Agrarische grondprijs stijgt in tweede kwartaal naar 108.500 euro per hectare

Ook de prijzen van bouwland en grasland liepen verder op. De gemiddelde prijs van bouwland steeg met 7 procent naar 123.100 euro per hectare. Daarmee ligt de prijs 15,4 procent boven het gemiddelde van 2025.
Grasland werd in het tweede kwartaal gemiddeld verhandeld voor 94.600 euro per hectare. Dat is 6,5 procent meer dan in het eerste kwartaal en 9,7 procent boven het gemiddelde van vorig jaar.
Niet alleen de prijzen, ook de grondmobiliteit nam toe. In het tweede kwartaal wisselde 8.400 hectare landbouwgrond van eigenaar, 9 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.
Over de laatste vier kwartalen werd in totaal 34.000 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is 2 procent meer dan in de vergelijkbare periode een jaar eerder. De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal ten opzichte van het totaal areaal landbouwgrond - steeg daarmee van 1,85 naar 1,91 procent.
Grote verschillen tussen provincies
De verschillen tussen provincies blijven groot (zie ook onderstaand tabel). Flevoland heeft met 215.800 euro per hectare opnieuw de hoogste gemiddelde agrarische grondprijs, terwijl Fryslân met 72.700 euro per hectare de laagste gemiddelde prijs noteert. In de overige provincies varieert de gemiddelde grondprijs van 92.200 euro per hectare in Groningen tot 124.900 euro per hectare in Noord-Brabant.
De grondprijzen stegen in vrijwel alle provincies. Noord-Holland kende met 12,5 procent de sterkste prijsstijging, gevolgd door Overijssel met 8 procent.
In de meeste andere provincies lag de stijging tussen de 2 en 5 procent. Fryslân steeg met 4 procent, Drenthe met 5 procent, Groningen en Gelderland met 3 procent, Flevoland met bijna 5 procent, Utrecht met 2 procent, Zuid-Holland met 3 procent en Noord-Brabant met 4 procent. Zeeland bleef nagenoeg stabiel. Alleen Limburg liet een daling zien, met 3,6 procent.
Volgens de opstellers van het kwartaalbericht is het verschil tussen de landelijke en provinciale prijsontwikkeling te verklaren door de rekenmethode. De landelijke kwartaalprijs is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde transacties in het betreffende kwartaal, terwijl de provinciale cijfers zijn berekend als een voortschrijdend gemiddelde over vier kwartalen. Daardoor reageren de provinciale prijsontwikkelingen minder snel op recente marktontwikkelingen.
Mobiliteit neemt verder toe
De relatieve grondmobiliteit liep in de afgelopen vier kwartalen uiteen van 1,04 procent in Flevoland tot 2,87 procent in Limburg. In negen van de twaalf provincies nam de mobiliteit toe ten opzichte van een jaar eerder. De grootste stijging werd gemeten in Utrecht en Limburg, terwijl de mobiliteit afnam in Flevoland, Overijssel en Fryslân.
Tabel. Grondprijs per provincie en ontwikkeling ten opzichte van het eerste kwartaal
|
Provincie |
Grondprijs Q2 2026 (euro/ha) |
Ontwikkeling t.o.v. eerste kwartaal |
|
Flevoland |
215.798 |
bijna +5 procent |
|
Noord-Brabant |
124.858 |
+4 procent |
|
Noord-Holland |
120.868 |
+12,5 procent |
|
Zuid-Holland |
109.743 |
+3 procent |
|
Overijssel |
99.941 |
+8 procent |
|
Utrecht |
98.886 |
+2 procent |
|
Gelderland |
98.581 |
+3 procent |
|
Limburg |
97.577 |
-3,6 procent |
|
Drenthe |
95.597 |
+5 procent |
|
Zeeland |
94.880 |
stabiel |
|
Groningen |
92.225 |
+3 procent |
|
Fryslân |
72.744 |
+4 procent |
Bron: Kadaster
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bronnen: Wageningen Economic Research, Kadaster


