Botulisme aanwezig in de Krimpenerwaard

In de afgelopen weken ontving het hoogheemraadschap veel meldingen over dode vissen en watervogels, met name vanuit de Krimpenerwaard. De bacterie die botulisme veroorzaakt gedijt goed in warm water en kan gevaarlijk zijn voor melkvee (zie kader).
In de omgeving van Achterbroek en Stolwijk zijn meerdere veehouders actief, waaronder enkele melkveehouders. Schieland & Krimpenerwaard roept iedereen op om locaties te melden waar dode vissen en/of vogels in het water liggen. Het waterschap laat de dieren dan zo snel mogelijk opruimen. Daarmee wordt de verspreiding van botulisme beperkt. Melden kan via een speciaal meldingsformulier. Een exact overzicht van waar botulisme nu al voorkomt, is er niet.
Verder adviseert het waterschap om kadavers niet aan te raken, geen slootwater te gebruiken op plekken waar botulisme voorkomt en honden weg te houden van dode dieren en van water waarin kadavers liggen.
Geen extra maatregelen voor boeren
Verder zijn er voor boeren geen extra maatregelen genomen, zo laat een woordvoerder van het waterschap desgevraagd weten. 'We hebben LTO Noord geïnformeerd over het feit dat botulisme is vastgesteld in de omgeving van Achterbroek en Stolwijk.'
Daarnaast wordt gewerkt aan de watertemperatuur, omdat botulisme voornamelijk ontstaat in water met een hoge temperatuur. 'Dwars door de Krimpenerwaard voeren we water vanuit de Lek naar de Hollandsche IJssel (om verzilting tegen te gaan). Deze doorvoerroute helpt lokaal ook om de watertemperatuur niet verder te laten stijgen en het besmette water te ‘verdunnen’, meldt de woordvoerder.
Botulisme bij melk- en pluimvee
Bron: GD Diergezondheid
Botulisme komt wereldwijd voor en treft vogels en zoogdieren. De ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium botulinum, die een sterke en snelwerkende gifstof produceert. De bacterie is een sporenvormer waardoor hij goed beschermd is tegen temperatuurinvloeden en verschillende desinfectiemiddelen. De besmettingsroute loopt via besmette kadavers.
Pluimveekadaverresten en kadavers van watervogels zijn de grootste besmettingsbronnen van botulisme bij rundvee. Runderen krijgen via besmet voer of drinkwater de gifstoffen binnen die via de maag en de dunne darm opgenomen worden. Via het bloed en de zenuwbanen verspreidt de toxine zich door het lichaam.
Ernstige gevolgen en aanpak
Botulisme bij runderen komt ongeveer op 10 tot 20 bedrijven voor op jaarbasis, schat GD Diergezondheid in. De schade is echter vaak aanzienlijk. In de meeste gevallen sterven besmette runderen door uitdroging of verlamming van de ademhalingsspieren.
Er zijn geen medicijnen beschikbaar tegen botulisme. Runderen die in aanraking komen met slootwater of kadavers kunnen preventief gevaccineerd worden tegen de ziekte. Het vaccin is op dit moment echter niet beschikbaar in Nederland. Omdat pluimvee een belangrijke besmettingsbron is wordt geadviseerd om contact tussen rund- en pluimvee te vermijden:
- Gebruik geen pluimveestrooisel in rundveestallen
- Strooi geen pluimveemest op grasland
- Sla geen pluimveemest onafgedekt af
- Verwijder wildkadavers altijd uit het grasland
- Let in de zomer op dode watervogels en meld dit aan het waterschap
- Wees alert bij het gebruik van oppervlaktewater als drinkwater
- Gebruik geen oppervlaktewater met dode vogels voor beregening voordat uitgesloten is dat er sprake is van botulisme
Op pluimveebedrijven
Een zeer hoog percentage legkippen draagt de bacterie Clostridium botulinum in de darm bij zich. Zolang de bacterie geen toxinen produceert is dit niet erg. De gifstoffen ontstaan pas onder specifieke omstandigheden: in een zuurstofarme, eiwitrijke omgeving bij een lage pH en bij specifieke temperaturen. In levende kippen komen deze omstandigheden niet voor. De meeste deskundigen gaan ervan uit dat de bacterie zich enkel door de darmwand kan verplaatsen naar het spierweefsel als het dier dood is. Als hokgenoten vervolgens aan het kadaver pikken, is er een verhoogde kans op een botulisme-uitbraak.
Tevens zijn maden die zich voeden met het besmette karkas zijn gevaarlijk voor andere kippen. Ze brengen de gifstof over, één enkele larve is voldoende om een kip van drie weken oud te doden. De ernst van klinische symptomen is afhankelijk van de opname van de hoeveelheid gifstof. Dit kan variëren van alleen subklinische symptomen tot 40 procent sterfte in een koppel. Een snelle verzameling en verwijdering van kadavers is belangrijk om een uitbraak te voorkomen. Ook kan ongediertebestrijding in en rond de stal het risico op besmette maden en insecten in de omgeving verminderen.

Bas Lageschaar
Bas Lageschaar groeide op tussen de weilanden in de Achterhoek. Daardoor had hij altijd al belangstelling voor de agrarische sector. Voor Agrio zit hij in de redactie politiek en beleid. Bas volgt het laatste (regionale) nieuws op de voet en schrijft voor de regionale websites en verschillende printuitgaven.
Beeld: Susan Rexwinkel



