De echte winst van landuitwisseling zit in een doordachte gewasrotatie

Landuitwisseling en samenwerking
Voor veel aardappeltelers is landruil en landhuur een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Door uitwisseling van land met melkveehouders of collega akkerbouwers ontstaat meer ruimte om aardappels te telen zonder de rotatie op het eigen bedrijf te intensiveren. Voor melkveehouders biedt een samenwerking vaak ook duidelijke voordelen in de vorm van extra areaal voor voedergewassen en toepassing van mest. Voor akkerbouwers die land verhuren voor de teelt van aardappels levert de verhuur aantrekkelijke inkomsten zonder zelf te hoeven investeren in de arbeid- en kapitaalintensieve aardappelteelt. Het is dan ook geen wonder dat uitwisseling van land in grote delen van Nederland voorkomt en vaak al tientallen jaren bestaat.
In uitwisseling van land blijft één onderwerp nog vaak onderbelicht: de gezamenlijke gewasrotatie. Een succesvolle aardappelteelt begint namelijk niet bij de aardappel zelf, maar bij goede afspraken over wat er in de jaren voor en na de aardappelteelt op een perceel gebeurt. In de praktijk stopt de samenwerking nog te vaak bij de perceelruil. Er wordt bijvoorbeeld gekeken welk perceel grasland aan vernieuwing toe is of op welk perceel wel weer aardappels kunnen staan. Dat is logisch, want de planning moet vaak in korte tijd worden gemaakt en is afhankelijk van het groeiseizoen, de voervoorraad of de behoefte aan extra aardappelland. De uitruil van land wordt daardoor vaak bepaald door de situatie van dat moment, terwijl de gewasrotatie over meerdere jaren minder aandacht krijgt.
Van perceelruil naar gewasrotatie
Een goed doordachte gezamenlijke gewasrotatie biedt meerwaarde voor een geslaagde aardappelteelt. Een gezamenlijke gewasrotatie is niet alleen goed voor de bodem, maar helpt ook om steeds meer praktische uitdagingen in de aardappelteelt op te lossen. Juist nu de marges onder druk staan en de uitdagingen in de aardappelteelt toenemen, is het belangrijk de basis op orde te hebben. De mogelijkheden om ziekten en plagen te bestrijden worden steeds kleiner terwijl eisen aan bodemkwaliteit en waterkwaliteit toenemen. Denk hierbij aan de verplichte inzet van rustgewassen op zand- en lössgrond en de sterk gedaalde bemestingsnormen.
De praktische meerwaarde van een gezamenlijke rotatie
Een concreet voorbeeld op zandgrond is de keuze van de juiste volgorde van gewassen en groenbemesters om problemen met plantparasitaire nematoden, zoals Meloidogyne chitwoodi en Pratylenchus penetrans, te beperken.. Je kunt bijvoorbeeld denken aan de gerichte inzet van een vroeg oogstbaar gewas zoals wintergerst gevolgd door M. Chitwoodi resistente bladrammenas of tagetes. Grasland scheuren levert veel stikstof na. Naarmate grasland ouder wordt, neemt de stikstofnalevering na het scheuren toe. Bij ouder grasland wordt het daardoor steeds lastiger om alle vrijgekomen stikstof goed te benutten. Beter is het om grasland in rotatie met bouwland na maximaal drie jaar weer te scheuren. Door dit al vooraf gezamenlijk te plannen kan stikstof beter worden benut door een vervolggewas zoals aardappelen. Met name op de kleigronden is bodemstructuur een belangrijk aandachtspunt. Een goed uitgekozen volgorde van diepwortelende gewassen en groenbemesters tussen rooigewassen kan helpen problemen met bodemstructuur te voorkomen.
Hoe organiseer je een gezamenlijke rotatie?
Daarom is het verstandig om samenwerking niet alleen te zien als het uitwisselen van een perceel maar als het gezamenlijk inrichten van een gewasrotatie. Juist daar zit namelijk de echte winst van landruil. Welke percelen zijn geschikt voor aardappelen en wanneer wordt grasland gescheurd? Hoe past toepassing van dierlijke mest in het geheel? In de uitvoering van zo’n plan is de kans best groot dat je op tegengestelde belangen stuit. Zo is tijdelijk gras in rotatie scheuren na maximaal drie jaar positief voor stikstofbenutting en risico op bodemplagen, maar leidt dit wel hogere gras herinzaaikosten voor de melkveehouder. Ga hierover als samenwerkende ondernemers met elkaar in gesprek en zoek naar oplossingen die voor beide bedrijven werken. Een goede samenwerking vraagt soms dat individuele ondernemers een kleine concessie doen, zodat de gezamenlijke gewasrotatie beter wordt.
In het vijfjarige project Pilots voor Akkerbouw-Veehouderij Samenwerking in de vijf Experimenteergebieden voor de Kringlooplandbouw (PAVeX-K) is in vier pilots onderzocht hoe akkerbouwers en melkveehouders samenwerking beter kunnen inrichten. Met behulp van de de tool FARManalytics zijn verschillende vormen van samenwerking integraal doorgerekend op economie, bodem en milieu. Een van de belangrijkste conclusies uit het project is dat een doordachte gezamenlijke gewasrotatie essentieel is voor een goed inkomen, behoud van bodemkwaliteit en het verminderen van negatieve milieueffecten.
Meer weten? Kom naar de kennissessie op Aardappeldemodag.
Kennissessie Aardappeldemodag: De echte winst van landuitwisseling zit in een doordachte gewasrotatie
Datum 2 september | tijd 14.15 uur
Spreker: Maarten Kik, Wageningen Social & Economic Research
Hoe kun als aardappelteler landuitwisseling organiseren voor een geslaagde aardappelteelt?
· Praktische tips en voorbeelden: Hoe richt je een gezamenlijke gewasrotatie in? Wat moet je daarin doen en wat moet je vooral niet doen?
· Waar kunnen in een samenwerking tegengestelde belangen ontstaan en hoe kun je daar overheen stappen?
· Wat leren praktijkvoorbeelden uit diverse regio’s?

Aardappeldemodag
Op 2 september 2026 organiseren wij de volgende Aardappeldemodag in Westmaas. De Aardappeldemodag is dé ontmoetingsplaats voor aardappelkennis en richt zich op de gehele aardappelketen. Telers, handel, verwerkers en veel andere bedrijven die actief zijn in de aardappelsector in binnen- en buitenland komen naar de Aardappeldemodag in Westmaas om elkaar te ontmoeten en elkaar te informeren over de nieuwste ontwikkelingen.


