zijn hun marges te verkleinen. Transport kost immers al snel circa 1 eurocent per ei.
Vogelgriep en NCD blijven markten verstoren
In de periode oktober 2025 tot mei 2026 is het aantal uitbraken van hoog pathogene vogelgriep (HPAI) bij pluimvee hoger dan de jaren ervoor (+5 procent ten opzichte van oktober 2024 tot september 2025, +77 procent ten opzichte van oktober 2023 tot september 2024). Recente uitbraken zijn er in Polen, gevolgd door Duitsland en Groot-Brittannië. De laatste uitbraak van vogelgriep in Spanje dateert van juli 2025.
Uitbraken van NCD zijn doorgaans minder marktverstorend. Recent is bij meerdere bedrijven in Polen, Spanje en Duitsland NCD vastgesteld, ook bij grotere legbedrijven met forse aantallen leghennen.
Prijsstijging verwacht
Van een overschotmarkt in Duitsland, Nederland en België is geen sprake. Ook niet als de productie in Frankrijk, Spanje en Polen wordt betrokken. De verwachting van de UPP is dat de prijzen voor tafeleieren op korte termijn weer zullen aantrekken. Tenzij zich onverwacht toch een omvangrijk overschot blijkt te ontwikkelen in Spanje, maar dat is op basis van de cijfers niet aannemelijk. Ook voor industrie-eieren (kooi) verwacht de UPP prijsherstel na de zomer, zodra de industrie niet langer afwacht en voorraden zijn verbruikt. Een forse toename van beschikbare Oekraïense kooi-eieren kan nog roet in het eten gooien, maar dat is volgens de UPP onwaarschijnlijk, ook niet met recente uitbreiding van het aantal leghennen.
Volgens de marktanalyse van de UPP is de prijsdaling sinds januari vooral toe te schrijven aan een combinatie van het gebruikelijke seizoenseffect, terughoudendheid bij de industrie en negatief marktsentiment, mede veroorzaakt door ‘praat’ over goedkope importen uit Spanje, Frankrijk, Polen en Oekraïne. „Er zijn geen fundamentele veranderingen in vraag en aanbod die aanleiding geven voor prijsdruk en daling van de noteringen. Er is eerder sprake van een vragende markt, momenteel al voor het tafelei en binnenkort ook verwacht voor kooi-eieren ten behoeve van de industrie", stelt de UPP.
„De tafeleimarkt is onterecht meegezogen in de marktontwikkelingen voor de industrie (kooi). Voor de komende periode is optimisme gerechtvaardigd met herstel van de prijsniveaus." De UPP houdt de vinger aan de pols en blijft de marktontwikkelingen nauwlettend volgen, kijkend naar aanbod, vraag, handelsstromen en eierprijzen.
Tom Schotman
Opgegroeid op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender. Schrijft sinds augustus 2013 voor Pluimveeweb.nl, vakblad Pluimveeweb, Pigbusiness.nl, vakblad Pig Business en de regionale agrarische vakbladen van Agrio.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: Unie van Pluimvee Producenten







