Vieze ligboxen en klauwproblemen: taakstraf voor melkveehouder voor slechte zorg

De zaak kwam aan het rollen nadat de NVWA in januari en mei 2025 meerdere inspecties uitvoerde op twee bedrijfslocaties met zo’n 500 dieren. Daar zagen de inspecteurs dat de ligboxen erg vervuild waren, waardoor de koeien geen schone en droge ligplaats hadden. Ook kreeg het jongvee beschimmeld voer en konden de dieren zich verwonden aan scherpe delen.
Hulp niet mogelijk
Daarnaast waren er tientallen dieren met klauwproblemen, die niet op tijd werden geholpen. Zes kreupele koeien moesten zelfs worden afgemaakt, omdat hulp van een klauwbekapper niet meer mogelijk was. Ook een kalf moest in januari geëuthanaseerd worden. Bij een latere controle overleefden nog eens twee koeien het niet.
Volgens de officier van justitie was dit niet de eerste keer. De boer was al eerder veroordeeld voor dezelfde problemen en had ondanks meerdere waarschuwingen niet genoeg gedaan om dit op te lossen. Daarom zou een flinke straf nodig zijn en zou de melkveehouder, als het nog een keer mis zou gaan, nog maar maximaal 200 dieren mogen hebben.
Hulp ingeschakeld
De advocaat van de melkveehouder vond dat de boer wel degelijk maatregelen had genomen. Zo had hij hulp van zijn vriendin, zoon en een vrijwilliger ingeschakeld. Bovendien stelde hij dat lang niet alles bewezen kon worden.
De politierechter oordeelde dat de inspecties, foto's, videobeelden en verklaringen van dierenartsen duidelijk genoeg maakten dat de boer niet goed voor zijn dieren zorgde. Daarbij telde de rechter mee dat de boer ondanks eerdere waarschuwingen en veroordelingen niets verbeterd had.
Maximaal vierhonderd dieren
Toch hield de politierechter er rekening mee dat de boer sinds mei dit jaar van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur nog maximaal vierhonderd dieren mag houden omdat het hem anders boven de pet gaat. Daarom vond hij de maatregelen van justitie om dat bij nóg een overtreding nog verder te verlagen niet nodig.
Wel kreeg de melkveehouder een taakstraf van 180 uur opgelegd, waarvan 60 uur voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaar. Als de Drent in de komende drie jaar nog een keer de fout in gaat, moet hij dus die 60 uur van zijn taakstraf ook nog uitvoeren.
Laura Smit
Freelance journalist.
Beeld: Susan Rexwinkel
