Sterke Erven Logo

'Als de grond niet bekwaam is, moet je er gewoon niet op rijden'

03 min
Bodemprofiel na demonstratie met verschillende bandendruk
Bodemverdichting blijft een van de belangrijkste knelpunten in de landbouw, benadrukt onderzoeker bodem en bemesting Tomas Van de Sande. Tijdens een demodag op het bodemfestival van Inagro werd het effect van bandendruk en rijtechniek op bodemstructuur duidelijk zichtbaar gemaakt.

In de demonstratie werd een bodemprofiel opgebouwd met verschillende grondlagen. Daarover reed een trekker eerst met een lagedruksysteem (0,7 bar) en vervolgens met een hogere bandendruk van 1,7 bar. Op de achteras van de trekker rustte een belasting van in totaal een kleine 10 ton.

De resultaten waren in droge omstandigheden beperkt zichtbaar, maar wel aanwezig. Op ongeveer 5 tot 10 centimeter diepte was een lichte insporing te zien. Volgens Tomas Van de Sande is dat in droge grond niet verontrustend. „Op droge grond kun je nog relatief goed rijden, zelfs met hogere bandendruk. Maar in natte omstandigheden is dat een heel ander verhaal.”

Natte omstandigheden maken het verschil

Het effect van bodemverdichting wordt vooral problematisch als er op natte bodems gereden wordt. Dan kan de insporing veel dieper gaan en ontstaan er blijvende structuurschade en opbrengstverliezen. Volgens Van de Sande wordt de impact van verdichting vaak pas in droge jaren echt zichtbaar: gewassen ontwikkelen zich minder goed en opbrengsten blijven achter op verdichte plekken.

Lagedruksystemen verdelen de belasting beter

Een belangrijk aspect in de demo was het contactoppervlak van de band. Bij lage bandendruk wordt het draagvlak groter, waardoor de druk per vierkante centimeter afneemt. „Eigenlijk geldt: dezelfde massa, maar op ongeveer het dubbele oppervlak. Dat betekent dus ongeveer de helft van de druk en dus ook minder verdichting”, legt Van de Sande uit.

Lagedruksystemen, waarbij de bandenspanning vanuit de cabine kan worden aangepast, zijn volgens hem inmiddels vrij gangbaar. Toch worden ze in de praktijk niet altijd optimaal benut.

Voorkomen blijft de beste strategie

De belangrijkste boodschap is volgens de onderzoeker duidelijk: voorkomen is beter dan herstellen. „Als de grond niet bekwaam is, moet je er gewoon niet op rijden”, stelt Van de Sande. Daarnaast spelen machinegewicht en rijtechniek een belangrijke rol. Het beperken van belasting op de bodem blijft cruciaal om structuurschade te voorkomen.

Opvallend is dat verdichting niet altijd uniform voorkomt binnen een perceel. Verschillen in bodemtype en waterhuishouding zorgen ervoor dat sommige zones gevoeliger zijn dan andere. Daarnaast worden bepaalde zones op het perceel, zoals toegangen en kopakkers, intensiever bereden. Hier zie je dikwijls meer verdichting.

Zelf eenvoudige tests uitvoeren

Boeren kunnen volgens Van De Sande zelf eenvoudig een eerste inschatting maken van bodemverdichting. Een prikstok of spade kan al veel duidelijkheid geven. „Als je op 30 tot 45 centimeter een harde laag voelt, dan zit daar hoogstwaarschijnlijk verdichting”, luidt het advies. Ook aan het begin van het groeiseizoen kun je met een spade nagaan of de grond voldoende droog is om te bewerken. Graaf daarbij tot de diepte waarop de grondbewerking plaatsvindt.

Als verdichting al aanwezig is, kan mechanische grondbewerking helpen. Bijvoorbeeld met een diepwoeler. Toch waarschuwt Van de Sande voor overmatige bewerking. De bodemstructuur moet niet in één keer volledig opengetrokken worden. Dan verliest de bodem z’n draagkracht. In combinatie met groenbemesters of diepwortelende gewassen kan herstel geleidelijk worden opgebouwd.

Gewassen reageren verschillend

Niet alle gewassen zijn even gevoelig voor bodemverdichting. Gewassen met sterke wortelontwikkeling kunnen verdichte lagen beter doorbreken, terwijl gevoelige gewassen sneller groeiproblemen vertonen. In de demo werd onder meer verwezen naar gewassen zoals vlas en spinazie, waarbij verdichting duidelijk zichtbaar kan worden in de groei.

Thomas Van de Sande

Tekst:

Beeld: Matthias Vanheerentals

Tags
AkkerbouwBodemstructuurTopbodem