Sterke Erven Logo

Agrarische grondprijs stijgt in tweede kwartaal naar 108.500 euro per hectare

04 min
Te koop-bord bij landbouwgrond
De gemiddelde prijs van agrarische grond in Nederland is in het tweede kwartaal van 2026 gestegen naar 108.500 euro per hectare. Daarmee zet de stijgende lijn op de grondmarkt door. Vergeleken met het eerste kwartaal bedraagt de stijging 6,7 procent en ten opzichte van het gemiddelde van vorig jaar is de prijs 13,7 procent hoger. Dat blijkt uit het kwartaalbericht van het Kadaster en Wageningen Social & Economic Research.

Ook de prijzen van bouwland en grasland liepen verder op. De gemiddelde prijs van bouwland steeg met 7 procent naar 123.100 euro per hectare. Daarmee ligt de prijs 15,4 procent boven het gemiddelde van 2025.

Grasland werd in het tweede kwartaal gemiddeld verhandeld voor 94.600 euro per hectare. Dat is 6,5 procent meer dan in het eerste kwartaal en 9,7 procent boven het gemiddelde van vorig jaar.

Niet alleen de prijzen, ook de grondmobiliteit nam toe. In het tweede kwartaal wisselde 8.400 hectare landbouwgrond van eigenaar, 9 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Over de laatste vier kwartalen werd in totaal 34.000 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is 2 procent meer dan in de vergelijkbare periode een jaar eerder. De relatieve grondmobiliteit – het verhandelde areaal ten opzichte van het totaal areaal landbouwgrond - steeg daarmee van 1,85 naar 1,91 procent.

Grote verschillen tussen provincies

De verschillen tussen provincies blijven groot (zie ook onderstaand tabel). Flevoland heeft met 215.800 euro per hectare opnieuw de hoogste gemiddelde agrarische grondprijs, terwijl Fryslân met 72.700 euro per hectare de laagste gemiddelde prijs noteert. In de overige provincies varieert de gemiddelde grondprijs van 92.200 euro per hectare in Groningen tot 124.900 euro per hectare in Noord-Brabant.

De grondprijzen stegen in vrijwel alle provincies. Noord-Holland kende met 12,5 procent de sterkste prijsstijging, gevolgd door Overijssel met 8 procent.

In de meeste andere provincies lag de stijging tussen de 2 en 5 procent. Fryslân steeg met 4 procent, Drenthe met 5 procent, Groningen en Gelderland met 3 procent, Flevoland met bijna 5 procent, Utrecht met 2 procent, Zuid-Holland met 3 procent en Noord-Brabant met 4 procent. Zeeland bleef nagenoeg stabiel. Alleen Limburg liet een daling zien, met 3,6 procent.

Volgens de opstellers van het kwartaalbericht is het verschil tussen de landelijke en provinciale prijsontwikkeling te verklaren door de rekenmethode. De landelijke kwartaalprijs is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde transacties in het betreffende kwartaal, terwijl de provinciale cijfers zijn berekend als een voortschrijdend gemiddelde over vier kwartalen. Daardoor reageren de provinciale prijsontwikkelingen minder snel op recente marktontwikkelingen.

Mobiliteit neemt verder toe

De relatieve grondmobiliteit liep in de afgelopen vier kwartalen uiteen van 1,04 procent in Flevoland tot 2,87 procent in Limburg. In negen van de twaalf provincies nam de mobiliteit toe ten opzichte van een jaar eerder. De grootste stijging werd gemeten in Utrecht en Limburg, terwijl de mobiliteit afnam in Flevoland, Overijssel en Fryslân.

Tabel. Grondprijs per provincie en ontwikkeling ten opzichte van het eerste kwartaal

Provincie

Grondprijs Q2 2026 (euro/ha)

Ontwikkeling t.o.v. eerste kwartaal

Flevoland

215.798

bijna +5 procent

Noord-Brabant

124.858

+4 procent

Noord-Holland

120.868

+12,5 procent

Zuid-Holland

109.743

+3 procent

Overijssel

99.941

+8 procent

Utrecht

98.886

+2 procent

Gelderland

98.581

+3 procent

Limburg

97.577

-3,6 procent

Drenthe

95.597

+5 procent

Zeeland

94.880

stabiel

Groningen

92.225

+3 procent

Fryslân

72.744

+4 procent

Bron: Kadaster

Beeld: Susan Rexwinkel

Bronnen: Wageningen Economic Research, Kadaster

Tags
AkkerbouwBiologischMelkveeGrondprijsGrasland